TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Stilstaan bij het wonder van de Koran

De Koran beschikt over primaire betekenissen en andere secundaire betekenissen, die zich kenmerken door de systematiek, de stijl van uitdrukking en de kracht in welbespraaktheid. De eloquentie en prachtige stijl van deze secundaire betekenissen, kunnen enkel begrepen worden door degene die zich deze taal eigen maakt in al haar facetten, en zelf bewust is van de onmogelijkheid om iets soortgelijks voort te brengen. De niet-Arabier is zich echter enkel bewust van de primaire betekenissen van de woorden, en staat niet stil bij de eloquente en verheven stijl van de secundaire betekenissen, zonder zich te beroepen op bewijsvoering van anderen.

Wanneer de moslim de Arabische taal niet machtig is, dan dient deze zich te beroepen op een vertaalde betekenis in een taal die hij wel beheerst. Hoe goed deze taal of eloquent deze ook is, het brengt enkel de primaire betekenissen tot uitdrukking en niet de secundaire. We ontkennen niet dat er in de andere talen welbespraaktheid bestaat, wel ontkennen we dat haar welbespraaktheid ook zelfs maar in de buurt komt van het Arabisch. Of dat ook maar de aanduidingen van haar taaluitingen overeenkomen met de betekenissen, helderheid en uniekheid van het Arabisch. Een voorbeeld in deze is de volgende uitspraak van Allah:

أَلَكُمُ الذَّكَرُ وَلَهُ الْأُنثَىٰ تِلْكَ إِذًا قِسْمَةٌ ضِيزَىٰ

“Zijn voor jullie de mannelijke wezens en voor Hem de vrouwelijke?" Dat is dan een oneerlijke verdeling” (VBK soera An Nadjm, aaya 21-22)

De algemene oorspronkelijke vertaling is dat de verdeling ‘oneerlijk is’. Dit is in de verschillende talen als volgt vertaald:

Duits:

“Verteilt ihr die Geschlechter so, da euch das männliche Geschlecht und Ihm das weibliche gehrt? Das wäre eine ungerechte Verteilung!”

Frans: 

“Sera-ce à vous le garçon et à Lui la fille? Que voilà donc un partage injuste!” 

Engels:

“Is it for you the males and for Him the females? That indeed is a division most unfair!” 

Nederlands: 

“Zijn voor jullie de mannelijke wezens en voor Hem de vrouwelijke? Dat is dan een oneerlijke verdeling!”

Echter brengen de vertalingen de eloquente betekenis niet over, op een manier waarbij een diepte in woordkeuze tot uiting komt, die passend is bij de context. Bij de verzen zijn er gewone woorden gebruikt, op een niet-bijzondere wijze. Om de eloquentie van deze verzen te begrijpen, dienen we stil te staan bij de omstandigheden waarin deze verzen zijn geopenbaard. Dit was dat de ongelovige Arabieren uitspraken hebben gedaan, waarmee zij drie soorten van ongeloof hebben begaan:

1. Het belichamen van de goden;

2. Zij beschouwden zichzelf beter dan de goden, omdat zij de goden als vrouwen afbeeldden, terwijl zij de mannen als superieur beschouwden.

3. Dat zij de engelen als vrouwen beschouwden, terwijl zij de vrouwen minachtten en elkaar, wanneer ze elkaar uitscholden, de term vrouw hanteerden.

Daarom heeft Allah جل جلاله niet de Arabische term voor ‘onrechtvaardige verdeling’ (qismatoen dhaalima) of ‘onvolledig verdeling’ (qismatoen naaqisa) of ‘oneerlijke verdeling’ (qismatoen ghairoe ‘aadila) gebruikt, maar heeft Hij جل جلاله: "qismaatoen dhiezaa" gebruikt op deze plek. Hij جل جلاله is dus gekomen met een vreemd woord, met een harde klank, wat een veroordelende toon overbrengt (door het gebruik van de letter ‘daadh’). Derhalve zouden de woorden ‘onrechtvaardig’, ‘onvolledig’ en ‘oneerlijk’ niet op hun plaats zijn, ondanks dat deze allen dezelfde betekenis hebben. Dit is iets wat iemand die het Arabisch niet beheerst, niet kan begrijpen en de eloquentie en zoete smaak hiervan kan hij niet bevatten.

Bron:  De Islamitische Identiteit p.37-39, Hizb ut Tahrir- Europa

Wie zal de wereldwijde vluchtelingencrisis oplossen?

Al decennialang lijden de Rohingya in Myanmar aan sociale discriminatie, welke gepaard gaat met structurele aanvallen, waarbij het leger van Myanmar betrokken is. De regering erkent niet eens de naam ‘Rohingya’[1]. Human Rights Watch, tezamen met andere organisaties, brengt al sinds april 2013 verslag uit over de manier waarop extreme boeddhistische monniken[2], zich schuldig maken aan een golf van geweld jegens de moslims. De Rohingya worden geterroriseerd en bestempeld als illegale Bengaalse immigranten. Velen hebben hun huizen achtergelaten en zijn op de vlucht geslagen. Momenteel leven duizenden Rohingya in gammele hutten. 

In mei 2015 probeerden Rohingya vluchtelingen Maleisië te bereiken terwijl de onderminister, Wan Junaidi, erop aandrong dat zij terug dienden te gaan naar hun eigen land. Bangladesh had reeds haar grenzen afgesloten met Myanmar. Desondanks hebben duizenden Rohingya vluchtelingen hun toevlucht gezocht in de omliggende dorpen. Tijdens een interview in 2012, verklaarde de premier van Bangladesh, Hasina Wajed, dat het niet de verantwoordelijkheid van Bangladesh is om alle vluchtelingen te helpen. Op 5 december 2016 heeft de minister van Buitenlandse Zaken, Abul Hasan Mahmood, het volgende gezegd: “Wij zijn bezig met het oplossen van deze kwestie door middel van samenwerking met internationale organisaties, via verschillende kanalen.” Met andere woorden, het werd niet beschouwd als een Bengaalse aangelegenheid, maar als de last van een ander. 

Medeplichtigheid van de Verenigde Staten 

De naburige moslimlanden hebben de Rohingya moslimvluchtelingen overgelaten aan de wreedheid van het Birmese leger. Ondertussen heeft de Amerikaanse regering verder bijgedragen aan de ellende, door haar banden te versterken met de junta van Myanmar. Dit leidde tot het opheffen van sancties in oktober van vorig jaar. De Verenigde Staten prees Myanmar voor haar progressie die ze had geboekt en uitte enkel symbolische kritiek, vanwege de vele arrestaties van de Rohingya. Ondanks de overvloed aan bewijzen inzake de etnische zuivering van de moslims, waarbij duizenden mensen zijn omgekomen, heeft de Verenigde Staten deze situatie geaccepteerd, door stilzwijgend toe te kijken hoe de Rohingya worden vervolgd en door Aung San Suu Kyi te steunen. 

Het vluchtelingenprobleem vanuit een mondiaal perspectief

Het vluchtelingenprobleem is niet beperkt tot een land of regio, maar is een mondiaal probleem. Terwijl het buiten de strekking van dit artikel valt, om te onderzoeken waarom er zoveel vluchtelingen zijn, zijn de huidige statistieken over het aantal vluchtelingen duizelingwekkend: 

Er zijn wereldwijd 65 miljoen vluchtelingen. Hiervan bevinden 21 miljoen personen zich buiten hun thuisland. Elke dag worden 34 duizend mensen vluchteling en de wachttijd in een vluchtelingenkamp bedraagt gemiddeld 17 jaar. Vierenvijftig procent van de vluchtelingen komt uit de volgende drie landen: Syrië (4,9 miljoen), Afghanistan (2.7 miljoen) en Somalië (1,1 miljoen). Aan het einde van 2015 vormde Syrië de grootste bron van vluchtelingen en asielaanvragen. 

De cijfers buigen zich niet over de mate van fysieke en- emotionele uitputting van deze mensen, wanneer zij hun land, families en huizen moeten verlaten, met geringe proviand en vaak vergezeld door kinderen. 

De wereld heeft gefaald met betrekking tot de vluchtelingenproblematiek

De wijze waarop de Verenigde Naties de benarde vluchtelingensituatie heeft aangepakt, kan op zijn zachtst gezegd een fiasco genoemd worden. In haar ‘Convention Relating to the Status of Refugees’ die teruggaat tot 1951, is bewezen dat de VN niets meer is dan een veredeld praatclubje, doordrenkt met overdreven retoriek en beloften, zonder een werkelijk mechanisme, dat garandeert dat landen vluchtelingen zullen opvangen, of dat ze de kosten zullen delen als het gaat om de overplaatsing van miljoenen mensen.

De nutteloosheid van de VN is zo schrijnend, dat zelfs de misdadigers in Myanmar veronderstelden dat er niets zinvols uit de onderzoeken van de VN zou komen. Het verzoek van Aung San Suu Kyi aan Kofi Annan, de voormalige secretaris-generaal van de VN, was dat er een adviserende commissie opgericht moest worden voor de staat Rakhine, die de wreedheden jegens de Rohingya moest beëindigen en ‘vrede’ moest promoten.

Bij de laatste VN-top aangaande de vluchtelingenkwestie, in september 2016, werd  de hoge commissaris van de VN, Zeid Ra’ad al Hussein, gedwongen om het volgende toe te geven:

“De bittere waarheid is dat deze topconferentie is georganiseerd, omdat wij ernstig hebben gefaald. Gefaald wat betreft het lijden van het Syrische volk, gefaald wat betreft anderen die nu in chronische conflictzones vertoeven. Miljoenen migranten (die veel meer verdienen dan een leven dat gekenmerkt wordt door constante vernedering en wanhoop) hebben wij aan hun lot overgelaten.’’

Gedurende deze laatste conferentie werd er ook te kennen gegeven, dat er door natiestaten onderhandeld zal worden over een nieuwe opzet in 2018, inzake de bejegening van vluchtelingen en de veilige doortocht van migranten. Echter zal dit ook geen soelaas bieden, omdat net zoals alle andere verklaringen aangaande het vluchtelingenprobleem, de betreffende natiestaten niet verplicht zijn om zich hieraan te conformeren. Dientengevolge kan het veronachtzaamd worden, indien het niet conform de nationale belangen is. 

Vluchtelingen aan hun lot overlaten is funest gebleken, getuige de tragische realiteit van de afgelopen jaren en de respons van Europese staten, naar aanleiding van de komst van duizenden Syrische vluchtelingen. Europese landen hebben hun grenzen gesloten, vluchtelingen in detentiekampen gehouden en families uit elkaar gedreven Ze hebben de meest onderdrukte mensen behandeld als criminelen, door vingerafdrukken van hen te nemen en ‘identity-tags’ uit te voeren.

Het onteren van vluchtelingen door de westerse wereld is geen nieuwe fenomeen. In de afgelopen twintig jaar, hebben meerdere rapporten aangetoond hoe geïndustrialiseerde staten een reeks aan beperkende beleidsmaatregelen hebben doorgevoerd, ten opzichte van de vluchtelingen en migranten. Zelfs voor de Brexit en Donald Trump was dit al een trend. Negatieve en- inaccurate berichtgeving van de media en de xenofobische retoriek van politici en overheidsfunctionarissen, hebben bijgedragen aan een klimaat van vijandigheid jegens deze groep. Er heerst een alarmerende toename van geweld jegens asielzoekers, vluchtelingen en migranten. Het geciviliseerde Westen heeft al haar geloofwaardigheid op het vlak van zowel haar normen, waarden en gedragingen verloren, als het aankomt op de bejegening van de behoeftigen. 

Vluchtelingen overgelaten aan liefdadigheidsinstellingen en hulporganisaties 

Het falen van internationale organisaties en natiestaten, in de aanpak van de wereldwijde vluchtelingenproblematiek, heeft ervoor gezorgd dat er een grotere rol is weggelegd voor niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) en hulpinstanties. Echter kan liefdadigheid op zichzelf de vluchtelingenproblematiek niet oplossen en fungeert het slechts als een tijdelijke verlichting van de pijn.

Ondanks de oprechte intenties van de NGO’s en hulpinstanties, zijn zij erg beperkt wat betreft financiën, omvang en vermogen. Het is bekend dat NGO’s [5] en hulpinstanties[ 6] ingezet kunnen worden door regeringen, waardoor hun vermogen om te helpen wordt gedwarsboomd. Bovendien zijn zij vatbaar voor het politieke klimaat, waarin zij opereren en zijn zij afhankelijk van de band met en tussen de verschillende natiestaten. Indien een regering bijvoorbeeld sancties oplegt of de instantie restricties oplegt, worden zij wederom belemmerd in hun handelingen. Indien er militaire zones en fysieke barrières zijn, zullen zij inactief zijn en de staat kan het volk voorzien van hulp of hen evacueren voor politieke doeleinden. 

Kapitalisme kan de vluchtelingen niet helpen

De wereldwijde vluchtelingenproblematiek toont aan, dat het kapitalisme en de kapitalistische visie niet in staat zijn gebleken om een oplossing te bieden voor de benarde situatie van de vluchtelingen. Een wereld vol natiestaten, die enkel  worden gedreven door eigen belang en materieel gewin, kan onmogelijk een serieuze oplossing aanreiken, wanneer het gaat om mensen die in misère leven, hun huizen zijn ontvlucht en op zoek zijn naar onderdak. Elke vorm van hulp, financieel of een andere vorm van hulp, wordt gedreven door een geheim motief. Tegelijkertijd moeten politici en regeringen het volk uitleggen, waarom belastingbetalers buitenlanders financieren, ten koste van binnenlandse aangelegenheden. Internationale instanties zijn verlamd, door toedoen van de dominantie van de grote mogendheden, die de agenda aan het dicteren zijn conform hun belangen. Het is tijd voor een andere visie aangaande de vluchtelingenkwestie.

Islam- enkel een staat kan de vluchtelingen te hulp schieten

Het islamitische concept van het helpen van degenen die in nood verkeren, is tegenstrijdig aan die van het kapitalisme. Het plaatst de mensen namelijk boven het eigenbelang en is werkelijk altruïstisch. Een Khilafah staat zal nooit en te nimmer achterover leunen en toekijken hoe de vluchtelingen van het kastje naar de muur worden gestuurd. 

Er zijn genoeg historische voorbeelden, waaruit blijkt dat de Islamitische staat een toevluchtsoord was voor vluchtelingen:

Na de verdrijving van de Joden in Spanje, in 1492, nam de Khalifah, Beyazid II een regeringsbesluit om de Joden op te vangen in de Ottomaanse Khilafah. Er werden zelfs boten gestuurd om hen op te vangen. Uiteindelijk arriveerden 250.000 vluchtelingen, die zich voornamelijk in Istanbul en Thessaloniki vestigden.

Rond 1570 vluchtten de unitaristische christenen (die de drie-eenheid verwierpen) om vervolgingen van hun christelijke broeders te ontlopen. Ze werden ondergebracht in de islamitische landen.

Na de Russische invasie in Krim, in 1784 en de Kaukasus in 1864, gingen de moslims die in deze regio woonachtig waren, zowel te voet als met schepen richting Anatolië en vestigden zich in de beschikbare dorpen en steden. In de achttiende eeuw vluchtten de Kozakken (naar aanleiding van de vervolging van de orthodoxe kerk) naar de Ottomaanse staat. Ze verbleven in de stad Balikesir.

Ongeveer 200.000 tsaristische Russen werden verscheept naar Istanbul gebracht nadat ze zich hadden verzet tegen de bolsjewieken (Russische Revolutie), waarna er vervolgens een burgeroorlog uitbrak. Eerst werden zij ondergebracht in vluchtelingenkampen, waarna ze werden overgeplaatst naar permanente verblijfplaatsen (woningen).

De historicus Stanford Shaw schreef in het boek ‘Jews, Turks, and Ottomans: Fifteenth through Twentieth Century’: ‘’Het Ottomaanse Rijk heeft eeuwenlang als veilige thuishaven gediend voor joodse vluchtelingen uit Europa. De grootschalige migrantenstroom in de vijftiende en zestiende eeuw, van joden uit Spanje, Portugal en andere Europese landen is welbekend…Echter is er minder bekend over de latere migrantenstroom van de joodse populatie naar het Ottomaanse Rijk. Toch bleven Europese joden zich door de jaren heen, individueel of in kleine groepen vestigen in Ottomaanse gebieden, op basis van politieke, economische of religieuze redenen. In de 19e eeuw en aan het begin van de 20e eeuw  nam de toestroom van Europese joden weer toe in het krimpende Ottomaanse Rijk.’’

De vrijgevigheid van de Ottomaanse Khilafah, gedurende de grote hongersnood in Ierland (in 1845) is goed gedocumenteerd. De Khalifah Abdul Majid I zei het volgende over het helpen van anderen, in navolging van de Islamitische richtlijnen:

‘’Mijn religie dwingt mij om de wetten der gastvrijheid in acht te nemen’’

De moslims hebben al  een gevestigd concept (sadaqah) als het gaat om onbaatzuchtige liefdadigheid, zonder materieel winstbejag. Dit concept is vandaag de dag van cruciaal belang en dient toegepast en gepromoot te worden, op zowel politiek als staatsniveau, zodat miljoenen vluchtelingen die de wereld heden ten dage kent, opgevangen kunnen worden en zich kunnen vestigen. Door dit toe te passen, voert de oemmah niet slechts haar plicht uit richting de rest van de mensheid, maar laat zij de wereld ook de rechtvaardigheid van Islam zien.

1.http://www.nytimes.com/2016/05/07/world/asia/myanmar-rohingya-aung-san-suu-kyi.html?_r=0

2.http://www.theatlantic.com/international/archive/2013/04/969-the-strange-numerological-basis-for-burmas-religious-violence/274816/

3.https://www.theguardian.com/world/2015/may/13/malaysia-tells-thousands-of-rohingya-refugees-to-go-back-to-your-country

4.http://www.thedailystar.net/country/bangladesh-trying-resolve-rohingya-crisis-1325554

5.https://theintercept.com/2015/10/26/pentagon-missionary-spies-christian-ngo-front-for-north-korea-espionage/

6.https://www.philanthropy.com/article/Venezuelan-Politicians-Claim/211571

7.http://www.khilafah.com/how-the-khilafah-aided-the-irish-during-the-famine-of-1845/



 

Het behoud (al moehaafadha) van de identiteit

In de Arabische taal wordt gezegd: ‘haafadha moehaafadha wa hifaadha. Indien dit verbonden wordt met de woorden ‘alaa sjai’ dan betekent het ‘persisteren’ en ‘continuatie’ van een zaak. Indien dit verbonden wordt met ‘alaihi’ dan betekent dit ‘ervoor alert blijven om het te bewaken’. Indien het verbonden wordt met ‘anhoe’ dan betekent dit ‘het verdedigen van een zaak’. Indien het verbonden wordt met een belofte (‘ahd) dan betekent dit dat hij zijn belofte houdt. Indien het verbonden wordt met zijn eer (‘ala sjarifihie), dan betekent dit het beschermen tegen hetgeen schandelijk (‘aib) is.

Het behouden (moehaafadha) van iets omvat dus vijf betekenissen: continuatie (al moedaawama), behartigen (ar ri’aaja), verdedigen (al moedaafi’a), vasthouden (al i’tisaam) en beschermen (as siyaana). Deze verzameling van vijf betekenissen geven het woord “behoud” een alomvattende volledige inhoud, en dat is precies hetgeen we bedoelen wanneer we spreken over het behoud van de identiteit. Dit is omdat het volledige allesomvattende behoud enkel gerealiseerd kan worden door de samenkomst van de vijf betekenissen en het behoud kan niet compleet zijn wanneer één van deze betekenissen ontbreekt. 

Continuatie (al moedaawama) betekent het voortdurend dragen en het nastreven van het blijven dragen van de identiteit. Omdat het wezen van de mens individueel of op groepsniveau met een bepaalde identiteit op deze manier gerealiseerd wordt en het niet een tijdelijke realisatie betreft. Dit is echter continu en permanent, niet voor transformatie of verandering vatbaar. Daarom kan gezegd worden dat wanneer het streven naar continuïteit in de identiteit ontbreekt, de identiteit zelf verdwijnt.

Behartigen (ar ri’aaja) betekent toezicht houden over de identiteit en het bewaken ervan. Op deze manier wordt voorkomen dat elementen binnendringen die de unieke kenmerken doen vervagen en waarmee dus de onderscheiding verdwijnt. De elementen van helderheid en zuiverheid dienen in deze bewaakt te worden. Het scheiden van de religie van de staat bijvoorbeeld, is in strijd met de Islamitische identiteit. Wanneer dit idee aan het islamitische credo wordt gekoppeld, dan verdwijnt op deze manier haar onderscheiding en is ze tevens haar helderheid en zuiverheid kwijt en corrumpeert op deze manier de algehele identiteit. Zo is het eveneens met de ideeën van integratie en assimilatie in de westerse samenlevingen; wanneer deze ideeën worden geaccepteerd en worden beschouwd als zijnde niet strijdig met de identiteit, dan wordt de gehele identiteit gecorrumpeerd. Dit is omdat aan een aantal van haar elementen wordt getornd en aan de basis van haar onderscheiding.

Verdedigen (al moedaafi’a) houdt in om tot welke prijs dan ook bereid te zijn de identiteit te verdedigen en tot de dood bereid te zijn de identiteit te behouden en uit te dragen. Normaal gesproken is de mens bereid offers te brengen in de vorm van zijn rijkdom, zichzelf en zijn inspanningen om de zaken welke hem dierbaar zijn of zijn overtuiging te verdedigen. De identiteit is het meest waardevolle wat de mens bezit. Het houdt zijn wezen, bestaan, heiligdommen en religie in. Daarom is het aan de mens deze te verdedigen omwille van haar behoud. Wanneer de mens bereid is zijn leven te geven omwille van het verdedigen van zichzelf, zijn rijkdom, zijn kinderen, zijn eer of zijn land, is deze dan niet bereid om zijn leven omwille van zijn religie, beschaving, en cultuur te geven? Van Joenoes Ibn Djoebair is overgeleverd: 

“Wij riepen Joendoeb Ibn 'Abdilaah (de metgezel) bij ons en toen hij arriveerde zeiden wij tegen hem: ‘adviseer ons’. Waarop hij antwoordde: ‘Ik adviseer jullie Godvrezend te zijn en de Koran te vrezen, want de Koran is het licht in de donkere nacht en de leidraad overdag. Handel volgens hem met al jullie vermogens. En wanneer jullie worden beproefd, offer dan je geld omwille van je ziel, en wanneer dit zwaarder wordt, offer dan je geld en je ziel omwille van je religie. Voorwaar de werkelijke mahroeb (degene die beroofd is) is degene die beroofd is van zijn religie, en de werkelijke masloeb (degene die bestolen is) is degene wiens religie bestolen is. Er is geen rijkdom na het hellevuur, en er is niets wat het Paradijs overtreft. Het hellevuur laat haar gevangenen niet gaan, en haar arme zal niet rijk worden” [Overgeleverd door Ahmad in Az Zoehd en Al Bajhaqie in Asj Sjoe'b] 

Vasthoudendheid (al i’tisaam) houdt in dat men zich conformeert aan de identiteit en eraan vasthoudt. De mens neemt geen afstand van haar wanneer hij voelt dat hij erdoor in het nauw wordt gedreven of zich getergd voelt door deze uit te dragen. Hij houdt haar in zijn greep en beschouwt haar als leidraad en als preventie tegen de dwaling en vernedering. Het is tenslotte de stevige hoeksteen en de reddingsboei waartoe hij zijn toevlucht zoekt in de beproevingen. 

Bewaken (as siyaana) betekent het voorkomen dat er onzuiverheden ontstaan die de zuiverheid van de identiteit aantasten en haar helderheid vertroebelen. Het betekent tevens dat men waakt voor haar juiste voortbestaan, continuïteit en presentatie. Men waakt voor de vernieuwing en streeft na al datgene wat haar uitstraling verminkt, haar verzwakt en haar kwaliteiten vermindert, tegen te gaan. Men neemt enkel ideeën en oordelen aan die haar leven inblazen en haar voortbestaan garanderen, en men streeft ernaar innovatief te zijn in het vinden van manieren om haar te versterken in de harten van de mensen en haar te versterken in haar schone verschijningsvorm die haar toekomt. 

Dit is de betekenis van het behouden van de identiteit die de moslims zich voor de geest dienen te halen wanneer zij nadenken over hun identiteit en het behoud ervan. 

De verantwoordelijkheid voor het behoud van de identiteit is er een die ligt bij de Staat, het individu en het collectief. Het ontbeert de moslims in deze tijd aan een Staat die de oordelen van Allah جل جلاله over hen implementeert en hen met de Islam regeert, hun cultuur en beschaving onderhoudt en hun identiteit beschermt. De moslims kunnen hierin niets goeds verwachten van de zogenaamde bananenrepublieken die zich in de zogenoemde islamitische landen bevinden. Daarom valt de verantwoordelijkheid van het beschermen van de Islamitische identiteit volledig onder het individu en groepen, totdat Allah جل جلاله het toestaat dat de Al Khilafah opnieuw gesticht wordt. Deze zal dan vervolgens de grootste verantwoordelijkheid hierin dragen en zal de identiteit van de moslims waarborgen zowel in binnen- als buitenland.

Bron: De Islamitische Identiteit p.41-43, Hizb ut Tahrir- Europa 

 

Het belang van de Islamitische persoonlijkheid in het werken voor heropleving

Er heerst vaak een misverstand omtrent het begrip ‘jezelf verbeteren’ en ‘activisme’, welke als doel heeft om de Oemmah zowel op maatschappelijk niveau als op politiek niveau te doen heropleven. Terwijl beide begrippen relevant zijn en vitale elementen zijn van onze Islamitische verplichting, verkiezen sommigen ‘jezelf verbeteren’ boven ‘activisme’. Echter hebben beiden hun plek en vereisen beiden de nodige aandacht. In dit artikel zullen wij proberen om het belang van het ontwikkelen van een Islamitische persoonlijkheid te benadrukken, gebaseerd op een correct idee en gedragingen die in harmonie zijn met de Islamitische richtlijnen. Dit artikel is gebaseerd op de introductie van het zeer motiverende boek ‘De essentiële elementen van de Islamitische psyche’ (Nafsiyyah). 

Een aantal essentiële elementen van de Islamitische persoonlijkheid voor de Da’awadrager, die Islam in zijn geheel wenst te implementeren: dat zijn tong vochtig is door het gedenken van Allah, zijn hart is gevuld met vrees voor Allah en de ledematen zich haasten in de richting van het verrichten van goede daden. Dat hij de Koran reciteert en ernaar handelt, houdt van Allah en Zijn boodschapper(صلى الله عليه وسلم), liefheeft omwille van Allah en afkeer toont omwille van Allah, hoopt op de genade van Allah en vreest voor Zijn bestraffing. Hij is geduldig en wacht op de beloning in het hiernamaals, is oprecht en legt zijn vertrouwen in Allah. Hij is ferm op de waarheid, is zachtaardig en empathisch richting de gelovigen, maar ferm en sterk jegens de ongelovigen, niemand vrezend behalve Allah. Hij bezit een goed karakter, is aangenaam in spraak, maar sterk in bewijsvoering, gebiedt het goede en verbiedt het kwade. Hij leeft en werkt in dit leven, maar zijn ogen zijn altijd gericht naar het paradijs, dat bereid is voor de gelovigen, waarvan de breedte als de hemelen en de aarde is. 

De persoonlijkheid (sjachsijjah) van ieder mens bestaat uit de mentaliteit (‘aqliyyah) en de psyche (nafsiyyah). De mentaliteit is het instrument dat gebruikt wordt om zaken te begrijpen; het wordt gebruikt om een oordeel te vellen over de realiteit, die overeenkomt met zijn maatstaven, waarin hij gelooft en waarop hij vertrouwt. Als de oordelen van een persoon gebaseerd zijn op het Islamitische credo, dan heeft hij een Islamitische mentaliteit. 

De psyche is de manier waarop men zijn behoeften en instincten bevredigt. Tevens impliceert het ook hoe men omgaat met de wereld om zich heen. Wanneer de bevrediging is gebaseerd op het Islamitische credo, dan bezit een dergelijk persoon een Islamitische psyche. 

Het is niet voldoende dat enkel de mentaliteit op een abstract niveau Islamitisch is, eerder moet het vertaald worden naar praktische handelingen, die in lijn zijn met de Islamitische ‘aqiedah. Kennis over zaken op een abstracte manier is tevens ook niet genoeg. Een dergelijk persoon dient ook een Islamitische psyche te hebben, waarbij zijn behoeften worden bevredigd volgens de richtlijnen van Islam. Dientengevolge dient een persoon te neigen naar het gebed, vasten, zielszuivering en het verrichten van de Hadj. Tevens dient hij de halal na te jagen en de haram te vermijden. 

Een dergelijk persoon tracht te zijn zoals Allah dat van hem verlangt. Hij zoekt toenadering tot Allah door middel van de verplichtingen, die Hij heeft verordend en is ijverig om de nawafil (vrijwillige handelingen) te verrichten, om nog dichterbij Allah te komen. Hij adopteert oprechte standpunten t.o.v. gebeurtenissen, waarbij hij het goede gebiedt en het kwade verbiedt, houdt omwille van Allah en toont afkeer toont omwille van Hem. En hij is oprecht en goed in zijn omgang met de mensen. 

Evenzo is het niet voldoende om een Islamitische psyche te hebben, zonder te beschikken over een Islamitische mentaliteit. Allah aanbidden in onwetendheid kan ervoor zorgen dat de mensen van het rechte pad afwijken. Dientengevolge kan een persoon vasten op een dag waarop het verboden is om te vasten en bidden op een tijdstip waarop het makroeh (afgeraden) is om te bidden etc., terwijl hij overtuigd was dat dit een functie was van zijn dispositie. Hij kan zeggen: ‘Laa hawla wa laa Qoewwata illa billah’ wanneer hij een persoon ziet zondigen, in plaats van hem erop aan te spreken en een dergelijke handeling te verbieden. Een dergelijk persoon kan handelen met woekerrente en het vervolgens doneren als liefdadigheid, in de veronderstelling dat hij de nabijheid van Allah zoekt, terwijl hij overspoeld is met zonden. Met andere woorden, zij kunnen een slechte daad verrichten terwijl zij in de veronderstelling waren dat zij iets goeds deden. Dientengevolge zullen zij handelen op een manier die in tegenstrijd is met de manier die  Allah en zijn Profeet(صلى الله عليه وسلم) ons hebben bevolen. 

De persoonlijkheid zal niet compleet zijn, totdat de mentaliteit Islamitisch is; dus de desbetreffende persoon zal op de hoogte moeten zijn van de regels die op hem van toepassing zijn. Tevens dient hij te proberen om zoveel mogelijk kennis te vergaren. Tegelijkertijd dient een dergelijke persoon te beschikken over een Islamitische dispositie volgens de regels van het geloof. Hij dient deze regels ten uitvoer te brengen in alle zaken, hetzij jegens de Schepper, zichzelf of anderen. Dit dient tevens gedaan te worden op een manier die Allah goedkeurt en heeft verordend. 

Wanneer deze fusie zich voordoet en er stappen worden gezet richting het bereiken hiervan, is men in staat om zijn mentaliteit en psyche te linken aan Islam (ondanks fouten, nalatigheid in gedragingen en zonden, die natuurlijk zijn). Wanneer dit een actieve aspiratie wordt,  kan men stellen dat men een Islamitische personaliteit aan het ontwikkelen is, die hem aanspoort om het goede te verrichten en niemand te vrezen behalve Allah. 

Echter betekent dit niet dat er geen sprake meer zal zijn van terugval. Dit zal geen effect hebben op de persoonlijkheid, zolang dit een uitzondering vormt en niet de norm. Dit is omdat de mens geen engel is; hij maakt fouten, waarna hij spijt krijgt en om vergeving vraagt. Vervolgens verricht hij weer het goede en dankt Allah voor Zijn genade en leiding. 

“Voorwaar, geslaagd is hij die haar zuivert.’’(VBK Soera Asj-Sjams, vers 9)

Hoe meer een moslim zich verdiept in de Islamitische cultuur om zijn mentaliteit te ontwikkelen en hoe meer hij de aangeraden handelingen verricht om zijn psyche te ontwikkelen, des te meer hij zal excelleren. 

Niet alleen zal hij standvastig zijn, maar hij zal tevens continueren om het beste van het beste te bereiken. Dit is wanneer een persoon zijn leven leidt op een gepaste manier en het hiernamaals verkrijgt door ernaar te streven als een gelovige. Een dergelijk persoon zal gehecht zijn aan de Mihraab (uitsparing die de richting van het gebed aangeeft) van de moskee en tegelijkertijd deelnemen aan de Jihad, welke wordt gezien als de beste handeling. Dientengevolge zal hij een oprechte dienaar zijn van Allah, de Almachtige, de Schepper. 

Voor de Da’awadragers is het van belang dat zij zich bewust zijn, van de realiteit waarin zij zich bevinden. Zij worden omringd door de botsende golven van de vijanden van Allah, systemen die in hun kern gesticht zijn op Koefr en door samenlevingen die geen tekort aan verleidingen bevatten.

Indien zij zich niet haasten om dag en nacht met Allah te zijn; hoe zullen zij dan hun weg vinden in het dagelijks leven? Hoe zullen zij hun beoogde doel bereiken? Hoe zullen zij zichzelf steeds hoger verheffen? Derhalve maakt dit deel uit van de noodzakelijkheden: constant streven naar persoonlijke zuivering (van tekortkomingen) en pogen om jezelf te verbeteren op de manier die is voorgeschreven door Allah en Zijn boodschapper(صلى الله عليه وسلم). 

Tot slot dienen de Da’awadragers de volgende Hadith Qoedsi te overpeinzen, die hun pad zal verlichten, opdat zij hun doelen zullen realiseren en hun stappen zal doen versnellen:

“O zoon van Adam! Je zult niet hetgeen verkrijgen wat Ik heb, totdat je de verplichtingen die Ik heb verordend nakomt. En Mijn dienaar komt steeds dichterbij Mij door extra vrijwillige goede daden, waardoor Ik meer van hem ga houden. Als Ik van hem houd, dan ben Ik het hart waarmee hij denkt, de tong waarmee hij spreekt en het zicht waarmee hij ziet. Als hij (iets) van Mij vraagt, dan geef Ik het hem beslist, en als hij om hulp vraagt, dan zal Ik hem helpen. En de meest geliefde handeling van Mijn dienaar is het geven van oprecht advies.” (at-Tabaraani in al-Kabier)

Deze Hadith verduidelijkt het pad naar de overwinning van Allah, Zijn steun en hulp door middel van toenadering tot Hem en Hem om hulp te vragen. Hij is de meest Machtige en Krachtige; degene die Hij helpt zal nooit vernederd worden en degene die Hij vernedert zal nooit geholpen worden. Hij is nabij Zijn dienaar, wanneer Zijn dienaar hem aanroept. Hij beantwoordt Zijn dienaar wanneer zijn dienaar Hem gehoorzaamt. Hij is De Onweerstaanbare, verheven boven Zijn dienaren, De meest vriendelijke en is op de hoogte van alle zaken. 

Haast jullie dus mijn broeders en zusters, naar de tevredenheid van jullie Heer, naar Zijn vergeving, paradijs, overwinning en succes in beide verblijfplaatsen: 

“En laat degenen die wedijveren, hiervoor wedijveren.”(VBK Soera Al-Moetaffifien, vers 26)

 

De Islamitische identiteit

De zoektocht van de mens naar zijn identiteit (hoewiyya) omvat de zoektocht naar zijn wezen, zijn plaats in het bestaan, naar het doel van zijn bestaan, zijn toebehoren aan een groep, zijn rol in de maatschappij, en omvat tevens de kenmerken die de persoon als individu of als groep onderscheiden van de ander. Tevens omvat deze zoektocht het zoeken naar fundamenten waarnaar de persoon kan refereren, kan adopteren en waaraan deze zich kan houden. Deze fundamenten vormen de bron van zijn eer en trots waarmee hij herleeft, omwille waarvan hij strijdt en hij voor sterft.

De identiteit is niet, zoals sommige mensen denken, slechts een kaartje waarop de gegevens betreffende leeftijd, lengte en adres gedrukt zijn. Eerder heeft het in werkelijkheid een diepere en gevaarlijkere betekenis. Met de identiteit bestaat de mens, en zonder, is deze afwezig; het is de werkelijkheid van de mens zoals deze door zijn verstand wordt waargenomen, en het standpunt van het behoren tot een specifieke beschaving en een bepaalde Oemma.

De moslim die de getuigenis van de waarheid erkent - de getuigenis van Laa Ilaaha Illa Allah, Moehammadoen Rasoel Allah - waarvan zijn verstand overtuigd is, en zijn hart verbonden, en waar volgens zijn gedragingen zijn bepaald. Deze draagt een identiteit, en niet zomaar een identiteit; een identiteit die diepe wortels heeft in het bestaan en wiens oorsprong onveranderlijk is, en is vastgelegd met waarheid door Degene uit wie de waarheid voortkomt, Allah جل جلاله . Hij verkrijgt zijn leiding van de leiding van de Heer der Werelden, en put zijn eer uit Degene met Eer (‘Izza) en Verordening (Djabaroet), en haar boodschap verkondigt in de wereld op bevel van Degene met Macht en Koninkrijk. Allah جل جلاله zegt:

وَمَنْ أَحْسَنُ قَوْلًا مِّمَّن دَعَا إِلَى اللَّهِ وَعَمِلَ صَالِحًا وَقَالَ إِنَّنِي مِنَ الْمُسْلِمِينَ

“En wie spreekt beter woord dan hij die mensen tot Allah uitnodigt en goede werken doet en zegt: "Waarlijk, ik behoor tot de Moslims." (VBK soera Foessilat, aaya 33)

Het is buitengewoon verbazingwekkend, dat sommige moslims tegenwoordig praten over een identiteitscrisis bij de Islamitische Oemma, ondanks dat Allah جل جلاله deze Oemma heeft gezegend met de Islamitische religie, haar van de duisternissen naar het licht heeft geleid, haar de realiteit van haar bestaan en het doel ervan heeft aangetoond, het recht geleide pad heeft geschonken, en haar oordelen heeft gegeven die - indien deze Oemma zich eraan houdt - ermee het geluk zal bereiken zowel in het wereldse leven als het hiernamaals.

Wat nog meer verbazing wekt, is dat sommige moslims in de westerse landen spreken over een Europese Islam, of een Amerikaanse Islam. Onder het voorwendsel de identiteitscrisis bij de moslims in die landen op te lossen en een moderne identiteit voor hen te creëren die hun recht tot de Islam te behoren

harmoniseert met de plichten als burger in de westerse landen die hun rechten tot verblijf en het verkrijgen van de nationaliteit heeft verstrekt. Alsof Islam alleen voor dezen niet voldoende genoeg is om de identiteit van de mens op te baseren of te bepalen, en alsof de identiteit onderhevig is aan tegenstrijdigheden en deze accepteert.

Zij zijn vergeten dat de identiteit een eenheid is en geen splitsing duldt, een standpunt inhoudt dat geen compromis accepteert, vaststaand is en geen verandering accepteert en geen deling toestaat; zij zijn vergeten dat de Islam een ideologie is waarmee de mens gegarandeerd zijn wezen verwezenlijkt, en waarmee zijn identiteit wordt bepaald.

قُلْ أَنَدْعُو مِن دُونِ اللَّهِ مَا لَا يَنفَعُنَا وَلَا يَضُرُّنَا وَنُرَدُّ عَلَىٰ أَعْقَابِنَا بَعْدَ إِذْ هَدَانَا اللَّهُ كَالَّذِي اسْتَهْوَتْهُ الشَّيَاطِينُ فِي الْأَرْضِ حَيْرَانَ لَهُ أَصْحَابٌ يَدْعُونَهُ إِلَى الْهُدَى ائْتِنَا ۗ قُلْ إِنَّ هُدَى اللَّهِ هُوَ الْهُدَىٰ ۖ وَأُمِرْنَا لِنُسْلِمَ لِرَبِّ الْعَالَمِينَ

“Zeg: "Zullen wij naast Allah datgene aanroepen wat ons noch bevoordelen noch schaden kan, dan worden wij, nadat Allah ons heeft geleid, van het rechte pad verwijderd, zoals iemand die de bozen hebben neergeveld op de aarde in een toestand van verbijstering en die metgezellen heeft die hem tot de weg roepen,zeggende: 'Kom tot ons'?" Zeg: "De leiding van Allah is voorzeker de enige leiding en het is ons bevolen ons aan de Heer der Werelden te onderwerpen." (VBK soera Al An’aam, aaya 71)

الَّذِينَ آمَنُوا وَلَمْ يَلْبِسُوا إِيمَانَهُم بِظُلْمٍ أُولَٰئِكَ لَهُمُ الْأَمْنُ وَهُم مُّهْتَدُونَ

“Zij die geloven en hun geloof niet met onrechtvaardigheid vermengen - dezen zijn het, die vrede zullen hebben want zij zijn recht geleid.” (VBK soera Al An’aam, aaya 82)

Daarom is het noodzakelijk voor dezen specifiek, en voor de moslims in het algemeen, dat zij zich bewust worden wat het betekent de Islam aan te hangen, en dat zij zich de betekenis van de Islamitische identiteit realiseren opdat de rust en de trots in hun harten wederkeert, zodat wanneer een van hen wordt gevraagd: wie bent u? Gerust en met trots antwoordt:

إِنَّنِي مِنَ الْمُسْلِمِينَ

"Waarlijk, ik behoor tot de Moslims." (VBK soera Foessilat, aaya 33)

Bron: De Islamitische Identiteit p.1-3 (introductie), Hizb ut Tahrir- Europa 

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië