TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Het belang van de Arabische taal

Veel onderzoekers beschouwen de taal als zijnde een element van de identiteit, zelfs als een essentieel element van de identiteit. Dit klopt inderdaad, wanneer de identiteit in haar aanwezigheid en vorm gebaseerd is op nationalisme. Echter, als het gegrondvest is op een intellectuele basis, dan is de taal geen onderdeel van de identiteit. Daarom kunnen we ons niet voorstellen dat een Fransman geen Frans spreekt, of dat een Duitser geen Duits spreekt, maar we kunnen ons wel indenken dat een moslim Duits of Frans of andere talen spreekt. De moslims vandaag de dag spreken geen eenduidige taal en desondanks dragen zij dezelfde identiteit en dat is de Islamitische waarmee zij zich met trots onderscheiden. 

Ongeacht de taal wel of geen onderdeel uitmaakt van de identiteit, iedereen onderkent het belang van de taal met betrekking tot de invloed die deze taal uitoefent op zowel het individu alsmede op het collectief middels de beïnvloeding van hun mentaliteit. De taal is de sleutel tot de cultuur (thaqaafa), en het gereedschap waarmee kennis wordt opgedaan.

Allah جل جلاله heeft het Arabisch uitverkoren als taal voor de Koran, en is daarom de taal van de Islam. Allah جل جلاله zegt:

إِنَّا أَنزَلْنَاهُ قُرْآنًا عَرَبِيًّا لَّعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ

 “Wij hebben het geopenbaard als Arabische Koran opdat jullie zullen begrijpen.” (VBK soera Joesoef, aaya 2)

Hij جل جلاله zegt tevens: 

كِتَابٌ فُصِّلَتْ آيَاتُهُ قُرْآنًا عَرَبِيًّا لِّقَوْمٍ يَعْلَمُونَ

“Een Boek waarvan de verzen zijn verklaard als duidelijke verkondiging voor mensen die kennis bezitten.” (VBK soera Foessilat, aaya 3)

En Hij جل جلاله zegt:

إِنَّا جَعَلْنَاهُ قُرْآنًا عَرَبِيًّا لَّعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ

 “Voorzeker, Wij hebben het tot een duidelijke verkondiging gemaakt, opdat jullie het zullen begrijpen.” (VBK soera Az Zoekhroef, aaya 3)

De Arabische taal is belangrijk en noodzakelijk omdat dit het middel is waarmee verbinding met Allah جل جلاله gemaakt wordt middels het aanbidden, het reciteren van de Koran, en het gebed. Tevens is het de sleutel die de moslim toegang biedt tot de met kennis gevulde bibliotheken opdat hij inzicht verkrijgt in haar culturele rijkdom, en zodoende neemt van haar, hetgeen zijn inzicht verbreedt met zijn identiteit en hem helpt om haar basis te consolideren. Daarom zijn de salaf (de eerste drie generaties van moslims) verheven geworden met deze taal en spoorden aan tot de studie van deze taal.

Van Abie bin Ka'b is overgeleverd:

“Leer het Arabisch zoals je de Koran leert” [Overgeleverd door Ibn Abie Sjaiba in Al Moesnaf] 

En van 'Oebaidoellah Ibn 'Oebaid Al Kalaa'ie is overgeleverd: ‘Oemar Ibn Al Gattaab vertelde altijd: 

“Lees de Koran in het Arabisch, omdat deze Arabisch is” [Overgeleverd door Al Bajhaqie in Asj Sjoe'ab] 

Van Ibn 'Abbaas is overgeleverd: 

“Als je iets van de Koran niet begrijpt, zoek het dan na in de poëzie, dat is de voertaal van de Arabieren” (Overgeleverd door Al Haakim in Al Moestadrak en Al Baihaqie in ‘Asmaa wa Sifaat’)

En Maalik heeft gezegd: 

“Wanneer een man niets weet van de taal van de Arabieren en hij de Koran probeert uit te leggen, hem zou ik hebben bestraft.”

De Arabische taal is geenszins een studievak waarvoor men kiest, het is een religieuze verplichting, waarbij de Oemma een overtreding begaat wanneer zij deze taal verloochent. De religie van een individuele moslim wordt enkel met haar compleet. Elke verwaarlozing ervan leidt tot een verzwakking van het begrip van de religie en is reden van allerlei innovaties en dwalingen. Derhalve zegt de geleerde in de taal Ibn Djinnie in ‘Al Gasaa’is’, en zijn uitspraak is juist: 

“De meesten die zijn afgedwaald van de sjari'a, zijn dit doordat zij de betekenis ervan niet konden begrijpen omdat zij zwak waren in deze nobele en eervolle taal.”

Hier willen we middels een aantal voorbeelden duidelijk maken hoe belangrijk de Arabische taal is, en de noodzaak van de moslims deze taal te leren:

1.Stilstaan bij het wonder van de Koran 

De Koran beschikt over primaire betekenissen en andere secundaire betekenissen die zich kenmerken door de systematiek en de stijl van uitdrukking en de kracht in welbespraaktheid. De eloquentie en prachtige stijl van deze secundaire betekenissen kunnen enkel begrepen worden door degene die zich deze taal eigen maakt in al haar facetten, en zelf bewust is van de onmogelijkheid om iets soortgelijks voort te brengen. De niet-Arabier is zich echter enkel bewust van de primaire betekenissen van de woorden en staat niet stil bij de eloquente en verheven stijl van de secundaire betekenissen, zonder zich te beroepen op bewijsvoering van anderen.

Wanneer de moslim de Arabische taal niet machtig is, dan dient deze zich te beroepen op een vertaalde betekenis in een taal die hij wel beheerst. Hoe goed deze taal of eloquent deze ook is, het brengt enkel de primaire betekenissen tot uitdrukking en niet de secundaire. We ontkennen niet dat er in de andere talen geen welbespraaktheid bestaat, echter wel ontkennen we dat haar welbespraaktheid ook maar zelfs in de buurt komt van het Arabisch. Of dat ook maar de aanduidingen van haar taaluitingen overeenkomen met de betekenissen, helderheid en uniekheid van het Arabisch. Een voorbeeld in deze is de volgende uitspraak van Allah:

 

أَلَكُمُ الذَّكَرُ وَلَهُ الْأُنثَىٰ تِلْكَ إِذًا قِسْمَةٌ ضِيزَىٰ

“Zijn voor jullie de mannelijke wezens en voor Hem de vrouwelijke?" Dat is dan een oneerlijke verdeling” (VBK soera An Nadjm, aaya 21-22)

De algemene oorspronkelijke vertaling is dat de verdeling ‘oneerlijk is’. Dit is in de verschillende talen als volgt vertaald:

Duits:

“Verteilt ihr die Geschlechter so, da euch das männliche Geschlecht und Ihm das weibliche gehrt? Das wäre eine ungerechte Verteilung!”

Frans: 

“Sera-ce à vous le garçon et à Lui la fille? Que voilà donc un partage injuste!” 

Engels:

“Is it for you the males and for Him the females? That indeed is a division most unfair!” 

Nederlands: 

“Zijn voor jullie de mannelijke wezens en voor Hem de vrouwelijke? Dat is dan een oneerlijke verdeling!”

Echter de vertalingen brengen de eloquente betekenis niet over op een manier waarbij een diepte in woordkeuze tot uiting komt wat passend is bij de context. Bij de verzen zijn echter gewone woorden gebruikt op een niet-bijzondere wijze. Om de eloquentie van deze verzen te begrijpen, dienen we stil te staan bij de omstandigheden waarin deze verzen zijn geopenbaard. Dit was dat de ongelovige Arabieren uitspraken hebben gedaan waarmee zij drie soorten van ongeloof hebben begaan:

1. Het belichamen van de goden;

2. Het zichzelf als beter beschouwen dan de goden omdat zij de goden als vrouwen afbeeldden, terwijl zij de mannen als superieur beschouwden;

3. Dat zij de engelen als vrouwen beschouwden, terwijl zij de vrouwen minachtten en elkaar, wanneer ze elkaar uitscholden, de term vrouw hanteerden.

Daarom heeft Allah جل جلاله niet de Arabische term voor ‘onrechtvaardige verdeling’ (qismatoen dhaalima) of ‘onvolledig verdeling’ (qismatoen naaqisa) of ‘oneerlijke verdeling’ (qismatoen ghairoe ‘aadila) gebruikt, maar heeft Hij جل جلاله: "qismaatoen dhiezaa" gebruikt op deze plek. Hij جل جلاله is dus gekomen met een vreemd woord met een harde klank wat een veroordelende toon overbrengt (door gebruik van de letter ‘daadh’). Derhalve zouden de woorden ‘onrechtvaardig’, ‘onvolledig’ en ‘oneerlijk’ niet op hun plaats zijn, ondanks dat deze allen dezelfde betekenis hebben. Dit is iets wat iemand die het Arabisch niet beheerst niet kan begrijpen en de eloquentie en zoete smaak ervan niet kan bevatten.

2. Het begrijpen van de sjarie’a 

De sjarie’a kan niet begrepen worden zonder een diep begrip van de teksten van het Boek (Koran) en de nobele soenna en de idjtihaad in beiden, omwille van extractie van oordelen. Dit kan niet geschieden zonder de Arabische taal te beheersen. Daarom is er altijd consensus geweest onder de klassieke en moderne geleerden dat de Arabische taal een essentiële voorwaarde is voor idjtihaad, en iemand die geen kennis heeft van de Arabische taal heeft geen recht om idjtihaad te verrichten in de religie. Daarnaast heeft niemand het recht om de teksten te verklaren buiten het Arabisch of de grammatica van de Arabische taal, om.

We zien tegenwoordig dat in bepaalde westerse landen, door sommigen die door het westen als ‘Islamitische denkers’ zijn gebrandmerkt, idjtihaad claimen in de religie en spreken over halaal en haraam en met klem de Islamitische fiqh bekritiseren die zij hebben bestempeld als "klassieke fiqh", terwijl zij niets weten van de Arabische taal, de teksten niet kunnen begrijpen en de uitspraken van de geleerden niet gelezen hebben. Hoe kunnen deze idjtihaad verrichten en kritiek leveren op fiqh op basis van ‘De kritieken’ van Kant, of op basis van ‘Het contract’ van Rousseau of op basis van ‘De wetten’ van Montesqieu, terwijl zij niets weten over de Moewatta van Maalik of Ar Risaala van Asj Sjaafi'ie, of Al Moesnad van Ahmad?

We zien tevens dat sommigen, door het westen gebrandmerkt als zijnde ‘gematigden’ en door het westen gekweekt om een leidersrol namens de moslims te vervullen in de westerse landen, het idee van het veranderen van de religie propageren. Zij claimen dat de teksten twee lezingen bevatten: een letterlijke (harfiyya) en een figuurlijke (madjaaziyya). Wat wij moslims in de westerse landen nodig hebben, is volgens hen de figuurlijke kijk op deze teksten. Zij vinden het aanvaardbaar dat de Koran en de soenna zodanig geïnterpreteerd kunnen worden dat zij overeenstemmen met de waarden van de westerse beschaving, cultuur en haar concepten. Deze stroming verdeelt de teksten in tweeën: Een deel dat letterlijk is welke het credo en de aanbiddingen omvat; en een ander deel dat geïnterpreteerd kan worden welke de systemen zijn van leven. Dit betreft een methodiek die niets van doen heeft met de Arabische taal waarmee de Koran is geopenbaard of waarmee de Profeet صلى الله عليه وسلم heeft gesproken. Want zoals we de verplichting tot vasten uit Zijn جل جلاله tekst kunnen opmaken:

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا كُتِبَ عَلَيْكُمُ الصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى الَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ

“O jullie die geloven, het vasten is jullie voorgeschreven, zoals het degenen die vóór jullie waren was voorgeschreven, opdat jullie vroom zullen zijn.” (VBK soera Al Baqara, aaya 183)

begrijpen we de verplichting tot vergelding (qisaas) van de moordenaar uit:

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا كُتِبَ عَلَيْكُمُ الْقِصَاصُ فِي الْقَتْلَى

“O jullie die geloven, vergelding inzake doodslag is jullie voorgeschreven” (VBK soera, Al Baqara 178.)

Er is geen enkel verschil in formulering tussen beiden. Van waar dan hebben zij begrepen dat het vasten een verplichting is voor de moslim en de vergelding (qisaas) door de executie van een moordenaar, niet meer acceptabel is omdat dit in strijd is met de geest van deze tijd? We hebben deze opdeling niet nodig, noch de zojuist genoemde interpretatie.

Derhalve kan er geconcludeerd worden dat de Arabische taal zeer belangrijk is en noodzakelijk om ons bewustzijn in onze identiteit te verdiepen, en onze verbinding met onze Islamitische cultuur en beschaving te consolideren.

Bron: De Islamitische Identiteit p.35-40, Hizb ut Tahrir- Europa 

 

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië