TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Politieke en intellectuele strijd

 

Vraag: Hizb heeft in een eerder pamflet dat over politieke aandrijving ging, geschreven dat de politieke strijd een manier is en geen methode. Wanneer het wel het geval is (een politieke en intellectuele strijd) en het een manier en geen methode is, betekent dit dat de fase van interactie wel van de methode is, en wat er ondertussen gaande is aan politieke en intellectuele acties tot de manieren behoren? Wetende dat er ayaat zijn waaruit duidelijk blijkt dat er een politieke en intellectuele strijd was met de kopstukken van de koefaar van de Qoerajsj.

Antwoord: Ja, de interactie maakt deel uit van de methode.

Wat we ook moeten vermelden is dat politieke en intellectuele actie beiden tot de methode behoren, want de fase van interactie kan niet zonder de politieke en intellectuele acties, er is ook geen interactie zonder politieke en intellectuele actie.

 

Wat betreft de politieke en intellectuele strijd, zij zijn beiden een duidelijke uitdaging in de politieke en intellectuele acties, en deze uitdaging behoort tot de manieren (oesloeb) die soms wel en soms niet nodig zijn.

 

Voor de duidelijkheid: Het verspreiden van een pamflet kan op een manier gebeuren die beschouwt wordt als een strijd omdat het openlijk en op een uitdagende manier wordt verspreid terwijl het ook op een gewone manier kan gebeuren.

 

De strijd heeft de opzet van een flinke uitdaging met de supplementen van deze uitdaging.

 

Dit hoort bij de oesloeb.

 

Wat hierover in de Koran staat zijn beperkte gevallen die gericht waren tegen de kopstukken van de koefaar. Deze gevallen hadden te maken met het overdreven strenge optreden tegen de moslims en niet alleen met het feit dat ze koefaar waren, zij traden heel streng op tegen de moslims ondanks de duidelijke aangevoerde bewijzen. Daarom zijn deze vurige gevallen in de Koran vermeldt. Als je de ayaat bij elkaar zou optellen, zou je zien dat het er niet veel zijn, terwijl er veel interactie met de koefaar was.

 

De Profeet (saw) gebruikte verschillende manieren, verschillend in kracht, tegen de koefaar, bijvoorbeeld toen één van de vooraanstaande persoon van de Qoerajsj (vermoedelijk Oetba) bij de Profeet (saw) kwam, heeft de Profeet (saw) hem tot de Islam uitgenodigd met overtuigende argumenten, hoge wijsheid en op een rustige, indrukwekkende manier. Toen de man weer terug kwam bij de Qoerajsj zag hij er anders uit dan toen hij de Qoerajsj had verlaten, zo is verteld door de Qoerajsj, met name toen hij lovend vertelde over wat hij van de Profeet (saw) gehoord had.

 

Terwijl toen een ander vooraanstaand persoon van de Qoerajsj (vermoedelijk Wa’al) eens bij de Profeet (saw) kwam en de Profeet (saw) botten liet zien. Vroeg hij aan de Profeet (saw): ”Kan jou God dit weer tot leven maken?” De Profeet (saw) zei: ”Ja, Allah kan dit weer tot leven maken” en hij (saw) voegde er aan toe: “Allah zal jou in de hel gooien.”

 

In deze situatie was zijn antwoord krachtiger.

 

Het verschil in kracht ligt aan het feit wie er tegenover je staat.

Om het nog duidelijker te maken de volgende aya: {Gaat, gij en uw broeder, met Mijn tekenen, en verwaarloost niet Mijner indachtig te zijn. Gaat gij beiden tot Farao, want hij is alle perken te buiten gegaan. Doch spreekt tot hem op welwillende wijze, opdat hij er lering uit moge trekken, of vrezen.} Hieruit blijkt dat een rustige, intellectuele discussie nodig is.

 

Een andere ayah over hetzelfde onderwerp, gaande over een andere situatie tussen Moesa en Farao beschrijft dat nadat de bewijsvoering en de argumenten getoond waren aan de Farao, hij stellig bleef ontkennen en door ging met zijn tirannie. Daarna waren de woorden van Moesa niet vriendelijk meer maar werden ze krachtiger. Moesa zei namelijk tegen de Farao: ”Je zal ten gronde gaan”.

 

De ayah die hierover gaat: {En voorwaar, wij schonken Mozes negen duidelijke tekenen. Vraag dit aan de kinderen van Israël. Toen hij tot hen kwam, zeide Pharao tot hem: ""Ik geloof, O Mozes, dat gij een betoverd mens zijt."" Hij zeide: ""Voorzeker gij weet dat niemand anders dan de Heer der Hemelen en der aarde deze tekenen heeft gezonden; en ik ben zeker dat gij, o Pharao, te gronde gaat.""}

 

Een vriendelijke, rustige discussie is in het begin nodig om de argumenten en bewijzen aan te voeren, maar nadat deze waren gegeven, bleef hij hoogmoedig en arrogant , toen werd de discussie heftig…

Ik hoop dat ik hiermee het beeld volledig heb kunnen verduidelijken.

 

Daarom staat in onze boeken gaande over politieke acties tijdens de interactie fase: (…. tijdens de politieke acties komen twee dingen naar voren: de politieke en intellectuele strijd….).

De strijd in deze fase komt naar voren door de confrontaties met de kopstukken van de koefaar, daarom moet je de ene keer een zachtzinnige manier gebruiken en de andere keer een krachtige manier in je politieke en intellectuele acties.

Nogmaals: De politieke en intellectuele acties horen bij de methode, en zijn zeker nodig in de interactie fase. Alleen het opvoeren van de politieke en intellectuele acties, dus de strijd, horen bij de oesloeb en moeten op de juiste tijd en plaats worden toegepast.

 

14 Safar al Aachir 1429 h

20 februari 2008 m

 

Bron: http://www.hizb-ut-tahrir.info/arabic/index.php/HTAmeer/QAsingle/2772/

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië