TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Orgaandonatie: wel of niet?

In 2020 is iedere Nederlandse staatsburger automatisch orgaandonor, tenzij men hiertegen bezwaar indient. Doet men dit niet, dan kunnen organen na het ‘“overlijden’” uit het lichaam gesneden worden en hergebruikt worden. Dit besluit heeft ook ingrijpende consequenties voor de moslimgemeenschap. Hoe moeten we als moslims hiermee omgaan?

De visie van Islam rondom orgaandonorschap

Het helpen van je medemens en je dienstbaar opstellen is zonder meer een nobele daad, zelfs na iemands dood. Zo moedigt Islam aan om dienstbaar te zijn tijdens het leven, maar ook na de dood, door bijvoorbeeld een waterput aan te leggen of een boom te planten, waar mensen profijt van kunnen hebben na iemands dood.

Ook heeft Islam, uit dienstbaarheid, het toegestaan om non-vitale organen en weefsel te doneren, zolang men leeft, zoals het doneren van een nier, huid of bloed. Met als voorwaarde dat het niet leidt tot de dood en waar geen restricties zijn opgelegd door Islam, zoals bijvoorbeeld bij het doneren van bepaalde cellen en weefsels, die afkomstig zijn van voortplantingsorganen, zoals sperma en eiercellen.

Dus enerzijds wordt dienstbaarheid ten opzichte van de medemens gemotiveerd en anderzijds wordt het niet geheel vrijgelaten en legt Islam beperkingen op bij het doneren. Dit komt omdat Islam de mens beperkte eigendoms- en bestedingsrechten toekent over zijn lichaam, zolang hij in leven is.

Het doneren van vitale organen daarentegen, zoals een hart of andere vitale organen, valt onder een andere categorie. Dit is omdat het doneren van dit soort organen uit het lichaam, zal leiden tot de dood. Dit valt onder zelfmoord en is niet toegestaan, zelfs als je een ander ermee kunt helpen.

Tot zover het donorschap tijdens iemands leven. 

Bij het doneren nadat men overleden is, komen de beperkte eigendoms- en bestedingsrechten te vervallen, want die waren geldig zolang iemand in leven is. Wanneer iemand komt te overlijden, vervallen de eigendoms- en bestedingsrechten over zowel zijn bezit als zijn lichaam, met uitzondering van bijvoorbeeld het opstellen van een testament. Hiermee wordt zelfs het doneren van non-vitale organen, waar hij bestedingsrecht over had toen hij in leven was, verboden.

Daarnaast kent Islam onschendbaarheid van het dode lichaam. Het is verboden om dode lichamen te verminken, voor welk doeleinde dan ook. Zij dienen met rust gelaten te worden. De Profeet (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:

“Het breken van de botten van een overleden persoon is hetzelfde als het breken ervan als hij zou leven.”

(overgeleverd door imam Ahmed, Aboe Dawoed, en Ibn Hibban).

Imam Ahmed heeft overgeleverd dat Amir ibn Hazm al-Ansari zei: “de Profeet van Allah zag dat ik leunde tegen een graf en zei”: “Doe geen kwaad tegen de eigenaar van dit graf.” Ook heeft de Profeet (صلى الله عليه وسلم) gezegd: “Het is beter voor iemand om op een brandend stukje houtskool te zitten dan op een graf  te zitten”.

(Imaam Moeslim, imaam Ahmed)

Daarnaast heeft de Profeet (صلى الله عليه وسلم) verboden om de lichamen van zowel de levenden als de overledenen te verminken. Het is overgeleverd door imaan al Boecharie van Abdoellah ibn Zaid al Ansari dat hij zei: “De Profeet van Allah vrede zij met hem, verbood plunderen en misvorming.”

Imam Ahmed, Ibn Maadjah, en An-Nasai hebben overgeleverd van Safwan b. Assal dat hij zei: de Profeet (صلى الله عليه وسلم) stuurde ons op een expeditie en zei: “Ga voort in de naam van Allah, en omwille van Allah. Vecht tegen degenen die niet in Allah geloven. Vermink niet, verraad niet en dood geen kinderen.”

Dus Islam ontneemt al het bestedingsrecht, van zowel de eigenaar van het lichaam na zijn overlijden, als een derde persoon die een orgaan of weefsel uit het lichaam wil verwijderen van een overledene.

Een andere doorslaggevende reden, waarom het niet toegestaan is om organen te doneren na het ‘“overlijden’”, is omdat de organen bruikbaar zijn zolang iemand leeft. Als de dood intreedt, zullen de organen niet meer bruikbaar zijn. Met andere woorden, worden de organen uit het lichaam verwijderd tijdens iemands leven, voordat de dood intreedt.

Dit is omdat men een onderscheid maakt tussen klinisch dood en dood. Iemand met een zwaar hersenletsel of een hersenstamletsel, waarvan de organen nog werken, wordt beschouwd als klinisch dood, terwijl volgens Islam de ziel het lichaam nog niet heeft verlaten. Er is een geval bekend, waarbij een vrouw in een dergelijke toestand nog een gezond kindje gebaard heeft en er zijn gevallen bekend, dat na het loskoppelen van het beademingsapparaat, het lichaam door blijft functioneren en door blijft leven.

De geleerden in Islam hanteren de klassieke doodskenmerken die waarneembaar zijn bij een overledene, als maatstaf om iemand dood te verklaren. Zoals het niet ademen, een openstaande mond, starende ogen, het inzakken van de slapen, het kantelen van de neus, naar buiten hangende onderarmen en slappe voeten en in bepaalde twijfelgevallen verandering in lichaamsgeur. Want zekerheid gaat boven twijfel en onzekerheid. De dood en de drastische gevolgen dienen te allen tijde te berusten op zekerheid, dat de dood daadwerkelijk haar intrede heeft gedaan.

Dus volgens de geleerden van Islam, dient de dood samen te gaan met het afsterven van de hersenstam en alle vitale organen zoals, het hart, de longen en de lever. En wanneer dit feitelijk plaatsvindt, dan zijn de organen niet bruikbaar als donor.

Dus het argument van sommige moslims om donorschap na het overlijden goed te keuren door het vers in Soera al-Maida; aya 32 als argument te gebruiken, gaat niet op aangezien het schenken van leven geen vrijbrief is om eerst een ander van zijn leven te beroven.

“ ...wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij het gehele mensdom had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken…” (BVK soera al- maida, aya 32)

Kritische noot bij het “liberale gedachtegoed” over donorschap

Terwijl binnen de Islamitische jurisprudentie meningsverschillen zijn over donorschap, waarbij de totstandkoming van een oordeel sterk afhangt van het begrip van de realiteit van donorschap en de daaraan gerelateerde Islamitische teksten, is er geen meningsverschil over een staat, die het lichaam van een overledene kan claimen en beschouwen als ‘staatseigendom’.

Het frappante is dat Islam door de leden van de seculier-liberale ideologie, beschouwd wordt als onderdrukkend en autoritair, terwijl juist de leden van dit seculier liberale gedachtegoed, initieel de claim leggen op nota bene het lichaam van het individu na zijn ‘“dood’”.

Het feit dat een persoon achteraf bezwaar mag maken om geen donor te zijn, verandert niets aan het begrip van de leden van de  seculier-liberale ideologie, die het besluit hebben genomen om de claim te leggen op het lichaam. De contradictie tussen dit besluit en de ideologie, die juist gestoeld is op de vrijheden van het individu, is buitengewoon opmerkelijk.

De dubbele maat, die we vaak zien als het gaat om Islam-gerelateerde kwesties, lijkt dus iets inherents aan de seculier-liberale ideologie te zijn.

Als moslimgemeenschap dienen we hier alert op te zijn en we dienen niet meegesleurd te worden door de hype. En belangrijker, we dienen ons te allen tijde vast te houden aan de Islamitische visie en oordelen.

Okay Pala

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië