TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Het oordeel over het verrichten van het vrijdaggebed in afwezigheid van de Khalifah

Vraag:

 

In onze discussie met iemand, is er een persoon die op tijd het gebed verricht maar het vrijdaggebed niet verricht (djomo’ah) met de mensen. In plaats daarvan verricht hij het Dhohrgebed. Toen ik bezwaar maakte tegen hetgeen hij doet, antwoordde hij dat een van de voorwaarden voor de geldigheid van het gebed, de aanwezigheid van de Khalifah is. Heeft een van de juristen (foeqahaa) deze opine geadopteerd? Wat is de mening van de partij over deze kwestie? Moge Allah (swt) jullie belonen met het goede.

 

Antwoord:

 

Het vrijdaggebed is verplicht ongeacht of er een Khalifah aanwezig is of niet. De bewijzen hiervoor zijn welbekend, zoals de uitspraak van Allah (swt):

 

‘’O, gij die gelooft! Wanneer op Vrijdag de oproep tot het gebed is uitgezonden, haast u dan Allah gedachtig te zijn en verlaat de handel. Dit is beter voor u indien gij het weet.’’ (Zie de vertaling van de betekenissen van Soera Al-Djoemoe’ah, vers 9)

 

En Al-Hakim heeft in zijn Moestadrak overgeleverd op gezag van Aboe Moesa (ra) van de Profeet (saw) dat hij heeft gezegd: ‘Het vrijdaggebed is een verplichting voor iedere Moslim, behalve voor vier mensen: een slaaf, een vrouw, een kind en de zieke’. Al-Hakim heeft gezegd: ‘de overlevering is sahih (authentiek) volgens de voorwaarden van Boechari en Moeslim alhoewel geen van hen deze heeft overgeleverd.

 

Al-Nasa’i heeft overgeleverd op gezag van Ibn ‘Oemar (ra) van Hafsa (ra), de echtgenote van de Profeet (saw) dat hij heeft gezegd: ‘Het gaan naar het vrijdaggebed is een verplichting voor alle Moslims die de puberteit bereiken’.

 

Deze overleveringen zijn waar de opinie van drie van de Madhahib (wetscholen) op is gebaseerd (d.w.z. Malik, Shafi’i en Ahmad Ibn Hanbal). Voor wat betreft de Ahnaaf (Hanafis), zij noemen als een van de voorwaarden voor het vrijdaggebed: ‘De permissie van de Sultan, of zijn aanwezigheid of de aanwezigheid van iemand die officieel is aangesteld om hem te vertegenwoordigen, want dit is hoe het was ten tijde van de Boodschapper van Allah (saw) en de Rechtgeleide Khoelafaa. Dit zou het geval zijn als er een Imam (Khalifah) of zijn officiële vertegenwoordiger in het land/gebied waar het gebed verricht wordt, aanwezig zou zijn. Als geen van beide aanwezig is door overlijden, een bepaalde beproeving of iets van die aard, en de tijd van het vrijdaggebed breekt aan, dan dienen de mensen iemand naar voren te schuiven om het gebed te leiden. De opinie dat de Sultan een voorwaarde is, is derhalve volgens ons niet de sterkste mening gebaseerd op de bewijsvoeringen die reeds zijn genoemd.

 

Samenvattend, het vrijdaggebed is een individuele verplichting, ongeacht of er op het moment een Khalifah aanwezig is of niet.

 

29 Sha’abaan 1433 H

19/7/2012 M

 

Bron: http://www.hizb-ut-tahrir.org/index.php/AR/tshow/1610/

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië