TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

‘Maslaha’: een geldig argument voor deelname aan het politieke leven in het westen?

Met de term al maslaha, bedoelen degenen die het begrip gebruiken: "Hetgeen waarover de Wetgever geen uitspraak heeft gedaan en waarvoor Hij geen Sjar’i bewijs ter erkenning of afwijzing heeft gegeven”. Anderen hebben al maslaha als volgt gedefinieerd: “De beschrijving van een daad, waaruit altijd of meestal een voordeel voor de gemeenschap of het individu resulteert”. De voorstanders voor deelname aan het politieke leven in het Westen stellen dat hun bewijsvoering de vervulling van al maslaha, het belang van de moslims vervult. Het gaat om: "het afwegen van het beste uit de twee goede handelingen en twee kwaden. Dit, om het grootste belang te vervullen door van het kleinere belang af te zien en het minste kwaad te accepteren, door te proberen het grotere kwaad te ontwijken". De ongeldigheid van deze uitspraak wordt uit het volgende duidelijk: 

1. Het vaststellen van het belang en het vaststellen van hetgeen schadelijk is, behoort aan de Heerser van de wereld Allah (جل جلاله) toe. Wat de Sjarie’a verlangd heeft uit te voeren, wordt gezien als maslaha, het belang. Wat de Sjarie’a heeft verboden is het kwaad (mafsada). Dit is wat bedoeld wordt in het volgende Koranvers:

“Aan jullie is voorgeschreven te strijden, hoeveel het jullie ook tegenstaat. Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief dat toch slecht is voor jullie. God weet en jullie weten niet.” (VBK, Al Baqara 2, vers 216)

Moge Allah (جل جلاله) ons ervoor behoeden, dat ons belang ligt in hetgeen Hij verboden heeft en moge Hij er ons tevens voor behoeden, dat wij beweren een belang te vinden in hetgeen Hij verboden heeft. Bovendien dient de vraag zich aan, wie het belang waarover deze moslims het hebben mag bepalen. Wie een blik werpt op de realiteit, toont ons de machtsstrijd binnen moskeeën en de strijd over de controle van de financiële middelen van de moskeeën. Weinig moskeeën in het Westen ontkomen aan deze interne machtsstrijd, waarbij men verschilt over de belangen van de moskee en hoe dezen vervuld dienen te worden. Hier is menig mens zich bewust van. Dus hoe kan men dan nog spreken over belang en wie is het die deze zaken bepaalt? Is er bijvoorbeeld een verkiezing geweest waarbij de moslims het een keer met elkaar eens waren, zoals de presidentiële verkiezingen in Frankrijk (in 2002), waarbij sommige moslims dachten dat het grootste belang lag bij Chirac, terwijl anderen dachten dit bij Jospin te vinden en weer anderen simpelweg Le Pen wilden uitsluiten.

2. De voorwaarde van belang voor degenen die dit nastreven, is dat het belang reëel moet zijn en niet gebaseerd op begeerten. De belangen die moslims proberen na te streven, door deel te nemen aan het politieke leven in het Westen, zijn eerder fictief en onwerkelijk. Er bestaat geen reëel belang, behalve hetgeen bereikt is door het Westen.

Lessen zouden geleerd moeten worden bij het voorbeeld van George W. Bush, die de Amerikaanse presidentiële verkiezingen won, mede dankzij de stemmen van moslims. Een groot aantal moslims dacht dat door op deze man te stemmen, hun islamitische belangen zouden worden behartigd. Tevens dachten zij dat hij de moslims steun zou verlenen in het stichten van hun instituties, het beeld van de Islam zou helpen verbeteren en hen zou steunen bij vele zaken die hen aangaan, waaronder de kwestie van Palestina. Nadat hij de meerderheid had gekregen en toetrad tot het ambt, ontketende hij een nieuwe kruistocht tegen de moslims, vervolgde hij hen in hun landen, doodde hen, bezette hun landen, en dit alles onder het voorwendsel van de strijd tegen het terrorisme. Derhalve toont de waarneembare en tastbare realiteit ons aan, dat het nagestreefde belang, dat zou liggen in de deelname aan het politieke leven in het Westen, fictief en onrealistisch is.

De stemmen van de moslims worden meer voor het eigenbelang van het Westen gebruikt. Zij veranderen de op het eigenbelang gebaseerde politiek niet, noch verlaten zij vitale belangen, omdat wij moslims met hen hebben deelgenomen in een koefr heerschappij of op hen hebben gestemd. De eerste die de leus "de Islam is de alternatieve vijand" in de Westerse politiek uitkraamde, was de voormalige minister van Defensie, de voormalige vicepresident onder George W. Bush, Dick Cheney. Hij deed dit op de conferentie voor internationale veiligheid in München (in 1991). Dezelfde Dick Cheney en George W. Bush, waaraan de moslims hun stem hebben gegeven. Laten we deze vasthoudendheid van het Westen aan haar standpunten, ideeën en belangen beschouwen, en ons afvragen; heeft de deelname aan het politieke leven in het Westen ons echt iets opgeleverd? En is het nut waarvoor we beweren te werken nu realistisch of fictief geweest?

3. Het belang waarover zij spreken en dat zij als bewijs aanvoeren, definiëren zij zelf als "hetgeen waartoe de Wetgever geen uitspraak heeft gedaan en waarbij geen Sjar’ie bewijs bestaat voor toestemming of afwijzing ".

De deelname aan regeringen van koefr behoort tot de "belangen", die door absoluut authentieke, eenduidige Sjar’ie teksten totaal zijn geannuleerd en ongeldig zijn verklaard. (*meer hierover in het boek Het Goddelijk oordeel betreffende de deelname van de moslims aan het politieke leven in het westen). Dus hoe kan nu een gemeend "belang", als bewijs worden aangevoerd dat door de Sjarie’a is geannuleerd en ongeldig is verklaard? Het beroepen op het afwegen van het beste uit de twee goede handelingen en twee kwaden, om het grootste belang te vervullen door van het kleinere belang af te zien, en tevens het minste kwaad accepteren door te proberen het grotere kwaad te ontwijken, kan enkel in die gevallen worden toegepast wanneer de moslim wordt geconfronteerd met een situatie, waar totaal geen uitweg meer is.

Een voorbeeld hiervan is wanneer een vrouw in levensgevaar gered wordt door een man, maar daarbij ongewild haar 'auwra (hetgeen verboden is voor een niet-mahram om te zien) laat zien. In dit geval moet de man de vrouw redden, ondanks het feit dat hij haar 'auwra ziet. In andere gevallen, waarin dit vermeden kan worden, is deze regel niet toepasbaar. De deelname aan systemen van koefr is ongetwijfeld vermijdbaar. Daarboven dient de afweging van het beste uit de twee goede handelingen, en twee kwaden, plaats te vinden op basis van het Goddelijk oordeel en niet op basis van rationele of verstandelijke beredenering. Nadat de moslims hun feilbare verstand het recht van de afweging en vastlegging hebben gegeven, ondanks dat er geen twijfel over bestaat dat dit onmogelijk is omdat verstandelijke capaciteiten en meningen niet eenduidig kunnen zijn, hebben zij George W. Bush hun stem gegeven in plaats van Al Gore. En hebben zij hiermee werkelijk het betere uit twee alternatieven, of het minste van de twee kwaden gekozen? Of juist het tegendeel? Bovendien is er voor de moslim geen groter kwaad, behalve de veelgoderij, dan het regeren buiten hetgeen Allah (جل جلاله) heeft geopenbaard.

In feite zijn het twee zijden van dezelfde munt. Allah (جل جلاله) heeft ons geboden gedurende de djihaad ons leven op te offeren, om de mensen aan de wetten van Islam te onderwerpen. Op gelijke wijze heeft Hij ons opgedragen ons leven te offeren wanneer de ten uitvoering van de islamitische wetgeving in het geding komt. Wij moslims zijn opgedragen om tegen de heerser van de islamitische Staat gewapend ten strijde te trekken, wanneer hij wetten van koefr ten uitvoer wil brengen en waar de moslims over een duidelijk bewijs beschikken, dat hij dit bewust wil doen. Hoe kan nu van moslims verlangd worden de vergankelijke belangen in het Westen, te verruilen ten koste van het grootste belang van de religie, namelijk het regeren met de wetten die geopenbaard zijn door Allah (جل جلاله) ?Voor de geleerden staat vast dat het vasthouden aan de religie, voorgaat aan alle islamitische verordende doelen, zoals het lijfsbehoud, het behoud van het nageslacht en andere doelen. Waarop moet worden gewezen, is het feit dat de geleerden het er over eens zijn dat het verblijf van een moslim in een "daar oel koefr" (Staat waar de islamitische wetten niet ten uitvoer worden gebracht) verboden is, indien de moslims vrees hebben om hun geloofsovertuiging uit te oefenen of vrezen in haraam te vervallen. In deze gevallen is het zijn plicht naar een land te vertrekken waarin hij zijn geloof kan uitoefenen en waarin hij tevens geen vrees hoeft te hebben om in haraam te vervallen, ongeacht welke financiële consequenties dit zou hebben. Elk onheil blijft in vergelijking bij het verliezen van de religie gering. Allah (جل جلاله) zegt: ْ

“Tot hen die door de engelen worden weggenomen, terwijl zij zichzelf onrecht hebben aangedaan, zeggen zij: “In wat voor toestand verkeerden jullie?” Zij zeggen dan: “ Wij waren onderdrukten op aarde.” Zij zeggen: “Was Gods aarde niet zo ruim dat jullie daarin konden uitwijken?” Zij zijn het van wie de verblijfplaats de hel is; dat is een slechte bestemming.” (VBK, An Nisaa 4, aaya 97)

Dus hoe kunnen moslims zichzelf afvragen te werken met de verboden handeling van het deelnemen aan het politieke leven, alleen omdat zij wonen in het Westen?

De kracht van de media

De media is een belangrijk communicatiemiddel, welke bijdraagt aan de vorming van een publieke opinie en de adoptie van politieke besluiten. Voornamelijk in het Westen is ze belangrijk, aangezien besluitnemers en (politieke) ambtsdragers de media gebruiken ter rechtvaardiging van hun politieke besluiten, en de mensen te overtuigen. De realiteit is dat de meeste media in Westerse landen, gecontroleerd worden door machten die haar aan neutraliteit en objectiviteit hebben laten beïnvloeden.

Ze hebben het tot een werktuig in de handen van kapitalisten gemaakt; zij beheersen het en gebruiken het om hun belangen behartigd te zien. Daarom is het tegenwoordig zeer zeldzaam dat we werkelijk onafhankelijke media tegenkomen, die hun eigen wil en beslissingen hebben bij het tonen van zaken aan de mensen. Media die de mensen kunnen vertrouwen en hun uitzendingen kunnen beschouwen als een juiste weergave en correcte rapportage, van hetgeen zich afspeelt in de wereld. De media voeren een regelrechte propagandaoorlog tegen de Islam, die voor niemand meer verborgen is.

Er gaat geen dag voorbij, zonder dat de Islam wordt aangevallen en haar ideeën en wetten in een kwaad daglicht worden gezet. Een voorbeeld hiervan is de gedrukte media zoals boeken, kranten en tijdschriften, waarbij geen kans onbenut wordt gelaten om de Islam en moslims slecht af te beelden. Spaarzaam zijn de momenten waarbij men een krant vindt, welke Islam eerlijk behandelt of een programma dat zijn objectiviteit waarborgt. Dit is echter ook niet verwonderlijk, aangezien de makers vaak regelrechte islamhaters zijn en deze haat ook niet onder stoelen of banken steken. Hier is nu een belangrijke rol voor de moslims weggelegd, als zij de moslims en hun Dien een dienst willen bewijzen.

Zij kunnen een medianetwerk opbouwen, dat zichzelf een eerlijke- en objectieve berichtgeving oplegt. Daarnaast dient het een juiste uitleg van de ‘aqieda en het systeem van Islam te geven, zodat haar waarheden worden benadrukt, door middel van het gebruik van Westerse schrijf- en spraakstijlen. Wie de realiteit van moslims vandaag de dag met betrekking tot dit vakgebied analyseert, zal een grote tekortkoming hierin ondervinden. Het meeste wat de moslims vooralsnog voortgebracht hebben op het gebied van de media, ligt ver beneden niveau.

Niet zelden wordt de Islam in publicaties zodanig verdraaid, dat deze dichter bij het Westerse gedachtegoed komt te liggen, in de hoop dat door deze verdraaiing de Islam voor de Westerse samenlevingen meer acceptabel wordt. Bijkomstig het feit dat het gepubliceerde materiaal, op geen enkele wijze, in verhouding staat tot het vermogen of de grote aantallen moslims levende in het Westen. Ook staan deze publicaties totaal niet in verhouding tot het universele karakter van hun ideologie, die hen ertoe verplicht deze ideologie waar dan ook uit te dragen. Wat betreft de radio en televisie, hiervan is van islamitische zijde nagenoeg geen inbreng.

Orgaandonatie: wel of niet?

In 2020 is iedere Nederlandse staatsburger automatisch orgaandonor, tenzij men hiertegen bezwaar indient. Doet men dit niet, dan kunnen organen na het ‘“overlijden’” uit het lichaam gesneden worden en hergebruikt worden. Dit besluit heeft ook ingrijpende consequenties voor de moslimgemeenschap. Hoe moeten we als moslims hiermee omgaan?

De visie van Islam rondom orgaandonorschap

Het helpen van je medemens en je dienstbaar opstellen is zonder meer een nobele daad, zelfs na iemands dood. Zo moedigt Islam aan om dienstbaar te zijn tijdens het leven, maar ook na de dood, door bijvoorbeeld een waterput aan te leggen of een boom te planten, waar mensen profijt van kunnen hebben na iemands dood.

Ook heeft Islam, uit dienstbaarheid, het toegestaan om non-vitale organen en weefsel te doneren, zolang men leeft, zoals het doneren van een nier, huid of bloed. Met als voorwaarde dat het niet leidt tot de dood en waar geen restricties zijn opgelegd door Islam, zoals bijvoorbeeld bij het doneren van bepaalde cellen en weefsels, die afkomstig zijn van voortplantingsorganen, zoals sperma en eiercellen.

Dus enerzijds wordt dienstbaarheid ten opzichte van de medemens gemotiveerd en anderzijds wordt het niet geheel vrijgelaten en legt Islam beperkingen op bij het doneren. Dit komt omdat Islam de mens beperkte eigendoms- en bestedingsrechten toekent over zijn lichaam, zolang hij in leven is.

Het doneren van vitale organen daarentegen, zoals een hart of andere vitale organen, valt onder een andere categorie. Dit is omdat het doneren van dit soort organen uit het lichaam, zal leiden tot de dood. Dit valt onder zelfmoord en is niet toegestaan, zelfs als je een ander ermee kunt helpen.

Tot zover het donorschap tijdens iemands leven. 

Bij het doneren nadat men overleden is, komen de beperkte eigendoms- en bestedingsrechten te vervallen, want die waren geldig zolang iemand in leven is. Wanneer iemand komt te overlijden, vervallen de eigendoms- en bestedingsrechten over zowel zijn bezit als zijn lichaam, met uitzondering van bijvoorbeeld het opstellen van een testament. Hiermee wordt zelfs het doneren van non-vitale organen, waar hij bestedingsrecht over had toen hij in leven was, verboden.

Daarnaast kent Islam onschendbaarheid van het dode lichaam. Het is verboden om dode lichamen te verminken, voor welk doeleinde dan ook. Zij dienen met rust gelaten te worden. De Profeet (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:

“Het breken van de botten van een overleden persoon is hetzelfde als het breken ervan als hij zou leven.”

(overgeleverd door imam Ahmed, Aboe Dawoed, en Ibn Hibban).

Imam Ahmed heeft overgeleverd dat Amir ibn Hazm al-Ansari zei: “de Profeet van Allah zag dat ik leunde tegen een graf en zei”: “Doe geen kwaad tegen de eigenaar van dit graf.” Ook heeft de Profeet (صلى الله عليه وسلم) gezegd: “Het is beter voor iemand om op een brandend stukje houtskool te zitten dan op een graf  te zitten”.

(Imaam Moeslim, imaam Ahmed)

Daarnaast heeft de Profeet (صلى الله عليه وسلم) verboden om de lichamen van zowel de levenden als de overledenen te verminken. Het is overgeleverd door imaan al Boecharie van Abdoellah ibn Zaid al Ansari dat hij zei: “De Profeet van Allah vrede zij met hem, verbood plunderen en misvorming.”

Imam Ahmed, Ibn Maadjah, en An-Nasai hebben overgeleverd van Safwan b. Assal dat hij zei: de Profeet (صلى الله عليه وسلم) stuurde ons op een expeditie en zei: “Ga voort in de naam van Allah, en omwille van Allah. Vecht tegen degenen die niet in Allah geloven. Vermink niet, verraad niet en dood geen kinderen.”

Dus Islam ontneemt al het bestedingsrecht, van zowel de eigenaar van het lichaam na zijn overlijden, als een derde persoon die een orgaan of weefsel uit het lichaam wil verwijderen van een overledene.

Een andere doorslaggevende reden, waarom het niet toegestaan is om organen te doneren na het ‘“overlijden’”, is omdat de organen bruikbaar zijn zolang iemand leeft. Als de dood intreedt, zullen de organen niet meer bruikbaar zijn. Met andere woorden, worden de organen uit het lichaam verwijderd tijdens iemands leven, voordat de dood intreedt.

Dit is omdat men een onderscheid maakt tussen klinisch dood en dood. Iemand met een zwaar hersenletsel of een hersenstamletsel, waarvan de organen nog werken, wordt beschouwd als klinisch dood, terwijl volgens Islam de ziel het lichaam nog niet heeft verlaten. Er is een geval bekend, waarbij een vrouw in een dergelijke toestand nog een gezond kindje gebaard heeft en er zijn gevallen bekend, dat na het loskoppelen van het beademingsapparaat, het lichaam door blijft functioneren en door blijft leven.

De geleerden in Islam hanteren de klassieke doodskenmerken die waarneembaar zijn bij een overledene, als maatstaf om iemand dood te verklaren. Zoals het niet ademen, een openstaande mond, starende ogen, het inzakken van de slapen, het kantelen van de neus, naar buiten hangende onderarmen en slappe voeten en in bepaalde twijfelgevallen verandering in lichaamsgeur. Want zekerheid gaat boven twijfel en onzekerheid. De dood en de drastische gevolgen dienen te allen tijde te berusten op zekerheid, dat de dood daadwerkelijk haar intrede heeft gedaan.

Dus volgens de geleerden van Islam, dient de dood samen te gaan met het afsterven van de hersenstam en alle vitale organen zoals, het hart, de longen en de lever. En wanneer dit feitelijk plaatsvindt, dan zijn de organen niet bruikbaar als donor.

Dus het argument van sommige moslims om donorschap na het overlijden goed te keuren door het vers in Soera al-Maida; aya 32 als argument te gebruiken, gaat niet op aangezien het schenken van leven geen vrijbrief is om eerst een ander van zijn leven te beroven.

“ ...wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij het gehele mensdom had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken…” (BVK soera al- maida, aya 32)

Kritische noot bij het “liberale gedachtegoed” over donorschap

Terwijl binnen de Islamitische jurisprudentie meningsverschillen zijn over donorschap, waarbij de totstandkoming van een oordeel sterk afhangt van het begrip van de realiteit van donorschap en de daaraan gerelateerde Islamitische teksten, is er geen meningsverschil over een staat, die het lichaam van een overledene kan claimen en beschouwen als ‘staatseigendom’.

Het frappante is dat Islam door de leden van de seculier-liberale ideologie, beschouwd wordt als onderdrukkend en autoritair, terwijl juist de leden van dit seculier liberale gedachtegoed, initieel de claim leggen op nota bene het lichaam van het individu na zijn ‘“dood’”.

Het feit dat een persoon achteraf bezwaar mag maken om geen donor te zijn, verandert niets aan het begrip van de leden van de  seculier-liberale ideologie, die het besluit hebben genomen om de claim te leggen op het lichaam. De contradictie tussen dit besluit en de ideologie, die juist gestoeld is op de vrijheden van het individu, is buitengewoon opmerkelijk.

De dubbele maat, die we vaak zien als het gaat om Islam-gerelateerde kwesties, lijkt dus iets inherents aan de seculier-liberale ideologie te zijn.

Als moslimgemeenschap dienen we hier alert op te zijn en we dienen niet meegesleurd te worden door de hype. En belangrijker, we dienen ons te allen tijde vast te houden aan de Islamitische visie en oordelen.

Okay Pala

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Politieke deelname op basis van het verhaal van de Profeet Joesoef (عليه السلام)?

Het verhaal van de Profeet Joesoef (عليه السلام) is niet geschikt om de deelname aan Westerse regeringen, partijen of parlementen te rechtvaardigen. Dit is gebaseerd op meerdere argumenten waarvan we er twee, met Allah’s toestemming, uitvoerig zullen behandelen.

1. In de grondbeginselen van de oesoel oel fiqh (fundamenten van islamitische jurisprudentie) is vastgelegd, dat de oordelen van de openbaringen van voor de komst van Islam, geen bron zijn voor de moslims. Het bewijs daarvoor is het volgende vers:

“En Wij hebben het boek met de waarheid naar jou neergezonden ter bevestiging van wat er voordien van het boek al was en om erover te waken. Oordeel dan tussen hen volgens wat Allah heeft neergezonden en volg hun neigingen niet in afwijking tot wat de waarheid tot jou gekomen is. Voor een ieder van jullie (profeten) hebben Wij een norm en een weg bepaald.” (VBK soera Al Ma’ida 5, aaya 48)

Voor wat betreft de minderheid onder de geleerden, die het volgen van de vroegere Profeten en Schriften toegestaan hebben, zij hebben dit verbonden aan de voorwaarde dat dit toegestaan is, zolang het niet iets is wat door de Sjarie’a is geannuleerd (maa lam joensag). Daarom luidt hun stelling dat: "De Sjarie’a die aan de volkeren voor ons (moslims) is geopenbaard, is ook onze Sjarie’a, zolang dit niet (door de Sjarie’a) is geannuleerd." Er is met behulp van wetteksten uit de Koran en de soenna, eerder aangetoond dat het regeren aan de hand van andere wetten dan door Allah (جل جلاله) is geopenbaard, absoluut verboden is. Derhalve is het aanhalen van de daad van Joesoef (عليه السلام) als zijnde een Sjarie’a voor ons, als bewijs voor de legitimiteit van deelname in een koefr systeem, onjuist. Zelfs voor degenen die het principe van Sjar'i min qablinaa (de wetgeving geopenbaard aan de volkeren voor ons) adopteren. Dit is omdat de eerder genoemde Sjar’ie bewijsvoeringen, de legitimiteit van deelname in een koefr wetgeving hebben geannuleerd (Asj Sjawkaani, Irsjaad oel foehoel).

2. Wanneer we de geopenbaarde Sjarie’a van de volkeren voor ons ook tot onze Sjarie’a verklaren, zoals met het verhaal van de Profeet Joesoef (عليه السلام) wordt getracht, dan dienen we ook het neerwerpen (soedjoed) voor andere mensen toe te staan, zoals het in de Sjarie’a van Joesoef  (عليه السلام) het geval was. Allah zegt:

“En hij verhief zijn ouders op de troon en zij vielen eerbiedig buigend voor hem neer. En hij zei: "O mijn vader, dit is de vervulling van mijn vroegere droom.” (VBK soera Joesoef 12, aaya 100)

Dit is niet toegestaan in onze dien, vanwege hetgeen overgeleverd is van Abdoellah Ibn Abi Auwf: َ’’Toen Moe'aadh uit Syrië terugkeerde wierp hij zich voor de Profeet (صلى الله عليه وسلم) neer. De Profeet (صلى الله عليه وسلم) vroeg hem:"Wat doe jij daar Moe'aadh?" en Moe'aadh antwoordde: "Ik ben in Syrië geweest en zag hoe de mensen zich voor hun bisschoppen en patriarchen neerwierpen, en ik wil dat wij hetzelfde voor u doen." Daarop antwoordde de Profeet van Allah (صلى الله عليه وسلم) : ‘’Doe dat niet. Als ik iemand zou bevelen zich voor een andere persoon neer te werpen, dan had ik de vrouw bevolen zich voor haar man neer te werpen!" [Overgeleverd door Ibn Maadja, Soenan #1853]

Wanneer deze hadieth alleen al voldoende is om een handeling uit de Sjarie’a van Joesoef (عليه السلام), (namelijk het neerwerpen voor een mens) voor ons ongeldig te verklaren, zijn dan de tientallen verzen uit de Koran en de woorden uit de hadieth niet voldoende om het regeren met de wetten van iets anders dan de openbaring van Allah of deelname aan een koefr wetgeving te verbieden?

Allah zegt:

“En oordeel tussen hen volgens wat Allah heeft neer gezonden en volg hun neigingen niet en wees voor hen op je hoede dat zij je niet weglokken van een deel van wat Allah tot jou heeft neer gezonden. Als zij zich afkeren, weet dan dat Allah hen wenst te treffen voor een deel van hun zonden. En veel van de mensen zijn echt verdorven.” (VBK soera Al Maa’ida 5, aaya 49)

Wanneer zij nu het neerwerpen voor mensen zouden toestaan, zouden ze de geopenbaarde teksten tegenspreken. Staan zij het echter niet toe – in navolging van de tekst die het geannuleerd heeft – dan moeten zij op gelijke wijze de deelname aan systemen van koefr verbieden en weerleggen daarmee hun eigen idee. Want geannuleerde teksten, wanneer zij bestaan, dienen in alle betreffende gevallen te worden toegepast, zonder onderscheid te maken in prioriteiten. De annulering in het ene geval toepassen en in het andere geval niet, betekent het volgen van de eigen begeerte en het niet volgen van de wetten van Allah en dit is haraam. Dit alles is onder de aanname dat Joesoef (عليه السلام) daadwerkelijk aan de regering van koefr heeft deelgenomen. Beschouwen we echter de teksten van de Koran die spreken over de Profeet Joesoef (عليه السلام), dan zijn er duidelijke bewijzen dat de aantijgingen die tegen hem worden gemaakt, zeer duidelijk worden tegengesproken door de Koran. Allah heeft hem met de volgende woorden beschreven

“Hij behoorde tot Onze uitverkoren dienaren.” (VBK, soera Joesoef 12, aaya 24)

En hij was het die tot zijn Heer gebeden heeft om in de gevangenis te belanden en niet in de zonde te vervallen: “Hij zei: “Mijn Heer, de gevangenis is mij liever dan dat waartoe zij mij oproepen en als U hun list niet van mij afwendt, dan zal ik mij tot hen aangetrokken voelen en tot de onwetenden behoren.” (VBK soera Joesoef 12, aaya 33)

Toen hij gevangen zat, droeg hij de da’wa duidelijk uit en zette de verplichting uiteen van het refereren aan de Sjarie’a, voor het oordeel van Allah: ْ

“Jullie twee medegevangenen! Zijn verschillende heren beter of God, de ene, de Alleenheerser? Wat jullie in plaats van Allah dienen zijn alleen maar namen die jullie en jullie vaderen gegeven hebben waarvoor Allah geen enkele machtiging had neergezonden. Het oordeel komt alleen Allah toe. Hij beveelt dat jullie alleen hem dienen. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten het niet.” (VBK, soera Joesoef 12, aaya 39-40)

Na al deze eenduidige verklaringen, zochten sommige moslims voor een rechtvaardiging deel te nemen aan koefr systemen en maakten van Joesoef (عليه السلام) iemand die behoorde tot degenen die met iets anders regeerden dan hetgeen geopenbaard door Allah. Ze beweren zaken over deze vrome en zuivere Profeet, wat de aarde zal doen beven en de bergen tot puin zal verpulveren.

#MeToo is een noodkreet van het seculier-liberaal gedachtegoed

Het Weinstein-virus is hardnekkiger gebleken dan gedacht. Niet alleen wordt er in de glamourwereld van de filmindustrie aan de bel getrokken, wanneer het aankomt op seksueel misbruik en intimidatie, maar ook bij alledaagse gelegenheden waar mannen en vrouwen samenkomen is hier sprake van. Er is sprake van een wereldwijd probleem. De hashtag-campagne #MeToo is slechts een uiting van een veel diepgaander probleem, dat door de jaren heen al meerdere malen vastgelegd is middels rapporten over verkrachting, seksueel misbruik en intimidatie.

De statistieken liegen er niet om. Volgens het laatste EU-onderzoek naar geweld tegen vrouwen, deden 42000 vrouwen uit 28 Europese landen mee aan het onderzoek. Hieruit bleek dat een op de twintig vrouwen in Europa is verkracht.

Volgens een Nederlands onderzoek van Rutgers, waar 8000 Nederlandse mannen en vrouwen aan meededen is dat in Nederland een op de negen. Een op de drie vrouwen gaf aan weleens het slachtoffer van seksueel geweld te zijn geweest en voor de mannen was dat een op de dertien. Fysieke seksuele grensoverschrijding, zoals het ongevraagd aanraken van de ander, in de leeftijdsgroep van 15 tot en met 24 jaar, was bij de vrouwen maar liefst 31% en 11% bij de mannen.

Echter richt de discussie die momenteel gevoerd wordt, zich heel specifiek op de ‘machocultuur’ van mannen, die al dan niet hun positie, macht of kracht misbruiken om hun wederhelft seksueel te misbruiken. De mannen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid, terwijl het aandeel van vrouwen krampachtig buiten schot wordt gehouden.

Wanneer er in een discussie gewezen wordt naar de vrouw, door bijvoorbeeld te wijzen naar bepaalde klederdracht, soort gedrag of omstandigheid, wordt het opgevat alsof men zegt dat het haar verdiende loon is, aangezien ze het zelf heeft uitgelokt. Dit zorgt er voor dat verschillende argumenten regelmatig de revue passeren, zoals; “een schaars geklede vrouw mag geen rechtvaardiging zijn voor de man om zich aan haar te vergrijpen”. Of ‘’een vrouw mag zich kleden en gedragen zoals zij dat wilt zonder lastiggevallen te worden.”

Oorzaak en rechtvaardiging

Wat men hier doet is dat men twee zaken door elkaar haalt, namelijk oorzaak en rechtvaardiging. Seksuele intimidatie of geweld is nooit een rechtvaardiging voor iemands gedrag. Het is fout en het mag nooit gebeuren. Maar dit staat los van het benoemen van eventuele oorzaken die mogelijk ertoe hebben geleid.   

Dit is vergelijkbaar met een arts die constateert dat een patiënt een longaandoening heeft door roken. De longarts geeft geen rechtvaardiging voor de ziekte, als hij zou zeggen “je hebt een longaandoening die veroorzaakt wordt door roken.” Wat hij doet is enkel aangeven wat de oorzaak is van deze aandoening.

Daarnaast is enkel de schuld schuiven op de mannen onjuist en belangrijker nog, het raakt de essentie van dit ingrijpende probleem niet, waardoor noch de oorzaak, noch de remedie voor het probleem gevonden kan worden. Daarom is het noodzakelijk om terug te redeneren naar de oorzaken van dit wijdverspreide probleem.

Seksuele intimidatie is een menselijk probleem

Dit gezegd te hebben, de kwestie is niet dat we het opnemen voor de mannen tegenover de vrouwen of andersom. De kwestie is dat het geen specifiek mannenprobleem is, maar een menselijk probleem, waar mannen en vrouwen een aandeel in hebben. Seksuele intimidatie komt bij beide seksen voor. Ook de vrouw kan zich eenzijdig ongewenst seksueel opdringen aan de man.

Dat de een oververtegenwoordigd is maakt geen verschil. Het draait niet om wie het grootste aandeel hierin heeft, maar dat er een probleem voortkomt uit de samenkomst tussen de man en de vrouw.

Van nature zijn beide seksen zo geschapen, dat zij zich tot elkaar aangetrokken voelen. Deze neiging is natuurlijk en gezond. Het probleem ligt niet in het feit dat deze neiging bestaat, maar de wijze waarop het wordt gereguleerd.

De kwestie is dus niet zozeer een kwestie van de man of de vrouw, maar een kwestie van hoe men de relatie tussen mannen en vrouwen in de samenleving ordent. Dit is waar zowel het probleem als de oplossing ligt.

Op dit moment wordt in meer of mindere mate deze relatie gereguleerd volgens het seculiere liberale gedachtegoed, ofwel het kapitalisme welke de meest dominante ideologie is en volgens wiens model wereldwijd, staat en samenleving geordend worden.

De mens volgens het seculier liberalisme

Het seculier-liberaal gedachtegoed, stelt dat de mens op de eerste plaats een homo oeconomicus (economisch wezen) is die handelt uit eigenbelang. En die het ultieme geluk waar iedere mens naar op zoek is, kan realiseren wanneer hij zijn ‘talloze’ instincten en organische behoeften bevredigt met een maximum aan materiële zaken. De mate van succes en geluk wordt afgemeten aan de hand van de hoogte van het banksaldo, de grootte van het huis dat men bezit, het snelste en meest luxueuze voertuig dat men bestuurt en de mooiste vrouw die men heeft etc… Om hieraan te voldoen dient men als samenleving, maximale productie te leveren om zoals gezegd, de mens te voorzien in zijn ‘oneindige’ behoeften.   

Met andere woorden, de waarde van de mens wordt bepaald naargelang zijn nut in het productie - en consumptieproces. Dit maakt de mens, volgens deze visie, niets anders dan een product of een object waar een bepaalde waarde aan toegekend wordt.

Daarom is het niet vreemd dat de mens in de keten van productie voor de consumentenmaatschappij, gebruikt en misbruikt wordt. Zolang het maar winst en profijt oplevert. Dit vertaalt zich in de praktijk in de enorme entertainmentindustrie. Denk maar aan films, muziek, de modellenwereld, fashionwereld, maar ook in de productie- en consumptiemaatschappijen die de schoonheid van de vrouw gebruiken om meer winst te behalen.

Het valt niet te ontkennen dat deze visie ertoe heeft geleid dat de vrouw in de hoedanigheid van een commerciële waarde, verworden is tot een lustobject.

Seksuele vrijheden volgens het seculier liberalisme

Parallel hieraan heeft het seculier-liberaal gedachtegoed de mens in theorie onbegrensde vrijheden toegekend. In de context van de relatie tussen de mannen en vrouwen houdt dat in dat er nauwelijks grenzen zijn in het vormgeven van seksualiteit. Het seculier-liberaal gedachtegoed heeft geen moreel kompas en laat dit over aan de religies en godsdiensten die mensen wel of niet aanhangen.

In principe kan alles, waarom ook niet is de gedachte, zolang het met wederzijdse instemming gebeurt.

Maar zo schijnt het in de realiteit niet te werken. De visie van de vrouw als lustobject, de seksualisering van de samenleving, het doorgeschoten individualisme en de bijna grenzeloze vrijheden hebben ervoor gezorgd dat zelfs enkele regels zoals; wederzijdse instemming met de voet worden getreden.

Dit alles heeft bijgedragen aan de situatie waarin we ons vandaag de dag bevinden.

Islam

Islam heeft eveneens een ordeningsmodel van de samenleving, net zoals het seculier-liberaal gedachtegoed dat heeft, maar anders. Ook heeft het een specifieke regulering van de relatie tussen mannen en vrouwen in de samenleving.

Islam benadert ieder mens vanuit een menselijk perspectief en niet vanuit een commercieel oogpunt waaraan de mens afgemeten wordt. Islam beschouwt ieder mens ongeacht zijn afkomst, en religie als een levensvorm die Allah swt geëerd heeft.

“En voorzeker, Wij hebben de kinderen van Adam geëerd. Wij brachten hen op het land en op de zee. Wij gaven hun levensonderhoud van het goede en Wij bevoorrechtten hen met een privilege boven vele van de andere schepsels die Wij hebben geschapen.” (VBK: soera al Isra: vers 70)

Islam beschouwt de mens in de hoedanigheid als mens en lid van de samenleving, die instincten en organische behoeften heeft die bevredigd dienen te worden.

Het beschouwt de man en de vrouw als gelijkwaardig (bij Allah), maar niet als gelijk. Een man is anders dan een vrouw. Ze hebben verschillende rechten, plichten en verantwoordelijkheden.

Daarnaast heeft Islam voor beide seksen strikte reglementen voorgeschreven, inzake kledingvoorschriften in zowel de privésfeer als in de publieke ruimte. Ook in de omgangsvormen tussen de beide seksen heeft Islam welomlijnde richtlijnen voorgeschreven.

Islam beschouwt de vrouw niet als een lustobject, maar eert haar in haar hoedanigheid als mens, moeder, echtgenote en dochter die te allen tijde beschermd en gerespecteerd dient te worden. Zij legt zware straffen op tegen iedere vorm van seksuele intimidatie, aanranding of verkrachting.

Islam reguleert de relatie tussen mannen en vrouwen in een samenleving zodanig dat zowel de vrouw als de man beschermd zijn tegen iedere vorm van seksueel geweld en intimidatie.

Hoe opvallend is het dat juist de oplossingen voor de grote problemen waar het seculier-liberaal gedachtegoed mee te kampen heeft, liggen bij Islam. Maar ondanks de perfecte regulatie van de relatie tussen mannen en vrouwen, die de mensheid zal beschermen, wordt Islam door de aanhangers van het seculier-liberaal gedachtegoed gezien als vrouwonvriendelijk. Wat een contradictio in terminis.

 
Okay Pala
Mediavertegenwoordiger van Hizb ut Tahrir Nederland

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië