TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Het belang van de Arabische taal

Veel onderzoekers beschouwen de taal als zijnde een element van de identiteit, zelfs als een essentieel element van de identiteit. Dit klopt inderdaad, wanneer de identiteit in haar aanwezigheid en vorm gebaseerd is op nationalisme. Echter, als het gegrondvest is op een intellectuele basis, dan is de taal geen onderdeel van de identiteit. Daarom kunnen we ons niet voorstellen dat een Fransman geen Frans spreekt, of dat een Duitser geen Duits spreekt, maar we kunnen ons wel indenken dat een moslim Duits of Frans of andere talen spreekt. De moslims vandaag de dag spreken geen eenduidige taal en desondanks dragen zij dezelfde identiteit en dat is de Islamitische waarmee zij zich met trots onderscheiden. 

Ongeacht de taal wel of geen onderdeel uitmaakt van de identiteit, iedereen onderkent het belang van de taal met betrekking tot de invloed die deze taal uitoefent op zowel het individu alsmede op het collectief middels de beïnvloeding van hun mentaliteit. De taal is de sleutel tot de cultuur (thaqaafa), en het gereedschap waarmee kennis wordt opgedaan.

Allah جل جلاله heeft het Arabisch uitverkoren als taal voor de Koran, en is daarom de taal van de Islam. Allah جل جلاله zegt:

إِنَّا أَنزَلْنَاهُ قُرْآنًا عَرَبِيًّا لَّعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ

 “Wij hebben het geopenbaard als Arabische Koran opdat jullie zullen begrijpen.” (VBK soera Joesoef, aaya 2)

Hij جل جلاله zegt tevens: 

كِتَابٌ فُصِّلَتْ آيَاتُهُ قُرْآنًا عَرَبِيًّا لِّقَوْمٍ يَعْلَمُونَ

“Een Boek waarvan de verzen zijn verklaard als duidelijke verkondiging voor mensen die kennis bezitten.” (VBK soera Foessilat, aaya 3)

En Hij جل جلاله zegt:

إِنَّا جَعَلْنَاهُ قُرْآنًا عَرَبِيًّا لَّعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ

 “Voorzeker, Wij hebben het tot een duidelijke verkondiging gemaakt, opdat jullie het zullen begrijpen.” (VBK soera Az Zoekhroef, aaya 3)

De Arabische taal is belangrijk en noodzakelijk omdat dit het middel is waarmee verbinding met Allah جل جلاله gemaakt wordt middels het aanbidden, het reciteren van de Koran, en het gebed. Tevens is het de sleutel die de moslim toegang biedt tot de met kennis gevulde bibliotheken opdat hij inzicht verkrijgt in haar culturele rijkdom, en zodoende neemt van haar, hetgeen zijn inzicht verbreedt met zijn identiteit en hem helpt om haar basis te consolideren. Daarom zijn de salaf (de eerste drie generaties van moslims) verheven geworden met deze taal en spoorden aan tot de studie van deze taal.

Van Abie bin Ka'b is overgeleverd:

“Leer het Arabisch zoals je de Koran leert” [Overgeleverd door Ibn Abie Sjaiba in Al Moesnaf] 

En van 'Oebaidoellah Ibn 'Oebaid Al Kalaa'ie is overgeleverd: ‘Oemar Ibn Al Gattaab vertelde altijd: 

“Lees de Koran in het Arabisch, omdat deze Arabisch is” [Overgeleverd door Al Bajhaqie in Asj Sjoe'ab] 

Van Ibn 'Abbaas is overgeleverd: 

“Als je iets van de Koran niet begrijpt, zoek het dan na in de poëzie, dat is de voertaal van de Arabieren” (Overgeleverd door Al Haakim in Al Moestadrak en Al Baihaqie in ‘Asmaa wa Sifaat’)

En Maalik heeft gezegd: 

“Wanneer een man niets weet van de taal van de Arabieren en hij de Koran probeert uit te leggen, hem zou ik hebben bestraft.”

De Arabische taal is geenszins een studievak waarvoor men kiest, het is een religieuze verplichting, waarbij de Oemma een overtreding begaat wanneer zij deze taal verloochent. De religie van een individuele moslim wordt enkel met haar compleet. Elke verwaarlozing ervan leidt tot een verzwakking van het begrip van de religie en is reden van allerlei innovaties en dwalingen. Derhalve zegt de geleerde in de taal Ibn Djinnie in ‘Al Gasaa’is’, en zijn uitspraak is juist: 

“De meesten die zijn afgedwaald van de sjari'a, zijn dit doordat zij de betekenis ervan niet konden begrijpen omdat zij zwak waren in deze nobele en eervolle taal.”

Hier willen we middels een aantal voorbeelden duidelijk maken hoe belangrijk de Arabische taal is, en de noodzaak van de moslims deze taal te leren:

1.Stilstaan bij het wonder van de Koran 

De Koran beschikt over primaire betekenissen en andere secundaire betekenissen die zich kenmerken door de systematiek en de stijl van uitdrukking en de kracht in welbespraaktheid. De eloquentie en prachtige stijl van deze secundaire betekenissen kunnen enkel begrepen worden door degene die zich deze taal eigen maakt in al haar facetten, en zelf bewust is van de onmogelijkheid om iets soortgelijks voort te brengen. De niet-Arabier is zich echter enkel bewust van de primaire betekenissen van de woorden en staat niet stil bij de eloquente en verheven stijl van de secundaire betekenissen, zonder zich te beroepen op bewijsvoering van anderen.

Wanneer de moslim de Arabische taal niet machtig is, dan dient deze zich te beroepen op een vertaalde betekenis in een taal die hij wel beheerst. Hoe goed deze taal of eloquent deze ook is, het brengt enkel de primaire betekenissen tot uitdrukking en niet de secundaire. We ontkennen niet dat er in de andere talen geen welbespraaktheid bestaat, echter wel ontkennen we dat haar welbespraaktheid ook maar zelfs in de buurt komt van het Arabisch. Of dat ook maar de aanduidingen van haar taaluitingen overeenkomen met de betekenissen, helderheid en uniekheid van het Arabisch. Een voorbeeld in deze is de volgende uitspraak van Allah:

 

أَلَكُمُ الذَّكَرُ وَلَهُ الْأُنثَىٰ تِلْكَ إِذًا قِسْمَةٌ ضِيزَىٰ

“Zijn voor jullie de mannelijke wezens en voor Hem de vrouwelijke?" Dat is dan een oneerlijke verdeling” (VBK soera An Nadjm, aaya 21-22)

De algemene oorspronkelijke vertaling is dat de verdeling ‘oneerlijk is’. Dit is in de verschillende talen als volgt vertaald:

Duits:

“Verteilt ihr die Geschlechter so, da euch das männliche Geschlecht und Ihm das weibliche gehrt? Das wäre eine ungerechte Verteilung!”

Frans: 

“Sera-ce à vous le garçon et à Lui la fille? Que voilà donc un partage injuste!” 

Engels:

“Is it for you the males and for Him the females? That indeed is a division most unfair!” 

Nederlands: 

“Zijn voor jullie de mannelijke wezens en voor Hem de vrouwelijke? Dat is dan een oneerlijke verdeling!”

Echter de vertalingen brengen de eloquente betekenis niet over op een manier waarbij een diepte in woordkeuze tot uiting komt wat passend is bij de context. Bij de verzen zijn echter gewone woorden gebruikt op een niet-bijzondere wijze. Om de eloquentie van deze verzen te begrijpen, dienen we stil te staan bij de omstandigheden waarin deze verzen zijn geopenbaard. Dit was dat de ongelovige Arabieren uitspraken hebben gedaan waarmee zij drie soorten van ongeloof hebben begaan:

1. Het belichamen van de goden;

2. Het zichzelf als beter beschouwen dan de goden omdat zij de goden als vrouwen afbeeldden, terwijl zij de mannen als superieur beschouwden;

3. Dat zij de engelen als vrouwen beschouwden, terwijl zij de vrouwen minachtten en elkaar, wanneer ze elkaar uitscholden, de term vrouw hanteerden.

Daarom heeft Allah جل جلاله niet de Arabische term voor ‘onrechtvaardige verdeling’ (qismatoen dhaalima) of ‘onvolledig verdeling’ (qismatoen naaqisa) of ‘oneerlijke verdeling’ (qismatoen ghairoe ‘aadila) gebruikt, maar heeft Hij جل جلاله: "qismaatoen dhiezaa" gebruikt op deze plek. Hij جل جلاله is dus gekomen met een vreemd woord met een harde klank wat een veroordelende toon overbrengt (door gebruik van de letter ‘daadh’). Derhalve zouden de woorden ‘onrechtvaardig’, ‘onvolledig’ en ‘oneerlijk’ niet op hun plaats zijn, ondanks dat deze allen dezelfde betekenis hebben. Dit is iets wat iemand die het Arabisch niet beheerst niet kan begrijpen en de eloquentie en zoete smaak ervan niet kan bevatten.

2. Het begrijpen van de sjarie’a 

De sjarie’a kan niet begrepen worden zonder een diep begrip van de teksten van het Boek (Koran) en de nobele soenna en de idjtihaad in beiden, omwille van extractie van oordelen. Dit kan niet geschieden zonder de Arabische taal te beheersen. Daarom is er altijd consensus geweest onder de klassieke en moderne geleerden dat de Arabische taal een essentiële voorwaarde is voor idjtihaad, en iemand die geen kennis heeft van de Arabische taal heeft geen recht om idjtihaad te verrichten in de religie. Daarnaast heeft niemand het recht om de teksten te verklaren buiten het Arabisch of de grammatica van de Arabische taal, om.

We zien tegenwoordig dat in bepaalde westerse landen, door sommigen die door het westen als ‘Islamitische denkers’ zijn gebrandmerkt, idjtihaad claimen in de religie en spreken over halaal en haraam en met klem de Islamitische fiqh bekritiseren die zij hebben bestempeld als "klassieke fiqh", terwijl zij niets weten van de Arabische taal, de teksten niet kunnen begrijpen en de uitspraken van de geleerden niet gelezen hebben. Hoe kunnen deze idjtihaad verrichten en kritiek leveren op fiqh op basis van ‘De kritieken’ van Kant, of op basis van ‘Het contract’ van Rousseau of op basis van ‘De wetten’ van Montesqieu, terwijl zij niets weten over de Moewatta van Maalik of Ar Risaala van Asj Sjaafi'ie, of Al Moesnad van Ahmad?

We zien tevens dat sommigen, door het westen gebrandmerkt als zijnde ‘gematigden’ en door het westen gekweekt om een leidersrol namens de moslims te vervullen in de westerse landen, het idee van het veranderen van de religie propageren. Zij claimen dat de teksten twee lezingen bevatten: een letterlijke (harfiyya) en een figuurlijke (madjaaziyya). Wat wij moslims in de westerse landen nodig hebben, is volgens hen de figuurlijke kijk op deze teksten. Zij vinden het aanvaardbaar dat de Koran en de soenna zodanig geïnterpreteerd kunnen worden dat zij overeenstemmen met de waarden van de westerse beschaving, cultuur en haar concepten. Deze stroming verdeelt de teksten in tweeën: Een deel dat letterlijk is welke het credo en de aanbiddingen omvat; en een ander deel dat geïnterpreteerd kan worden welke de systemen zijn van leven. Dit betreft een methodiek die niets van doen heeft met de Arabische taal waarmee de Koran is geopenbaard of waarmee de Profeet صلى الله عليه وسلم heeft gesproken. Want zoals we de verplichting tot vasten uit Zijn جل جلاله tekst kunnen opmaken:

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا كُتِبَ عَلَيْكُمُ الصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى الَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ

“O jullie die geloven, het vasten is jullie voorgeschreven, zoals het degenen die vóór jullie waren was voorgeschreven, opdat jullie vroom zullen zijn.” (VBK soera Al Baqara, aaya 183)

begrijpen we de verplichting tot vergelding (qisaas) van de moordenaar uit:

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا كُتِبَ عَلَيْكُمُ الْقِصَاصُ فِي الْقَتْلَى

“O jullie die geloven, vergelding inzake doodslag is jullie voorgeschreven” (VBK soera, Al Baqara 178.)

Er is geen enkel verschil in formulering tussen beiden. Van waar dan hebben zij begrepen dat het vasten een verplichting is voor de moslim en de vergelding (qisaas) door de executie van een moordenaar, niet meer acceptabel is omdat dit in strijd is met de geest van deze tijd? We hebben deze opdeling niet nodig, noch de zojuist genoemde interpretatie.

Derhalve kan er geconcludeerd worden dat de Arabische taal zeer belangrijk is en noodzakelijk om ons bewustzijn in onze identiteit te verdiepen, en onze verbinding met onze Islamitische cultuur en beschaving te consolideren.

Bron: De Islamitische Identiteit p.35-40, Hizb ut Tahrir- Europa 

 

De betekenis van 'gematigdheid' (al wasatiejja)

De term al wasatiejja (gematigdheid) verscheen pas onder de moslims in de moderne tijd. Het is een term die vreemd is aan Islam en waarvan de bron het Westen en de kapitalistische ideologie is. Een ideologie waarvan het credo gebaseerd is op een oplossing van compromis. Deze oplossing van compromis was het resultaat van het bloedige conflict tussen de kerk en diens volgers van de koningen aan één kant, en de nieuwe variëteit van Westelijke denkers en filosofen aan de andere kant. De eerste groep beschouwde het christendom als geschikt om alle levenszaken op te lossen. De tweede groep oordeelde dat het christendom onbekwaam was om dit te doen, en beschouwde het als de oorzaak van vernedering en achterstand. Zij waren van mening dat enkel het verstand capabel was een systeem uiteen te zetten om de levenszaken te ordenen. 

Na een bitter conflict tussen de twee groepen gingen zij met een compromisoplossing akkoord. De godsdienst werd erkend als "het verband tussen een individu en zijn Schepper", op voorwaarde dat het geen zeggenschap zou hebben in het leven. De ordening van levenszaken moest overgelaten worden aan de mens zelf. Toen zij het idee van het scheiden van de godsdienst van het leven als credo voor hun ideologie namen, waaruit het kapitalistische systeem voortvloeide, en op wiens basis de Westelijke naties haar renaissance bereikten, begonnen ze deze ideologie naar anderen te verspreiden middels kolonisatie. 

Het effect van deze compromisoplossing, waarop zij hun credo bouwden, werd prominent in elk aspect van de wetgeving en het gedrag van de aanhangers van de kapitalistische ideologie, in het bijzonder in politieke kwesties. De kwestie van Palestina is een relevant voorbeeld. Moslims beschouwen Palestina als land dat tot hen behoort. Tegelijkertijd zeggen de joden dat Palestina het Heilige Land is dat door God aan hen beloofd is, zodat alles aan hen toebehoort. In 1947 stelden de kapitalistische Westerse naties een oplossing voor. Deze oplossing was de verdeling van Palestina in twee gescheiden staten - één staat voor de joden en één staat voor de moslims. Dit idee van verdeling is sindsdien door de kapitalistische naties gebruikt om vele internationale problemen op te lossen, zoals in Kasjmir, Bosnië, Cyprus etc.

Bijgevolg is de politiek van de kapitalistische naties gebaseerd op leugens en misleiding. De gehele waarheid is niet iets wat noodzakelijk bereikt hoeft te worden, een deel ervan is toereikend, ook al ligt dit deel heel dicht of juist heel ver van de waarheid. Niet elke partij zal zijn doelen bereiken, maar zal met een compromisoplossing aankomen die door beide partijen wordt goedgekeurd. Niet omdat het de correcte oplossing is maar puur omdat de oplossing afhankelijk is van de sterkte of zwakte van een partij. Zo kan de sterke partij alles innemen als hij dat zou wensen en de zwakke trekt zich noodzakelijkerwijs terug en moet genoegen nemen met de rest. 

In plaats van dit idee van compromis en compromisoplossing te bekritiseren en de fout en valsheid uiteen te zetten, keuren sommige moslims dit goed en zien dit als deel van Islam. Zij beweren zelfs dat de Islam hierop is gebaseerd. Zo wordt Islam geplaatst tussen spiritualisme en materialisme, individualisme en collectivisme, realisme en idealisme en tussen continuïteit en verandering. “Er is geen overmaat of deficiëntie, noch overdrijving of achteloosheid”, wordt wel eens gezegd.

Om hun argumentatie kracht bij te zetten, gingen zij alle aspecten af binnen Islam en ondervonden dat alles twee uitersten en een midden heeft. Het midden is het veilige gebied, terwijl beide extremen aan gevaar en corruptie onderworpen zijn. Het midden is het centrum van macht en het gebied van balans en evenwicht tussen twee extremen. Aangezien het middelpunt en compromis deze eigenschap delen, is het geen verrassing dat compromis in elk aspect van de Islam te vinden is. Aldus ligt Islam in het midden van geloof en verering, van wetgeving en moraal, etc. 

Nadat zij de regels van Islam aan de realiteit hadden getoetst door middel van hun verstand, bekeken zij bepaalde sjar’ie teksten in een nieuw licht en verdraaiden de betekenissen en onderwierpen het aan hun nieuwe begrip, zodat het zou passen bij hun nieuw geadopteerde oordelen. Als bewijs gaven zij de volgende aaya:

وَكَذَٰلِكَ جَعَلْنَاكُمْ أُمَّةً وَسَطًا لِّتَكُونُوا شُهَدَاءَ عَلَى النَّاسِ وَيَكُونَ الرَّسُولُ عَلَيْكُمْ شَهِيدًا

‘’Zo hebben wij jullie gemaakt tot een evenwichtige (wasat) gemeenschap opdat jullie getuigen zullen zijn over de mensen en opdat de Boodschapper getuige zal zijn over jullie" (VBK soera al Baqara 2, aaya 143) 

De wasatiejja van de oemma wordt afgeleid uit de wasatiejja in hun minhaadj (methode) en systeem. Dus een tussenweg waarin de overdrijving van de joden en de nalatigheid van de christenen niet in voorkomt. Zij beweerden ook dat het woord "midden" (wasat) rechtvaardigheid betekende, en de rechtvaardigheid - volgens hen - was het midden van twee tegenstrijdige kanten. Zo gaven zij rechtvaardigheid de betekenis van verzoening om het idee van compromis te dienen. De correcte betekenis van deze aaya is dat de Islamitische oemma een oemma is van rechtvaardigheid. Tevens is rechtvaardigheid één van de voorwaarden voor een persoon die wenst te getuigen in Islam. Deze oemma zal een geldige getuige zijn over andere naties omdat zij Islam aan hen verkondigt. Ook al is de aaya gekomen in de vorm van een berichtgeving (sieghat oel igbaar), toch moet dit gezien worden als een bevel van Allah جل جلاله aan de Islamitische oemma om Islam naar de andere naties te verkondigen. Als zij dit niet zouden doen zullen zij zondig zijn. De moslim oemma is de getuige voor alle andere naties, net zoals de Boodschapper صلى الله عليه وسلم de getuige is voor hen: "…en opdat de Boodschapper getuige zal zijn over jullie" Door zijn  صلى الله عليه وسلمverkondiging van de Islam aan de oemma en in zijn verzoek aan de oemma om het aan anderen te verkondigen: 

أَلَا لِيُبَلِّغ الشَّاهِدُ مِنْكُمْ الْغَائِبَ

"…laat de aanwezige de Boodschap uitdragen aan hen die afwezig zijn."

Deze moslims gebruikten ook de volgende aaya van Allah جل جلاله als bewijs: 

وَالَّذِينَ إِذَا أَنفَقُوا لَمْ يُسْرِفُوا وَلَمْ يَقْتُرُوا وَكَانَ بَيْنَ ذَٰلِكَ قَوَامًا

"En zij, die, als zij iets besteden, noch spilzuchtig noch vrekkig zijn, maar evenwichtig blijven tussen beide in." (VBK soera al Foerqaan 25, aaya 67) 

Aldus gaven zij het uitgeven twee uitersten; buitensporigheid (israaf) en gierigheid (taqtier), en gaven het een middenpositie: “consistentie” (al qawwaam). Dit is, naar hun mening, een bewijs voor gematigdheid in het uitgeven van geld. Zij begrepen niet dat de betekenis van deze aaya, drie soorten van bestedingen inhield: buitensporigheid, gierigheid en consistentie. De buitensporige besteding (israaf) is de besteding in haraam (wat verboden is), hetzij in kleine of grote bedragen. Als een persoon een cent aan het kopen van alcohol, gokken of omkoperij besteedt, wordt dit gezien als buitensporig geldgebruik en haraam. Gierigheid (taqtier) is de onthouding van het besteden in hetgeen waadjib (verplicht) is. Als een persoon geen één enkele cent aan zakaat over zijn geld betaalt, of als hij niet aan degenen besteedt voor wie hij verplicht is om te onderhouden, dan wordt dit beschouwd als gierigheid en is derhalve haraam. Consistentie (qawwaam) is het besteden volgens de regels van de sjarie’a, of het om een enorm bedrag gaat of niet. Aldus het eren van één enkele gast door een schaap, kip of een kameel te slachten is een consistente uitgave.

Het is halaal (toegestaan) omdat Allah جل جلاله zei: "tussen die," in de aaya, erop duidend dat er drie soorten van uitgaven zijn: buitensporigheid, gierigheid en consistentie. Eén van die drie types wordt verlangd door de sjarie’a, te weten consistentie. 

Er bestaat niet zoiets als een middenpositie of compromisoplossing in Islam. Allah جل جلاله creëerde de mens en Hij جل جلاله kent zijn realiteit door zijn Kennis waarvan geen menselijk wezen zich ooit bewust van kan zijn. Allah جل جلاله is de Enige die capabel is om het leven van de mens nauwkeurig te organiseren en niemand anders kan dit doen. De regels zijn al bepaald, er is geen middenpositie of compromisoplossing te vinden noch in de teksten van Islam. Eerder bestaat er nauwkeurigheid, duidelijkheid en onderscheid, die Allah جل جلاله als hoedoed (grenzen) heeft bepaald vanwege de nauwkeurigheid en juistheid. Hij جل جلاله heeft gezegd:

وَتِلْكَ حُدُودُ اللَّـهِ يُبَيِّنُهَا لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ

"…Dit zijn de grenzen (hoedoed) van Allah , welke Hij aan een volk dat denkt duidelijk maakt." (VBK soera al Baqara 2, aaya 230)

 En Allah جل جلاله zei:

وَمَن يَعْصِ اللَّـهَ وَرَسُولَهُ وَيَتَعَدَّ حُدُودَهُ يُدْخِلْهُ نَارًا خَالِدًا فِيهَا وَلَهُ عَذَابٌ مُّهِينٌ

 "En wie Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzaamt en Zijn grenzen overschrijdt zal Hij het Vuur doen binnengaan; hij zal daarin verblijven en dit zal voor hem een vernederende straf zijn." (VBK soera an Nisaa’ 4, aaya 14)

Waar is de middenpositie en de compromisoplossing in de uitspraken van de Boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم tegen zijn oom Aboe Taalib toen zijn mensen hem positie, geld en rang aanboden om de Islam te verlaten? Hij صلى الله عليه وسلم antwoordde:

"Bij Allah! O oom, al plaatsten zij de zon in mijn rechterhand en de maan in mijn linker opdat ik deze zaak verlaat, ik zal het nooit verlaten totdat Allah het laat zegen vieren en anders stervend ten onder ga”. 

En waar is het compromis in zijn verklaring aan de stam van Bani Amier ibn Sa'sa toen zij eisten dat zij zouden regeren na het overlijden van hem صلى الله عليه وسلم in ruil voor hun noesra (steun)? Hij صلى الله عليه وسلم zei:

 “de kwestie behoort tot Allah, Hij schenkt het aan wie Hij wil.” 

Concluderend is de middenpositie of de compromisoplossing een idee dat vreemd is aan Islam. De Westerse naties en de moslims die loyaal aan hen zijn hebben dit idee aan Islam proberen te plakken aan Islam om het aan de moslims te kunnen verkopen. Zij handelden in naam van gematigdheid en tolerantie, en probeerden daarmee de oprechte moslims van de duidelijk vastgestelde regels en grenzen van Islam af te houden.

 

Luchtmacht van de Ottomaanse Khilafah

 <img width="600" height="600" src="http://www.hizb-america.org/wp-content/uploads/2015/03/ottoman_air_force-600x600.jpg" class="attachment-post-thumbnail wp-post-image" alt="ottoman_air_force">

Slechts zes jaar nadat de gebroeders Wright hun eerste succesvolle vlucht hadden uitgevoerd in Ohio, was de Islamitische Staat (Ottomaanse Khilafah) één van de eerste naties in de wereld welke een militair luchtvaartprogramma was gestart. Hoe indrukwekkend het ook moge lijken dat moslims op snelle wijze deze technologie adopteerden, het precedent om nieuwe technieken en technologieën te verkrijgen voor de bescherming van de Islamitische Staat en zijn expansie was reeds gedaan door de Profeet  صلى الله عليه وسلم zelf.

In zijn tariekh (geschiedenis) verhaalt at Tabarie dat de Profeet صلى الله عليه وسلم  twee van zijn metgezellen, ‘Oerwa ibn Mas’oed en Ghitaan ibn Salama, naar de stad Djaraasj in Syrië om de fabricage technieken van dabbabaat (tankachtige wapens), mandjaaniq (katapulten) en dhaboer (tanks) te leren. Dit waren wapens die destijds gebruikt werden door de Romeinen.

De siera van de Profeet صلى الله عليه وسلم toont veel meer voorbeelden zoals het gebruik van de Perzische loopgraven in de slag van Gandaq en de expeditie naar Jemen om aldaar te leren hoe katapulten worden gemaakt en gebruikt. De Islamitische Staat volgde deze soenna  van de Profeet صلى الله عليه وسلم  zelfs toen het de wereld leidde in technologie. Toen de technologieën van luchtvaart en wapens voor luchtaanvallen waren ontwikkeld verspilde de Islamitische Staat geen tijd om deze technologieën zich eigen te maken voor eigen gebruik.

De geschiedenis van luchtvaart is niet anders dan de geschiedenis van andere wetenschappen en technologieën in het punt dat de ontwikkeling van luchtvaart gelegen is in een lange, rijke historie waarin kleine beetjes vooruitgang plaatsvonden over vele millennia en de ontwikkeling gebeurde niet plotsklaps in de eerste jaren voor de eerste luchtvaart. Veel oude beschavingen produceerden wapenprojectielen, vliegende apparaten en ontwerpen voor menselijke luchtvaart – velen ervan onpraktisch doch sommigen praktisch. Sommige voorbeelden bevatten het verhaal van de mechanische duif van Archytas van het oude Griekenland, de luchtlantaarn (hete luchtballonnen lantaarns) van China en de eerste raketwapens welke de Chinezen gebruikten tegen de Mongolen. Er is overgeleverd door de historicus van de 11e eeuw N.H. Ahmed Mohammad al Maqqaarie dat in de derde eeuw N.H., ‘Abbaas ibn Firnaas de eerste succesvolle gevleugelde vlucht uitvoerde doormiddel van zweefvluchten met gebruik van een gevleugeld door zichzelf ontworpen apparaat.

De moderne periode van luchtvaart was tot bloei gekomen met de komst van de Industriële revolutie in Europa. Vele grote ontwikkelingen verschenen in de 18e eeuw in Europa wat resulteerde in succesvolle vluchten. Voortgaande op basis van de werken van hun voorgangers en tijdsgenoten hebben de gebroeders Wright de problemen van weerstand en controle opgelost en maakten hun historische vlucht in 1903. Niet lang daarna startten Engeland, Frankrijk, de V.S., Duitsland, Rusland en Italië hun militaire luchtvaart programma’s en de Islamitische Staat nam hieraan deel door haar eigen luchtvaartprogramma te beginnen (Osmanlı Hava Kuvvetleri).

Militaire eenheden van de Islamitische Staat die verbleven in Europese steden bestudeerden de ontwikkeling van militaire voertuigen in Europa en al snel in 1909 nodigden militaire functionarissen van de Ottomaanse Khilafah Franse piloten uit om te komen naar Istanbul voor een demonstratie. De Belgische piloot Baron de Catters kwam naar Istanbul en voerde een tentoonstellingsvlucht uit met zijn Voisin dubbeldekker op uitnodiging van de Minister van Oorlog Mahmut Şevket Paşa. Als een direct gevolg van deze demonstratie nam het bewustzijn en interesse in militaire luchtvaart extreem toe binnen de Islamitische Staat. Functionarissen stuurden een delegatie naar de Internationale Luchtvaart Conferentie in Parijs. In 1910, werden moslimkandidaten naar Europa gestuurd om getraind te worden als piloten echter financiële kwesties binnen de staat zorgen ervoor dat dit werd uitgesteld. Desalniettemin waren er een aantal piloten getraind in luchtvaartscholen in Parijs en behaalden zij hun luchtvaartcertificaten.

De militaire functionarissen van de Ottomaanse Khilafah waren zich goed bewust van de bewapeningswedloop tussen de Europese naties om hun luchtmachten te versterken alsmede welk groot belang deze luchtmachten zouden hebben in de toekomst van oorlogvoering. Om niet te worden overrompeld of achter te blijven stelde de Minister van Oorlog Mahmut Şevket Paşa luitenant colonel Süreyya Bey in 1911 aan om ballonnen aan te schaffen om de constructie van de luchtvaart faciliteiten te leiden en trainingen te organiseren voor piloten. De Luchtvaart Commissie werd gevestigd en viel onder de sectie van Wetenschappelijk Onderzoek van het Ministerie van Oorlog. Naast de taak welke eraan werd gegeven door Mahmut Şevket Paşa, was de commissie ook begaan in het verzamelen van intelligentie en strategische informatie. Er werden niet alleen studie gedaan van wapens in de luchtvaart maar ook naar luchtafweergeschut. Dit bewees erg nuttig te zijn in komende oorlog met Italië.

In 1911, viel Italië delen van de Islamitische Staat binnen, hetgeen in het heden Libië wordt genoemd. De onrijpe luchtmacht van de Ottomaanse Khilafah was nog niet gereed militaire voertuigen te zenden. Pogingen om luchtvoertuigen van Frankrijk te kopen en deze via Algerije af te sturen in het slagveld bleken niet gerealiseerd te kunnen worden. Met een luchtmacht van 28 vliegtuigen en 4 ballonnen, was Italië het eerste land ooit welke een oorlog via de lucht uitvoerde. Met haar ontwikkeling in luchtafweergeschut werd de Islamitische Staat de eerste natie in de geschiedenis die luchtafweergeschut hanteerde in oorlog. Het islamitische leger heeft met succes ballonnen uit de lucht geschoten en andere militaire luchtvoertuigen van Italië en heeft zelfs sommige vliegtuigen in beslag kunnen nemen.

In 1912, hadden de eerste militaire piloten van de Islamitische Staat, kapitein Fesa Bey en luitenant Yusuf Kenan Bey hun training in Frankrijk afgerond en keerden terug. Hen werd twee van de vijftien vliegtuigen geschonken welke gefinancierd door het publiek. Op 27 april 1912 vlogen Fesa Bey en Yusuf Kenan Bey over Istanbul waardoor ze de eerste moslimpiloten werden die de eerste moslim vliegtuigen vlogen over moslimland. Vlak daarna werd er in juli 1912 een Vliegschool geopend in Yeşilköy, een buitenwijk van Istanbul, zodat de Islamitische Staat hun eigen piloten zou kunnen trainen. Dit was een belangrijke stap voor de Islamitische Staat om niet meer afhankelijk te zijn van andere landen. Het aantal piloten nam toe tot 18 en het aantal vliegtuigen tot 17. Deze werden al snel op de proef gesteld toen de semiautonome regio’s in de Balkan in opstand kwamen tegen de Ottomaanse Khilafah en de oorlog verklaarde aan de Islamitische Staat. De luchtmacht speelde geen essentiële rol in de initiële fase van dit conflict maar in de tweede fase van de oorlog vervulden negen gevechtsvliegtuigen en vier trainingsvliegtuigen een belangrijke rol.

Om de moed van zijn luchtmacht aan te tonen en enthousiasme te creëren bij de burgers van de staat organiseerden militaire functionarissen van de Ottomaanse Khilafah lange afstand vluchten. Dit verbeterde tevens de mogelijkheden van de luchtmacht in het uitvoeren van lange vluchten en het brengen van veiligheid in de gehele staat. De eerste lange afstandsvlucht werd gevlogen van Edirne naar Istanbul en duurde ongeveer drie uren. Op dertig november 1913 werd Belkıs Şevket Hanım de eerste moslimvrouw die vloog. In reactie op het applaus wat werd gegeven aan de Franse piloten die vlogen van Parijs naar Cairo organiseerde de staat een expeditie in 1914 om een afstand van nagenoeg 15000 mijlen te vliegen van Istanbul naar Alexandria. Vanwege de gevaren van luchtvaart in deze vroege fasen van de technologie resulteerden twee van deze expedities in neerstortingen en was het de derde die slaagde.

Toen de Ottomaanse Khilafah meegezogen werd in de Eerste Wereld Oorlog had ze slechts zeven vliegtuigen en tien piloten. Met de vastberadenheid van zijn ministers en de hulp van zijn nieuwe bondgenoot Duitsland,  groeide het aantal piloten tot 46, 59 waarnemers, drie observatie ballonnen, 92 vliegtuigen (waarvan veertien zeevliegtuigen) en een reserve van dertien piloten, 22 waarnemers die getraind zijn en 21 trainingsvliegtuigen. Toen de oorlog vorderde deden moslims zelfs een poging dit te vermeerderen door een Brits vliegtuig buit te maken. Gedurende de oorlog waren er in totaal 450 vliegtuigen gebruikt en gevlogen door honderd Turkse en 150 Duitse piloten. De luchtmacht is een bewijs van hoe relevant en bewust de Islamitische Staat nog was, zelfs tot aan het einde van haar dagen.

Dit is de nalatenschap van de Islamitische Staat aan de moslims van de wereld. Het bleef zuiver en oprecht jegens Islam en moslims en beschermde de levens en belangen van de moslims. De moderne seculiere staat van Turkije is de directe erfgenaam geweest van de luchtmacht van de Islamitische Staat waardoor de Turkse luchtmacht één van de oudste ter wereld is. Wat doet het Turkse regime wanneer moslims gedood worden in naburige landen Syrië, Irak, Libanon en Palestina? Wat doen de marionetten regeringen van andere moslim naties wanneer moslims worden aangevallen en gedood in hun eigen landen? In hoeverre lopen de moslims achter, door de afwezigheid van de Islamitische Staat,  in nucleaire technologie, satelliet observatie en andere technologieën welke essentieel zijn voor de bescherming van de moslims? Enkel een staat welke geleid wordt door een oprechte moslimleider, de Khaliefah, welke loyaal is aan Islam en moslims kan de bronnen van de moslims benutten om de moslims te beschermen en verder te ontwikkelen. En dit kan enkel afkomstig zijn door de hervestiging van de Islamitische Staat.

 

 

 

 

De betekenis van ''terrorisme''

Terrorisme (al irhaab)

Taalkundig gezien is al irhaab (terrorisme) een zelfstandig naamwoord dat afstamt van ar-ha-ba. Dit betekent ‘iemand bang maken’ en ‘schrik aanjagen’. Allah جل جلاله heeft gezegd:

(تُرْهِبُونَ بِهِ عَدُوَّ اللَّـهِ)

‘’Om ermee de vijanden van Allah af te schrikken’’ (VBK soera al Anfaal 8, aaya 60)

Dat wil zeggen dat je de vijand angst in moet boezemen. Maar vandaag de dag heeft dit woord een nieuwe betekenis gekregen. Op een congres in 1979 hebben zowel de Amerikaanse als de Britse inlichtingendiensten ingestemd om terrorisme te herdefiniëren tot: 

‘Het gebruik maken van geweld tegen de burgerlijke belangen om politieke doelen te behalen’. 

Vervolgens zijn er vele internationale conferenties en congressen gehouden en wetgevingen en regels gemaakt. Deze hadden als doel om alles wat beschreven kan worden als ‘terrorisme’ te definiëren. Daarnaast was het van belang om de type groeperingen, organisaties en partijen te benoemen die daadwerkelijk terrorisme praktiseren of welke van hen dit ondersteunen. De koefr staten beweren dit gedaan te hebben om de vereiste maatregelen te adopteren om terrorisme adequaat te bestrijden en de verspreiding ervan in te perken. 

Het blijkt duidelijk uit de regelgevingen die spreken over terrorisme dat deze verre van accuraat zijn. Deze antiterroristische maatregelen zijn onderworpen aan politieke vooroordelen van de regering die deze uiteindelijk tot wet verheft. Bijvoorbeeld, we zien dat de Verenigde Staten de liquidatie op de Indiase Ghandi zagen als een terroristische daad. Daarentegen werd de liquidatie op koning Faisal, noch de liquidatie op Kennedy bestempeld als een terroristische daad. 

Aanvankelijk beschreef men het opblazen van het FBI gebouw in Oklahoma als een terroristische daad. Toen duidelijk werd dat Amerikaanse milities achter de explosies zaten, veranderden ze hun beschrijving van een terroristische daad naar simpelweg een criminele daad. 

Voornamelijk de Verenigde Staten beschrijven bepaalde groeperingen als zijnde populaire oppositie bewegingen. Voorbeelden hiervan zijn de rebellen van Nicaragua, de IRA en anderen. Ze beschouwen de strijders van de bewegingen, wanneer deze worden gearresteerd, als krijgsgevangen volgens het Protocol (1) uit 1977 van de Genève Conventie. Aan de andere kant, wordt elke beweging die Amerikaanse belangen of de belangen van zijn agenten tegengaat, beschouwd als een terroristische beweging en wordt geplaatst op een lijst van terroristische organisaties. Deze lijst, welke periodiek wordt uitgegeven door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, bevat de meeste Islamitische bewegingen uit Egypte, Pakistan, Palestina, Algerije et cetera. 

Sinds de jaren tachtig heeft Amerika zowel nationaal als internationaal de publieke opinie gevormd naar wat in haar oogpunt terrorisme inhoudt. Ze hebben constant acties uitgevoerd gericht op burgerlijke doelen voor eigen profijt, deze acties waren afkomstig van politieke of militaire bewegingen welke niet verbonden waren met Amerika. Anderen waren bewegingen die verbonden waren aan de inlichtingendienst van Amerika. Bijvoorbeeld, vele rapporten geven aan dat sommige acties welke beschreven werden als terroristisch, afkomstig waren van personeel gelieerd aan de CIA, zoals het kapen van het TWA vliegtuig in Beiroet in het begin van de jaren negentig. De Verenigde Staten maakten ook gretig gebruik van de situatie tijdens de explosie bij de Amerikaanse al Khobar basis in Saoedi-Arabië. In 1996, bij de G7 conferentie in Parijs maakten ze veertig aanbevelingen betreffende de strijd tegen het terrorisme. Zelfs voor ze de identiteit van de daders hadden achterhaald, gebruikten ze de incidenten als het World Trade Center bombardement in New York en het bombardement op de FBI bureaus in Oklahoma om de antiterrorisme wetgeving te promoten. Deze werden allen goedgekeurd door het Senaat van de Verenigde Staten in 1997. 

De G7 aanbevelingen en de antiterrorisme wetgeving gaven de Verenigde Staten de autoriteit om elke terreurverdachte wereldwijd te vervolgen. 

De Verenigde Staten geloven dat zij het recht hebben om iedereen te mogen arresteren en te ontvoeren waarvan zij het vermoeden hebben dat deze persoon zich schuldig maakt aan een ‘terroristische daad’ en passen daarbij elke bestraffing toe die zij geschikt achten. Zoals: gevangenschap, ballingschap, intrekking van woon- en of staatsburger rechten enzovoort. Al dit kan gedaan worden zonder de beschuldigde het recht te geven zich te verdedigen of dat hij voorgeleid wordt aan een civiele rechtbank of jury. 

De Verenigde Staten stereotyperen regelmatig landen die de Amerikaanse belangen tegenwerken als terroristische staten. Neem bijvoorbeeld Noord-Korea, China, Irak en Libië. Ze hebben vele Islamitische bewegingen beschuldigd als zijnde terroristische bewegingen zoals de Islamitische Djihaad, Hamas, Djamaa’a Islamiyya in Egypte en FIS in Algerije. Op deze wijze exploiteerden ze bombardementen uitgevoerd op de Joden in Palestina en gebeurtenissen die plaatsvonden in Algerije op de vooravond van de afschaffing van de parlementaire verkiezingen door het leger.

Volgens deze wetten, resoluties en aanbevelingen, kunnen de Verenigde Staten iedereen die ze als terrorist achten vervolgen en aanvallen, zij het een individu, organisatie, partij of staat, door het gebruik van hun militaire strijdkrachten of politieke invloed om economische sancties af te dwingen. Zoals gezien in Irak en Libië. Dit werd ook geuit door de voormalige Amerikaanse Staatssecretaris George Schultz toen hij zei:

 “Waar de terroristen ook naartoe trachten te ontsnappen, ze zullen nooit in staat zijn zich schuil te houden”.

Dus, de antiterrorisme wetgeving geadopteerd door de Verenigde Staten is één van de strategische wapens die zij gebruiken om hun grip op de wereld te versterken. Met name de landen die de capaciteit hebben om in opstand te komen tegen het beleid van de Verenigde Staten. 

Sinds dat Amerika Islam heeft geïdentificeerd als haar grootste vijand na de val van het communisme, worden de Islamitische landen nu beschouwd als strategische gebieden waarin ze de antiterrorisme wetgeving zullen gebruiken om hun invloed te vergroten en ze onder controle te houden. Dit is omdat moslims nu zoeken naar het pad voor de heroprichting van de Khilafah, waarvan Amerika en andere koefr naties van weten dat het de enige Staat is die in staat is tot het vernietigen van de kapitalistische ideologie, welke Amerika leidt. 

Zodoende kan elke Islamitische beweging een mogelijk doelwit zijn om door Amerika als terroristisch gelabeld te worden. Zelfs politieke partijen en bewegingen die geen materiële handelingen gebruiken om hun doel te bereiken zijn niet gevrijwaard van dit label. Dus beschouwt Amerika elke activiteit van elke beweging, partij of staat welke oproept tot de terugkeer van Islam als een terroristische activiteit welke de internationale wetgeving breekt. Met deze rechtvaardiging, en door landen te verplichten de antiterrorisme wetgeving te adopteren, zijn ze in staat om de strijdkrachten van deze naties te mobiliseren onder haar leiderschap om aanvallen in te zetten tegen deze bewegingen, partijen en staten. 

Daarom is het van vitaal belang voor de moslims die werken voor de wederoprichting van de Khilafah, om te realiseren dat zij een direct doelwit zijn geworden van het zogenaamde antiterrorismebeleid. Het is tevens van belang om duidelijk te maken wat de realiteit is van deze wetgeving aangaande de Islamitische en mondiale publieke opinie. Ze dienen ook de realiteit uiteen te zetten van het beleid van de Verenigde Staten, die werken om de wereld te domineren door middel van deze wetgeving. En dat De Verenigde Staten de ware plegers waren achter vele van de bombardementen en aanslagen wereldwijd die zijn toegeschreven aan moslim individuen, groepen of landen. 

Het is ook verplicht voor de moslims om in hun handelingen en gedrag Islam te volgen. Islam heeft een specifieke manier om plannen en doelstellingen te realiseren. Dit is gemanifesteerd in het dragen van de oproep om het leven op Islamitische wijze voort te zetten door het heroprichten van de Khilafah. Vasthouden aan deze methode, dat zich beroept op intellectuele en politieke inspanning met de uitsluiting van materiële handelingen, is het vasthouden aan de methode van de sjarie’a methode geordend door Islam, en niet onze angst of verlangen om te ontsnappen aan het label van terrorisme. 

Het is verplicht voor de moslim om duidelijk te weten dat de taak van de Islamitische Staat na de stichting ervan beperkt is tot de sjarie’a-regels. Zij het haar interne taken zoals bijvoorbeeld het behartigen van de belangen van de mensen en het implementeren van de hoedoed (strafrecht), of extern zoals het verspreiden van Islam naar de gehele mensheid middels djihaad en het vernietigen van materiële obstakels die een barrière vormen voor de implementatie van Islam. 

De moslims dienen duidelijk te weten dat het implementeren van de wetten van Islam door de moslims over henzelf en anderen niet gebaseerd is op emoties, noch richt het zich op het realiseren van bepaalde specifieke belangen. Het is eerder uit gehoorzaamheid aan de bevelen van Allah جل جلاله. Hij die de mens, het leven en het universum geschapen heeft en de mens opdracht heeft gegeven zijn leven te ordenen in overeenstemming met de regels van Islam. Regels die Hij جل جلاله heeft geopenbaard aan Mohammed de Boodschapper van Allah صلى الله عليه وسلم. 

Dus de beschrijving van Islam en de moslims als terroristen door de Verenigde Staten en andere landen is een vooringenomen beschrijving. 

Het is in tegenstrijd met de realiteit en tegenstrijdig met hetgeen Allah جل جلاله wenst van de Islam. Hij جل جلاله heeft gezegd: 

(وَمَا أَرْسَلْنَاكَ إِلَّا رَحْمَةً لِّلْعَالَمِينَ)

’’En we hebben jou (O Mohammed) enkel gestuurd als een barmhartigheid voor de ‘Alamien (werelden).’’ (VBK soera al Anbiyaa’ 21, aaya 107) 

Allah جل جلاله heeft ook gezegd:

 ( وَنَزَّلْنَا عَلَيْكَ الْكِتَابَ تِبْيَانًا لِّكُلِّ شَيْءٍ وَهُدًى وَرَحْمَةً وَبُشْرَىٰ لِلْمُسْلِمِينَ)

…En Wij hebben jou het boek neergezonden als een uitleg van alle zaken en als Leiding en Barmhartigheid en een verheugende tijding voor de moslims’’ (VBK soera an Nahl 16, aaya 89)

Deze barmhartigheid is duidelijk bewezen door de implementatie van de regels van Islam. Daarom is er geen verschil tussen het gebed (salaah) en djihaad, tussen doe’a en het angst aanjagen van de vijand. Er is geen verschil tussen zakaat en het afhakken van de hand van de dief. Noch is er een verschil tussen het te hulp schieten van mensen in nood en het doden van degenen die misdaden begaan tegen heiligheden van de moslims. Allen zijn sjarie’a wetgeving welke de moslims van de Staat zullen implementeren in de praktijk wanneer de tijd is gekomen.

 

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië