TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Orgaandonatie: wel of niet?

In 2020 is iedere Nederlandse staatsburger automatisch orgaandonor, tenzij men hiertegen bezwaar indient. Doet men dit niet, dan kunnen organen na het ‘“overlijden’” uit het lichaam gesneden worden en hergebruikt worden. Dit besluit heeft ook ingrijpende consequenties voor de moslimgemeenschap. Hoe moeten we als moslims hiermee omgaan?

De visie van Islam rondom orgaandonorschap

Het helpen van je medemens en je dienstbaar opstellen is zonder meer een nobele daad, zelfs na iemands dood. Zo moedigt Islam aan om dienstbaar te zijn tijdens het leven, maar ook na de dood, door bijvoorbeeld een waterput aan te leggen of een boom te planten, waar mensen profijt van kunnen hebben na iemands dood.

Ook heeft Islam, uit dienstbaarheid, het toegestaan om non-vitale organen en weefsel te doneren, zolang men leeft, zoals het doneren van een nier, huid of bloed. Met als voorwaarde dat het niet leidt tot de dood en waar geen restricties zijn opgelegd door Islam, zoals bijvoorbeeld bij het doneren van bepaalde cellen en weefsels, die afkomstig zijn van voortplantingsorganen, zoals sperma en eiercellen.

Dus enerzijds wordt dienstbaarheid ten opzichte van de medemens gemotiveerd en anderzijds wordt het niet geheel vrijgelaten en legt Islam beperkingen op bij het doneren. Dit komt omdat Islam de mens beperkte eigendoms- en bestedingsrechten toekent over zijn lichaam, zolang hij in leven is.

Het doneren van vitale organen daarentegen, zoals een hart of andere vitale organen, valt onder een andere categorie. Dit is omdat het doneren van dit soort organen uit het lichaam, zal leiden tot de dood. Dit valt onder zelfmoord en is niet toegestaan, zelfs als je een ander ermee kunt helpen.

Tot zover het donorschap tijdens iemands leven. 

Bij het doneren nadat men overleden is, komen de beperkte eigendoms- en bestedingsrechten te vervallen, want die waren geldig zolang iemand in leven is. Wanneer iemand komt te overlijden, vervallen de eigendoms- en bestedingsrechten over zowel zijn bezit als zijn lichaam, met uitzondering van bijvoorbeeld het opstellen van een testament. Hiermee wordt zelfs het doneren van non-vitale organen, waar hij bestedingsrecht over had toen hij in leven was, verboden.

Daarnaast kent Islam onschendbaarheid van het dode lichaam. Het is verboden om dode lichamen te verminken, voor welk doeleinde dan ook. Zij dienen met rust gelaten te worden. De Profeet (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:

“Het breken van de botten van een overleden persoon is hetzelfde als het breken ervan als hij zou leven.”

(overgeleverd door imam Ahmed, Aboe Dawoed, en Ibn Hibban).

Imam Ahmed heeft overgeleverd dat Amir ibn Hazm al-Ansari zei: “de Profeet van Allah zag dat ik leunde tegen een graf en zei”: “Doe geen kwaad tegen de eigenaar van dit graf.” Ook heeft de Profeet (صلى الله عليه وسلم) gezegd: “Het is beter voor iemand om op een brandend stukje houtskool te zitten dan op een graf  te zitten”.

(Imaam Moeslim, imaam Ahmed)

Daarnaast heeft de Profeet (صلى الله عليه وسلم) verboden om de lichamen van zowel de levenden als de overledenen te verminken. Het is overgeleverd door imaan al Boecharie van Abdoellah ibn Zaid al Ansari dat hij zei: “De Profeet van Allah vrede zij met hem, verbood plunderen en misvorming.”

Imam Ahmed, Ibn Maadjah, en An-Nasai hebben overgeleverd van Safwan b. Assal dat hij zei: de Profeet (صلى الله عليه وسلم) stuurde ons op een expeditie en zei: “Ga voort in de naam van Allah, en omwille van Allah. Vecht tegen degenen die niet in Allah geloven. Vermink niet, verraad niet en dood geen kinderen.”

Dus Islam ontneemt al het bestedingsrecht, van zowel de eigenaar van het lichaam na zijn overlijden, als een derde persoon die een orgaan of weefsel uit het lichaam wil verwijderen van een overledene.

Een andere doorslaggevende reden, waarom het niet toegestaan is om organen te doneren na het ‘“overlijden’”, is omdat de organen bruikbaar zijn zolang iemand leeft. Als de dood intreedt, zullen de organen niet meer bruikbaar zijn. Met andere woorden, worden de organen uit het lichaam verwijderd tijdens iemands leven, voordat de dood intreedt.

Dit is omdat men een onderscheid maakt tussen klinisch dood en dood. Iemand met een zwaar hersenletsel of een hersenstamletsel, waarvan de organen nog werken, wordt beschouwd als klinisch dood, terwijl volgens Islam de ziel het lichaam nog niet heeft verlaten. Er is een geval bekend, waarbij een vrouw in een dergelijke toestand nog een gezond kindje gebaard heeft en er zijn gevallen bekend, dat na het loskoppelen van het beademingsapparaat, het lichaam door blijft functioneren en door blijft leven.

De geleerden in Islam hanteren de klassieke doodskenmerken die waarneembaar zijn bij een overledene, als maatstaf om iemand dood te verklaren. Zoals het niet ademen, een openstaande mond, starende ogen, het inzakken van de slapen, het kantelen van de neus, naar buiten hangende onderarmen en slappe voeten en in bepaalde twijfelgevallen verandering in lichaamsgeur. Want zekerheid gaat boven twijfel en onzekerheid. De dood en de drastische gevolgen dienen te allen tijde te berusten op zekerheid, dat de dood daadwerkelijk haar intrede heeft gedaan.

Dus volgens de geleerden van Islam, dient de dood samen te gaan met het afsterven van de hersenstam en alle vitale organen zoals, het hart, de longen en de lever. En wanneer dit feitelijk plaatsvindt, dan zijn de organen niet bruikbaar als donor.

Dus het argument van sommige moslims om donorschap na het overlijden goed te keuren door het vers in Soera al-Maida; aya 32 als argument te gebruiken, gaat niet op aangezien het schenken van leven geen vrijbrief is om eerst een ander van zijn leven te beroven.

“ ...wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij het gehele mensdom had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken…” (BVK soera al- maida, aya 32)

Kritische noot bij het “liberale gedachtegoed” over donorschap

Terwijl binnen de Islamitische jurisprudentie meningsverschillen zijn over donorschap, waarbij de totstandkoming van een oordeel sterk afhangt van het begrip van de realiteit van donorschap en de daaraan gerelateerde Islamitische teksten, is er geen meningsverschil over een staat, die het lichaam van een overledene kan claimen en beschouwen als ‘staatseigendom’.

Het frappante is dat Islam door de leden van de seculier-liberale ideologie, beschouwd wordt als onderdrukkend en autoritair, terwijl juist de leden van dit seculier liberale gedachtegoed, initieel de claim leggen op nota bene het lichaam van het individu na zijn ‘“dood’”.

Het feit dat een persoon achteraf bezwaar mag maken om geen donor te zijn, verandert niets aan het begrip van de leden van de  seculier-liberale ideologie, die het besluit hebben genomen om de claim te leggen op het lichaam. De contradictie tussen dit besluit en de ideologie, die juist gestoeld is op de vrijheden van het individu, is buitengewoon opmerkelijk.

De dubbele maat, die we vaak zien als het gaat om Islam-gerelateerde kwesties, lijkt dus iets inherents aan de seculier-liberale ideologie te zijn.

Als moslimgemeenschap dienen we hier alert op te zijn en we dienen niet meegesleurd te worden door de hype. En belangrijker, we dienen ons te allen tijde vast te houden aan de Islamitische visie en oordelen.

Okay Pala

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#MeToo is een noodkreet van het seculier-liberaal gedachtegoed

Het Weinstein-virus is hardnekkiger gebleken dan gedacht. Niet alleen wordt er in de glamourwereld van de filmindustrie aan de bel getrokken, wanneer het aankomt op seksueel misbruik en intimidatie, maar ook bij alledaagse gelegenheden waar mannen en vrouwen samenkomen is hier sprake van. Er is sprake van een wereldwijd probleem. De hashtag-campagne #MeToo is slechts een uiting van een veel diepgaander probleem, dat door de jaren heen al meerdere malen vastgelegd is middels rapporten over verkrachting, seksueel misbruik en intimidatie.

De statistieken liegen er niet om. Volgens het laatste EU-onderzoek naar geweld tegen vrouwen, deden 42000 vrouwen uit 28 Europese landen mee aan het onderzoek. Hieruit bleek dat een op de twintig vrouwen in Europa is verkracht.

Volgens een Nederlands onderzoek van Rutgers, waar 8000 Nederlandse mannen en vrouwen aan meededen is dat in Nederland een op de negen. Een op de drie vrouwen gaf aan weleens het slachtoffer van seksueel geweld te zijn geweest en voor de mannen was dat een op de dertien. Fysieke seksuele grensoverschrijding, zoals het ongevraagd aanraken van de ander, in de leeftijdsgroep van 15 tot en met 24 jaar, was bij de vrouwen maar liefst 31% en 11% bij de mannen.

Echter richt de discussie die momenteel gevoerd wordt, zich heel specifiek op de ‘machocultuur’ van mannen, die al dan niet hun positie, macht of kracht misbruiken om hun wederhelft seksueel te misbruiken. De mannen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid, terwijl het aandeel van vrouwen krampachtig buiten schot wordt gehouden.

Wanneer er in een discussie gewezen wordt naar de vrouw, door bijvoorbeeld te wijzen naar bepaalde klederdracht, soort gedrag of omstandigheid, wordt het opgevat alsof men zegt dat het haar verdiende loon is, aangezien ze het zelf heeft uitgelokt. Dit zorgt er voor dat verschillende argumenten regelmatig de revue passeren, zoals; “een schaars geklede vrouw mag geen rechtvaardiging zijn voor de man om zich aan haar te vergrijpen”. Of ‘’een vrouw mag zich kleden en gedragen zoals zij dat wilt zonder lastiggevallen te worden.”

Oorzaak en rechtvaardiging

Wat men hier doet is dat men twee zaken door elkaar haalt, namelijk oorzaak en rechtvaardiging. Seksuele intimidatie of geweld is nooit een rechtvaardiging voor iemands gedrag. Het is fout en het mag nooit gebeuren. Maar dit staat los van het benoemen van eventuele oorzaken die mogelijk ertoe hebben geleid.   

Dit is vergelijkbaar met een arts die constateert dat een patiënt een longaandoening heeft door roken. De longarts geeft geen rechtvaardiging voor de ziekte, als hij zou zeggen “je hebt een longaandoening die veroorzaakt wordt door roken.” Wat hij doet is enkel aangeven wat de oorzaak is van deze aandoening.

Daarnaast is enkel de schuld schuiven op de mannen onjuist en belangrijker nog, het raakt de essentie van dit ingrijpende probleem niet, waardoor noch de oorzaak, noch de remedie voor het probleem gevonden kan worden. Daarom is het noodzakelijk om terug te redeneren naar de oorzaken van dit wijdverspreide probleem.

Seksuele intimidatie is een menselijk probleem

Dit gezegd te hebben, de kwestie is niet dat we het opnemen voor de mannen tegenover de vrouwen of andersom. De kwestie is dat het geen specifiek mannenprobleem is, maar een menselijk probleem, waar mannen en vrouwen een aandeel in hebben. Seksuele intimidatie komt bij beide seksen voor. Ook de vrouw kan zich eenzijdig ongewenst seksueel opdringen aan de man.

Dat de een oververtegenwoordigd is maakt geen verschil. Het draait niet om wie het grootste aandeel hierin heeft, maar dat er een probleem voortkomt uit de samenkomst tussen de man en de vrouw.

Van nature zijn beide seksen zo geschapen, dat zij zich tot elkaar aangetrokken voelen. Deze neiging is natuurlijk en gezond. Het probleem ligt niet in het feit dat deze neiging bestaat, maar de wijze waarop het wordt gereguleerd.

De kwestie is dus niet zozeer een kwestie van de man of de vrouw, maar een kwestie van hoe men de relatie tussen mannen en vrouwen in de samenleving ordent. Dit is waar zowel het probleem als de oplossing ligt.

Op dit moment wordt in meer of mindere mate deze relatie gereguleerd volgens het seculiere liberale gedachtegoed, ofwel het kapitalisme welke de meest dominante ideologie is en volgens wiens model wereldwijd, staat en samenleving geordend worden.

De mens volgens het seculier liberalisme

Het seculier-liberaal gedachtegoed, stelt dat de mens op de eerste plaats een homo oeconomicus (economisch wezen) is die handelt uit eigenbelang. En die het ultieme geluk waar iedere mens naar op zoek is, kan realiseren wanneer hij zijn ‘talloze’ instincten en organische behoeften bevredigt met een maximum aan materiële zaken. De mate van succes en geluk wordt afgemeten aan de hand van de hoogte van het banksaldo, de grootte van het huis dat men bezit, het snelste en meest luxueuze voertuig dat men bestuurt en de mooiste vrouw die men heeft etc… Om hieraan te voldoen dient men als samenleving, maximale productie te leveren om zoals gezegd, de mens te voorzien in zijn ‘oneindige’ behoeften.   

Met andere woorden, de waarde van de mens wordt bepaald naargelang zijn nut in het productie - en consumptieproces. Dit maakt de mens, volgens deze visie, niets anders dan een product of een object waar een bepaalde waarde aan toegekend wordt.

Daarom is het niet vreemd dat de mens in de keten van productie voor de consumentenmaatschappij, gebruikt en misbruikt wordt. Zolang het maar winst en profijt oplevert. Dit vertaalt zich in de praktijk in de enorme entertainmentindustrie. Denk maar aan films, muziek, de modellenwereld, fashionwereld, maar ook in de productie- en consumptiemaatschappijen die de schoonheid van de vrouw gebruiken om meer winst te behalen.

Het valt niet te ontkennen dat deze visie ertoe heeft geleid dat de vrouw in de hoedanigheid van een commerciële waarde, verworden is tot een lustobject.

Seksuele vrijheden volgens het seculier liberalisme

Parallel hieraan heeft het seculier-liberaal gedachtegoed de mens in theorie onbegrensde vrijheden toegekend. In de context van de relatie tussen de mannen en vrouwen houdt dat in dat er nauwelijks grenzen zijn in het vormgeven van seksualiteit. Het seculier-liberaal gedachtegoed heeft geen moreel kompas en laat dit over aan de religies en godsdiensten die mensen wel of niet aanhangen.

In principe kan alles, waarom ook niet is de gedachte, zolang het met wederzijdse instemming gebeurt.

Maar zo schijnt het in de realiteit niet te werken. De visie van de vrouw als lustobject, de seksualisering van de samenleving, het doorgeschoten individualisme en de bijna grenzeloze vrijheden hebben ervoor gezorgd dat zelfs enkele regels zoals; wederzijdse instemming met de voet worden getreden.

Dit alles heeft bijgedragen aan de situatie waarin we ons vandaag de dag bevinden.

Islam

Islam heeft eveneens een ordeningsmodel van de samenleving, net zoals het seculier-liberaal gedachtegoed dat heeft, maar anders. Ook heeft het een specifieke regulering van de relatie tussen mannen en vrouwen in de samenleving.

Islam benadert ieder mens vanuit een menselijk perspectief en niet vanuit een commercieel oogpunt waaraan de mens afgemeten wordt. Islam beschouwt ieder mens ongeacht zijn afkomst, en religie als een levensvorm die Allah swt geëerd heeft.

“En voorzeker, Wij hebben de kinderen van Adam geëerd. Wij brachten hen op het land en op de zee. Wij gaven hun levensonderhoud van het goede en Wij bevoorrechtten hen met een privilege boven vele van de andere schepsels die Wij hebben geschapen.” (VBK: soera al Isra: vers 70)

Islam beschouwt de mens in de hoedanigheid als mens en lid van de samenleving, die instincten en organische behoeften heeft die bevredigd dienen te worden.

Het beschouwt de man en de vrouw als gelijkwaardig (bij Allah), maar niet als gelijk. Een man is anders dan een vrouw. Ze hebben verschillende rechten, plichten en verantwoordelijkheden.

Daarnaast heeft Islam voor beide seksen strikte reglementen voorgeschreven, inzake kledingvoorschriften in zowel de privésfeer als in de publieke ruimte. Ook in de omgangsvormen tussen de beide seksen heeft Islam welomlijnde richtlijnen voorgeschreven.

Islam beschouwt de vrouw niet als een lustobject, maar eert haar in haar hoedanigheid als mens, moeder, echtgenote en dochter die te allen tijde beschermd en gerespecteerd dient te worden. Zij legt zware straffen op tegen iedere vorm van seksuele intimidatie, aanranding of verkrachting.

Islam reguleert de relatie tussen mannen en vrouwen in een samenleving zodanig dat zowel de vrouw als de man beschermd zijn tegen iedere vorm van seksueel geweld en intimidatie.

Hoe opvallend is het dat juist de oplossingen voor de grote problemen waar het seculier-liberaal gedachtegoed mee te kampen heeft, liggen bij Islam. Maar ondanks de perfecte regulatie van de relatie tussen mannen en vrouwen, die de mensheid zal beschermen, wordt Islam door de aanhangers van het seculier-liberaal gedachtegoed gezien als vrouwonvriendelijk. Wat een contradictio in terminis.

 
Okay Pala
Mediavertegenwoordiger van Hizb ut Tahrir Nederland

Stilstaan bij het wonder van de Koran

De Koran beschikt over primaire betekenissen en andere secundaire betekenissen, die zich kenmerken door de systematiek, de stijl van uitdrukking en de kracht in welbespraaktheid. De eloquentie en prachtige stijl van deze secundaire betekenissen, kunnen enkel begrepen worden door degene die zich deze taal eigen maakt in al haar facetten, en zelf bewust is van de onmogelijkheid om iets soortgelijks voort te brengen. De niet-Arabier is zich echter enkel bewust van de primaire betekenissen van de woorden, en staat niet stil bij de eloquente en verheven stijl van de secundaire betekenissen, zonder zich te beroepen op bewijsvoering van anderen.

Wanneer de moslim de Arabische taal niet machtig is, dan dient deze zich te beroepen op een vertaalde betekenis in een taal die hij wel beheerst. Hoe goed deze taal of eloquent deze ook is, het brengt enkel de primaire betekenissen tot uitdrukking en niet de secundaire. We ontkennen niet dat er in de andere talen welbespraaktheid bestaat, wel ontkennen we dat haar welbespraaktheid ook zelfs maar in de buurt komt van het Arabisch. Of dat ook maar de aanduidingen van haar taaluitingen overeenkomen met de betekenissen, helderheid en uniekheid van het Arabisch. Een voorbeeld in deze is de volgende uitspraak van Allah:

أَلَكُمُ الذَّكَرُ وَلَهُ الْأُنثَىٰ تِلْكَ إِذًا قِسْمَةٌ ضِيزَىٰ

“Zijn voor jullie de mannelijke wezens en voor Hem de vrouwelijke?" Dat is dan een oneerlijke verdeling” (VBK soera An Nadjm, aaya 21-22)

De algemene oorspronkelijke vertaling is dat de verdeling ‘oneerlijk is’. Dit is in de verschillende talen als volgt vertaald:

Duits:

“Verteilt ihr die Geschlechter so, da euch das männliche Geschlecht und Ihm das weibliche gehrt? Das wäre eine ungerechte Verteilung!”

Frans: 

“Sera-ce à vous le garçon et à Lui la fille? Que voilà donc un partage injuste!” 

Engels:

“Is it for you the males and for Him the females? That indeed is a division most unfair!” 

Nederlands: 

“Zijn voor jullie de mannelijke wezens en voor Hem de vrouwelijke? Dat is dan een oneerlijke verdeling!”

Echter brengen de vertalingen de eloquente betekenis niet over, op een manier waarbij een diepte in woordkeuze tot uiting komt, die passend is bij de context. Bij de verzen zijn er gewone woorden gebruikt, op een niet-bijzondere wijze. Om de eloquentie van deze verzen te begrijpen, dienen we stil te staan bij de omstandigheden waarin deze verzen zijn geopenbaard. Dit was dat de ongelovige Arabieren uitspraken hebben gedaan, waarmee zij drie soorten van ongeloof hebben begaan:

1. Het belichamen van de goden;

2. Zij beschouwden zichzelf beter dan de goden, omdat zij de goden als vrouwen afbeeldden, terwijl zij de mannen als superieur beschouwden.

3. Dat zij de engelen als vrouwen beschouwden, terwijl zij de vrouwen minachtten en elkaar, wanneer ze elkaar uitscholden, de term vrouw hanteerden.

Daarom heeft Allah جل جلاله niet de Arabische term voor ‘onrechtvaardige verdeling’ (qismatoen dhaalima) of ‘onvolledig verdeling’ (qismatoen naaqisa) of ‘oneerlijke verdeling’ (qismatoen ghairoe ‘aadila) gebruikt, maar heeft Hij جل جلاله: "qismaatoen dhiezaa" gebruikt op deze plek. Hij جل جلاله is dus gekomen met een vreemd woord, met een harde klank, wat een veroordelende toon overbrengt (door het gebruik van de letter ‘daadh’). Derhalve zouden de woorden ‘onrechtvaardig’, ‘onvolledig’ en ‘oneerlijk’ niet op hun plaats zijn, ondanks dat deze allen dezelfde betekenis hebben. Dit is iets wat iemand die het Arabisch niet beheerst, niet kan begrijpen en de eloquentie en zoete smaak hiervan kan hij niet bevatten.

Bron:  De Islamitische Identiteit p.37-39, Hizb ut Tahrir- Europa

Het verschil tussen de Koran en de Hadith Qoedsi

Sjeich Taqiuddin an-Nabhani (rahimahoellaah) zet in het boek 'De Islamitische Persoonlijkheid', (As Shakshsiyya al-Islamiyyah, Vol.1) de belangrijkste verschillen tussen de Koran en de Hadith Qoedsi uiteen. 

De Hadith Qoedsi is ahad overgeleverd, inzake de Profeet (صلى الله عليه وسلم), met een keten (isnaad) die teruggaat naar de Schepper. Hoewel het in de meeste gevallen in oorsprong wordt toegeschreven aan Allah, wordt het tevens toegeschreven aan de Profeet (صلى الله عليه وسلم), omdat hij informeert over Allah. Dit in tegenstelling tot de Koran, welke uitsluitend aan Allah wordt toegeschreven.

Er wordt dan gezegd:

قال الله تعالى

'Allah, De Verhevene heeft gezegd'

En in de Hadith Qoedsi:

قال رسول الله (صلى الله عليه و سلم) فيما يرويه عن ربه

'De Boodschapper van Allah heeft gezegd, over hetgeen dat hij heeft overgeleverd van Zijn Heer'

Of:

قال الله تعالى فيما رواه عنه رسول الله صلى الله عليه و سلم

'Allah heeft gezegd, betreffende hetgeen dat de Boodschapper van Allah van Hem heeft overgeleverd'

De betekenis van beide constructies komt overeen.

In het geval van de Koran is zowel de bewoording als de betekenis afkomstig van Allah, gebaseerd op openbaring. Bij de Hadith Qoedsi is de bewoording van de Profeet (صلى الله عليه و سلم) en de betekenis van Allah, middels inspiratie (ilhaam) of slaap (manaam). De bewoording van de Koran is een moe'djizah (wonder), geopenbaard via Djibriel (عليه السلام). De Hadith Qoedsi is geen wonder, noch is er sprake van een intermediair.

Wie zal de wereldwijde vluchtelingencrisis oplossen?

Al decennialang lijden de Rohingya in Myanmar aan sociale discriminatie, welke gepaard gaat met structurele aanvallen, waarbij het leger van Myanmar betrokken is. De regering erkent niet eens de naam ‘Rohingya’[1]. Human Rights Watch, tezamen met andere organisaties, brengt al sinds april 2013 verslag uit over de manier waarop extreme boeddhistische monniken[2], zich schuldig maken aan een golf van geweld jegens de moslims. De Rohingya worden geterroriseerd en bestempeld als illegale Bengaalse immigranten. Velen hebben hun huizen achtergelaten en zijn op de vlucht geslagen. Momenteel leven duizenden Rohingya in gammele hutten. 

In mei 2015 probeerden Rohingya vluchtelingen Maleisië te bereiken terwijl de onderminister, Wan Junaidi, erop aandrong dat zij terug dienden te gaan naar hun eigen land. Bangladesh had reeds haar grenzen afgesloten met Myanmar. Desondanks hebben duizenden Rohingya vluchtelingen hun toevlucht gezocht in de omliggende dorpen. Tijdens een interview in 2012, verklaarde de premier van Bangladesh, Hasina Wajed, dat het niet de verantwoordelijkheid van Bangladesh is om alle vluchtelingen te helpen. Op 5 december 2016 heeft de minister van Buitenlandse Zaken, Abul Hasan Mahmood, het volgende gezegd: “Wij zijn bezig met het oplossen van deze kwestie door middel van samenwerking met internationale organisaties, via verschillende kanalen.” Met andere woorden, het werd niet beschouwd als een Bengaalse aangelegenheid, maar als de last van een ander. 

Medeplichtigheid van de Verenigde Staten 

De naburige moslimlanden hebben de Rohingya moslimvluchtelingen overgelaten aan de wreedheid van het Birmese leger. Ondertussen heeft de Amerikaanse regering verder bijgedragen aan de ellende, door haar banden te versterken met de junta van Myanmar. Dit leidde tot het opheffen van sancties in oktober van vorig jaar. De Verenigde Staten prees Myanmar voor haar progressie die ze had geboekt en uitte enkel symbolische kritiek, vanwege de vele arrestaties van de Rohingya. Ondanks de overvloed aan bewijzen inzake de etnische zuivering van de moslims, waarbij duizenden mensen zijn omgekomen, heeft de Verenigde Staten deze situatie geaccepteerd, door stilzwijgend toe te kijken hoe de Rohingya worden vervolgd en door Aung San Suu Kyi te steunen. 

Het vluchtelingenprobleem vanuit een mondiaal perspectief

Het vluchtelingenprobleem is niet beperkt tot een land of regio, maar is een mondiaal probleem. Terwijl het buiten de strekking van dit artikel valt, om te onderzoeken waarom er zoveel vluchtelingen zijn, zijn de huidige statistieken over het aantal vluchtelingen duizelingwekkend: 

Er zijn wereldwijd 65 miljoen vluchtelingen. Hiervan bevinden 21 miljoen personen zich buiten hun thuisland. Elke dag worden 34 duizend mensen vluchteling en de wachttijd in een vluchtelingenkamp bedraagt gemiddeld 17 jaar. Vierenvijftig procent van de vluchtelingen komt uit de volgende drie landen: Syrië (4,9 miljoen), Afghanistan (2.7 miljoen) en Somalië (1,1 miljoen). Aan het einde van 2015 vormde Syrië de grootste bron van vluchtelingen en asielaanvragen. 

De cijfers buigen zich niet over de mate van fysieke en- emotionele uitputting van deze mensen, wanneer zij hun land, families en huizen moeten verlaten, met geringe proviand en vaak vergezeld door kinderen. 

De wereld heeft gefaald met betrekking tot de vluchtelingenproblematiek

De wijze waarop de Verenigde Naties de benarde vluchtelingensituatie heeft aangepakt, kan op zijn zachtst gezegd een fiasco genoemd worden. In haar ‘Convention Relating to the Status of Refugees’ die teruggaat tot 1951, is bewezen dat de VN niets meer is dan een veredeld praatclubje, doordrenkt met overdreven retoriek en beloften, zonder een werkelijk mechanisme, dat garandeert dat landen vluchtelingen zullen opvangen, of dat ze de kosten zullen delen als het gaat om de overplaatsing van miljoenen mensen.

De nutteloosheid van de VN is zo schrijnend, dat zelfs de misdadigers in Myanmar veronderstelden dat er niets zinvols uit de onderzoeken van de VN zou komen. Het verzoek van Aung San Suu Kyi aan Kofi Annan, de voormalige secretaris-generaal van de VN, was dat er een adviserende commissie opgericht moest worden voor de staat Rakhine, die de wreedheden jegens de Rohingya moest beëindigen en ‘vrede’ moest promoten.

Bij de laatste VN-top aangaande de vluchtelingenkwestie, in september 2016, werd  de hoge commissaris van de VN, Zeid Ra’ad al Hussein, gedwongen om het volgende toe te geven:

“De bittere waarheid is dat deze topconferentie is georganiseerd, omdat wij ernstig hebben gefaald. Gefaald wat betreft het lijden van het Syrische volk, gefaald wat betreft anderen die nu in chronische conflictzones vertoeven. Miljoenen migranten (die veel meer verdienen dan een leven dat gekenmerkt wordt door constante vernedering en wanhoop) hebben wij aan hun lot overgelaten.’’

Gedurende deze laatste conferentie werd er ook te kennen gegeven, dat er door natiestaten onderhandeld zal worden over een nieuwe opzet in 2018, inzake de bejegening van vluchtelingen en de veilige doortocht van migranten. Echter zal dit ook geen soelaas bieden, omdat net zoals alle andere verklaringen aangaande het vluchtelingenprobleem, de betreffende natiestaten niet verplicht zijn om zich hieraan te conformeren. Dientengevolge kan het veronachtzaamd worden, indien het niet conform de nationale belangen is. 

Vluchtelingen aan hun lot overlaten is funest gebleken, getuige de tragische realiteit van de afgelopen jaren en de respons van Europese staten, naar aanleiding van de komst van duizenden Syrische vluchtelingen. Europese landen hebben hun grenzen gesloten, vluchtelingen in detentiekampen gehouden en families uit elkaar gedreven Ze hebben de meest onderdrukte mensen behandeld als criminelen, door vingerafdrukken van hen te nemen en ‘identity-tags’ uit te voeren.

Het onteren van vluchtelingen door de westerse wereld is geen nieuwe fenomeen. In de afgelopen twintig jaar, hebben meerdere rapporten aangetoond hoe geïndustrialiseerde staten een reeks aan beperkende beleidsmaatregelen hebben doorgevoerd, ten opzichte van de vluchtelingen en migranten. Zelfs voor de Brexit en Donald Trump was dit al een trend. Negatieve en- inaccurate berichtgeving van de media en de xenofobische retoriek van politici en overheidsfunctionarissen, hebben bijgedragen aan een klimaat van vijandigheid jegens deze groep. Er heerst een alarmerende toename van geweld jegens asielzoekers, vluchtelingen en migranten. Het geciviliseerde Westen heeft al haar geloofwaardigheid op het vlak van zowel haar normen, waarden en gedragingen verloren, als het aankomt op de bejegening van de behoeftigen. 

Vluchtelingen overgelaten aan liefdadigheidsinstellingen en hulporganisaties 

Het falen van internationale organisaties en natiestaten, in de aanpak van de wereldwijde vluchtelingenproblematiek, heeft ervoor gezorgd dat er een grotere rol is weggelegd voor niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) en hulpinstanties. Echter kan liefdadigheid op zichzelf de vluchtelingenproblematiek niet oplossen en fungeert het slechts als een tijdelijke verlichting van de pijn.

Ondanks de oprechte intenties van de NGO’s en hulpinstanties, zijn zij erg beperkt wat betreft financiën, omvang en vermogen. Het is bekend dat NGO’s [5] en hulpinstanties[ 6] ingezet kunnen worden door regeringen, waardoor hun vermogen om te helpen wordt gedwarsboomd. Bovendien zijn zij vatbaar voor het politieke klimaat, waarin zij opereren en zijn zij afhankelijk van de band met en tussen de verschillende natiestaten. Indien een regering bijvoorbeeld sancties oplegt of de instantie restricties oplegt, worden zij wederom belemmerd in hun handelingen. Indien er militaire zones en fysieke barrières zijn, zullen zij inactief zijn en de staat kan het volk voorzien van hulp of hen evacueren voor politieke doeleinden. 

Kapitalisme kan de vluchtelingen niet helpen

De wereldwijde vluchtelingenproblematiek toont aan, dat het kapitalisme en de kapitalistische visie niet in staat zijn gebleken om een oplossing te bieden voor de benarde situatie van de vluchtelingen. Een wereld vol natiestaten, die enkel  worden gedreven door eigen belang en materieel gewin, kan onmogelijk een serieuze oplossing aanreiken, wanneer het gaat om mensen die in misère leven, hun huizen zijn ontvlucht en op zoek zijn naar onderdak. Elke vorm van hulp, financieel of een andere vorm van hulp, wordt gedreven door een geheim motief. Tegelijkertijd moeten politici en regeringen het volk uitleggen, waarom belastingbetalers buitenlanders financieren, ten koste van binnenlandse aangelegenheden. Internationale instanties zijn verlamd, door toedoen van de dominantie van de grote mogendheden, die de agenda aan het dicteren zijn conform hun belangen. Het is tijd voor een andere visie aangaande de vluchtelingenkwestie.

Islam- enkel een staat kan de vluchtelingen te hulp schieten

Het islamitische concept van het helpen van degenen die in nood verkeren, is tegenstrijdig aan die van het kapitalisme. Het plaatst de mensen namelijk boven het eigenbelang en is werkelijk altruïstisch. Een Khilafah staat zal nooit en te nimmer achterover leunen en toekijken hoe de vluchtelingen van het kastje naar de muur worden gestuurd. 

Er zijn genoeg historische voorbeelden, waaruit blijkt dat de Islamitische staat een toevluchtsoord was voor vluchtelingen:

Na de verdrijving van de Joden in Spanje, in 1492, nam de Khalifah, Beyazid II een regeringsbesluit om de Joden op te vangen in de Ottomaanse Khilafah. Er werden zelfs boten gestuurd om hen op te vangen. Uiteindelijk arriveerden 250.000 vluchtelingen, die zich voornamelijk in Istanbul en Thessaloniki vestigden.

Rond 1570 vluchtten de unitaristische christenen (die de drie-eenheid verwierpen) om vervolgingen van hun christelijke broeders te ontlopen. Ze werden ondergebracht in de islamitische landen.

Na de Russische invasie in Krim, in 1784 en de Kaukasus in 1864, gingen de moslims die in deze regio woonachtig waren, zowel te voet als met schepen richting Anatolië en vestigden zich in de beschikbare dorpen en steden. In de achttiende eeuw vluchtten de Kozakken (naar aanleiding van de vervolging van de orthodoxe kerk) naar de Ottomaanse staat. Ze verbleven in de stad Balikesir.

Ongeveer 200.000 tsaristische Russen werden verscheept naar Istanbul gebracht nadat ze zich hadden verzet tegen de bolsjewieken (Russische Revolutie), waarna er vervolgens een burgeroorlog uitbrak. Eerst werden zij ondergebracht in vluchtelingenkampen, waarna ze werden overgeplaatst naar permanente verblijfplaatsen (woningen).

De historicus Stanford Shaw schreef in het boek ‘Jews, Turks, and Ottomans: Fifteenth through Twentieth Century’: ‘’Het Ottomaanse Rijk heeft eeuwenlang als veilige thuishaven gediend voor joodse vluchtelingen uit Europa. De grootschalige migrantenstroom in de vijftiende en zestiende eeuw, van joden uit Spanje, Portugal en andere Europese landen is welbekend…Echter is er minder bekend over de latere migrantenstroom van de joodse populatie naar het Ottomaanse Rijk. Toch bleven Europese joden zich door de jaren heen, individueel of in kleine groepen vestigen in Ottomaanse gebieden, op basis van politieke, economische of religieuze redenen. In de 19e eeuw en aan het begin van de 20e eeuw  nam de toestroom van Europese joden weer toe in het krimpende Ottomaanse Rijk.’’

De vrijgevigheid van de Ottomaanse Khilafah, gedurende de grote hongersnood in Ierland (in 1845) is goed gedocumenteerd. De Khalifah Abdul Majid I zei het volgende over het helpen van anderen, in navolging van de Islamitische richtlijnen:

‘’Mijn religie dwingt mij om de wetten der gastvrijheid in acht te nemen’’

De moslims hebben al  een gevestigd concept (sadaqah) als het gaat om onbaatzuchtige liefdadigheid, zonder materieel winstbejag. Dit concept is vandaag de dag van cruciaal belang en dient toegepast en gepromoot te worden, op zowel politiek als staatsniveau, zodat miljoenen vluchtelingen die de wereld heden ten dage kent, opgevangen kunnen worden en zich kunnen vestigen. Door dit toe te passen, voert de oemmah niet slechts haar plicht uit richting de rest van de mensheid, maar laat zij de wereld ook de rechtvaardigheid van Islam zien.

1.http://www.nytimes.com/2016/05/07/world/asia/myanmar-rohingya-aung-san-suu-kyi.html?_r=0

2.http://www.theatlantic.com/international/archive/2013/04/969-the-strange-numerological-basis-for-burmas-religious-violence/274816/

3.https://www.theguardian.com/world/2015/may/13/malaysia-tells-thousands-of-rohingya-refugees-to-go-back-to-your-country

4.http://www.thedailystar.net/country/bangladesh-trying-resolve-rohingya-crisis-1325554

5.https://theintercept.com/2015/10/26/pentagon-missionary-spies-christian-ngo-front-for-north-korea-espionage/

6.https://www.philanthropy.com/article/Venezuelan-Politicians-Claim/211571

7.http://www.khilafah.com/how-the-khilafah-aided-the-irish-during-the-famine-of-1845/



 

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië