TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Omgang met niet-Moslims inzake voedsel en kleding volgens hun religie

Vraag:

 

Asalaamu ‘aleykum sheikh,

Mijn vraagt betreft een artikel in de grondwet. In artikel nummer 7, punt 4 of punt D van de Engelse vertaling van de tweede editie 2010 staat het volgende: “De niet-Moslims zullen worden behandeld, inzake voeding en kleding, volgens hun religie en binnen de strekking van hetgeen de Sjari’a toelaat.” Mijn vraag gaat over de kleding.

Is het de niet-Moslim vrouw toegestaan om iedere kleding te dragen, zolang het haar lichaam bedekt en bescheiden is, zoals lange kledingstukken of een broek en een shirt? Of dienen zij een Khimaar en Jilbaab te dragen net zoals de Moslimvrouw?

Hoe ging men om met het kledij van niet Moslim vrouwen, gedurende de Islamitische geschiedenis? Ofwel; was het hen toegestaan om te kleden zoals zij wilden of werd een Islamitisch kledingstuk verplicht gesteld voor hen?

Moge Allah (swt) u belonen.

Uw broeder Adnan Khan vanuit Engeland.

 

Antwoord:

Wa Alaikum Assalam wa Rahmatullahi wa Barakatuh,

Punt “d” van het genoemde artikel, waarover je vroeg, is als volgt: “De niet-Moslims zullen worden behandeld, inzake voeding en kleding, volgens hun religie en binnen de strekking van hetgeen de Sjari’a toelaat.” Aangezien je vraag over kleding gaat, dan is het antwoord als volgt:

 

Het bovengenoemde punt identificeert twee restricties voor het kleding:

De eerste restrictie: “Volgens hun religie”. Ofwel; ze zijn toegestaan om kleding te dragen, volgens hun religie. En kleding volgens hun religie is het kleding van hun religieuze mannen en vrouwen, ofwel de kledij van de priesters, monniken en nonnen. Dit betreft het kleding vastgesteld door hun religie. De man en vrouw hebben toestemming om zulke kleding te dragen. Dit betreft de eerste restrictie.

De tweede restrictie: “binnen de strekking van hetgeen de Sjari’a toelaat.” Dit betreft de wetgeving welk het publieke leven ordent, welk geldt voor alle burgers, zowel de Moslims als de niet-Moslims en zowel de man als de vrouw.

 

De uitzondering is voor de kleding volgens hun religies

Met betrekking tot kleding welk niet volgens hun religies is, gelden de Sjari’a wetten op hen aangaande het publieke leven. Dit geldt voor zwel de man als de vrouw.

Deze kledingvoorschrift is in details gespecificeerd in het boek Sociale Systeem, welk geldt voor alle individuele burgers, zowel Moslims als niet-Moslims. Er is geen uitzondering voor de niet-Moslims, behalve het feit dat zij mogen kleden volgens hun religie, zoals reeds aangegeven. Verder zijn de vrouwen verplicht om hun Awrah te bedekken, niet in staat zijn om hun schoonheid (Tabarruj) te tonen en dienen zij de Jilbaab en Khimar te dragen. Aangezien het dragen van broeken onder Tabarruj valt, dan is het voor de vrouw niet toegestaan om het in publieke sferen te dragen, ook al is het bedekkend (Saatir).

 

Met betrekking tot de geschiedkundige feiten; gedurende de Khilafah periode hebben vrouwen, zowel de Moslima als niet-Moslims, de Jilbaab gedragen, een wijde omwikkeling over hun (huiselijke) kleren en bedekten zij hun hoofden. Er waren een aantal dorpen waarin de Moslims en niet-Moslims samenleefden en men kon hen niet onderscheiden van elkaar in hun kleding. Zelfs na de val van de Khilafah, zijn de effecten tot op een bepaalde hoogte nog zichtbaar. Indien men een ouder iemand vraagt, boven de zeventig of tachtig jaar, dan zullen zij jou vertellen over hun observaties in sommige Palestijnse dorpen en hoe zij zowel Christen als Moslimvrouwen gekleed zagen in vergelijkbare kledij als in die dorpen.....

 

Ik hoop hiermee dat je vraag voldoende is beantwoord.

 

Jullie broeder,

 

Ata Bin Khalil Abu Al-Rashtah

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië