TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Het Oesoeli principe: De verboden zaken zijn toegestaan vanwege de noodzaak

Vraag:

As salaamoe ‘alaikoem wa rahmatoellaahie wa barakatoeh,

Ik wilde u vragen over het Sjar’i principe dat luidt: “De haraam zaken zijn toegestaan vanwege de noodzaak.” Wat is de Sjar’i betekenis van het woord ‘noodzaak’? Ik zal twee voorbeelden geven om uit te leggen wat ik bedoel:

Het eerste voorbeeld is de fatwa van Sjeich Yusuf al-Qaradawi waarin hij het afdoen van de hoofddoek (chimaar) op Westerse scholen voor onderwijsdoeleinden toestaat vanwege de noodzaak in die situatie. 

Het tweede voorbeeld is de bevalling van een vrouw die wordt behandeld door een mannelijke dokter. 

Als wij echter alleen de ‘noodzaak’ zien als hetgeen dat leidt tot de dood en datgene wat een doodsoorzaak heeft, waarom worden er dan mannelijke artsen ingezet om de bevalling te begeleiden wat vereist is volgens de ‘noodzaak’ als er geen vrouwelijke dokter aanwezig is?

Als de ‘noodzaak’ betekent dat het leidt tot de dood dan zien wij dat dit niet gebeurt in beide gevallen. Dus niet in het onderwijs en niet bij de bevalling. 

Moge Allah u zegenen en u het paradijs schenken.

Antwoord:

Wa ‘alaikoem salaam wa rahmatoellaahi wa barakaatoeh,

Sommige geleerden hebben het principe: de verboden zaken (haraam) zijn toegestaan vanwege de noodzaak gehanteerd en het bewijs dat zij hiervoor leveren, komt uit dit vers van de Koran:

“Hij heeft voor jullie slechts verboden wat vanzelf is doodgegaan, bloed, varkensvlees en vlees van iets waarover iets anders dan Allah is aangeroepen. Maar wie ertoe gedwongen wordt, niet uit begeerte of om te overtreden, voor hem is het geen vergrijp. Allah is vergevend en barmhartig.” (Zie VBK: Soera al Baqara, vers 173)

En de Almachtige (swt) zegt:

“Maar als iemand door honger gedwongen wordt zonder tot zonde geneigd te zijn, dan is Allah vergevend en barmhartig.” (Zie VBK: Soera al Maa’ida, vers 3)

En Hij (swt) zegt:

“Hij heeft voor jullie slechts verboden wat vanzelf is doodgegaan, bloed, varkensvlees en vlees van iets waarover iets anders dan Allah is aangeroepen, maar wie ertoe gedwongen wordt, niet uit begeerte of om te overtreden, Allah is vergevend en barmhartig.”  (Zie VBK: Soera an Nahl vers 115)

Degenen die dit principe onderzoekt, zal concluderen dat dit inzicht onjuist is:

Het bewijs dat door de voorstanders van deze mening wordt aangehaald is niet van toepassing op het principe dat zij hiervoor gebruiken. Dit bewijs betekent dat het uit noodzaak is toegestaan om het vlees van een dood dier te eten vanwege hongersnood:

“Maar als iemand door honger gedwongen wordt..” (Zie VBK Maa’ida vers 3)

‘Machmasa’ is de hongersnood die resulteert in de dood. In een dergelijke situatie is het toegestaan om te eten van het verboden vlees uit ‘noodzaak’. Dat komt omdat het duidelijk is dat het vers zich beperkt tot honger en niets buiten dat. De bewoordingen zijn niet algemeen (‘aam) of absoluut (moetlaq). Dus de betekenis kan niet ruimer genomen worden, en is derhalve beperkt tot alleen hongersnood. 

In sommige explicaties over dit onderwerp geven de voorstanders hiermee een vrijstelling (roechsa). Maar zelfs een vrijstelling heeft een vers als bewijs nodig en de vrijstelling wordt niet bepaald door het verstand. Een voorbeeld van een correcte vrijstelling is het verbreken van het vasten voor de reiziger en ziekte. Het bewijs hiervoor komt uit het volgende vers:

“O Gelovigen! Aan jullie is voorgeschreven te vasten, zoals het was voorgeschreven aan hen die er voor jullie waren misschien zullen jullie godvrezend zijn voor een bepaald aantal dagen. Maar als iemand van jullie ziek is of op reis, dan een aantal andere dagen.” (Zie VBK: Baqara 183-184)

Alle vrijstellingen moeten dus gebaseerd zijn op de Sjar’i teksten. 

Derhalve is het onjuist om dit principe algemeen te gebruiken zoals de voorstanders van deze mening hebben gedaan. Het juiste begrip van deze bewijzen is dat het een vrijstelling is voor de Moslim om te eten en te drinken van hetgeen Allah (swt) heeft verboden in geval van een noodsituatie.  Deze bewijzen suggereren niets anders dan dit. De vrijstelling voor andere noodsituaties buiten dit, hebben andere bewijzen nodig. 

Het is noemenswaardig te vermelden dat dit principe in onze tijd een rechtvaardiging is geworden voor de legalisatie van alle verboden zaken door het woord algemeen  te gebruiken. Zodoende wordt dit principe gebruikt voor vele kwesties door hun interpretatie van noodzaak. Met als gevolg dat  het  ertoe heeft geleid dat verboden handelingen worden gerechtvaardigd vanwege de ‘noodzaak’.

Voor wat betreft het voorbeeld van een vrouw die les volgt in het Westen en haar hoofddoek afdoet, aan de hand van het principe: “De verboden zaken zijn toegestaan vanwege de noodzaak”, deze handeling is niet toegestaan.  De volwassen Moslima is verplicht door de Sjari’a om haar chimaar te dragen. Het is niet toegestaan voor haar om de chimaar af te doen onder het mom van les volgen op Westerse scholen. Als zij wenst te studeren en het is niet mogelijk om dit te doen op deze scholen, dan moet zij andere scholen zoeken waar zij wel geaccepteerd wordt. Of zij moet andere alternatieven zoeken om haar studie te volgen en anders samen met haar mahram verhuizen naar een land waar zij wel met haar chimaar kan studeren op een onderwijsinstelling.  Dit komt omdat er geen enkel bewijs is dat de vrouw toestaat om haar chimaar af te doen zodat zij haar studie kan volgen. 

Voor wat betreft het vertonen van de ‘awra van de vrouw voor een mannelijke dokter, dit valt ook niet onder het principe : “de verboden zaken zijn toegestaan vanwege noodzaak”. Het bewijs hiervoor is namelijk de hadieth over het zoeken naar medische behandeling, overgeleverd door Tirmidhi in zijn Soenan van Osama ibn Sjarik, dat hij zei:

“De bedoeïenen zeiden: ‘O Boodschapper van Allah (saw), kunnen wij op zoek gaan naar medische behandeling?’ Hij (saw) zei: Ja, O dienaren van Allah, ga op zoek naar medische behandeling. Allah heeft geen enkele ziekte geschapen behalve dat Hij er ook diens genezing ermee heeft gecreëerd.’ Of hij (saw) zei: 'diens genezing behalve voor een ziekte.’ Zij zeiden: ‘O Boodschapper van Allah, welke ziekte is dat?’ Hij zei (saw) : ‘ouderdom’.  Het is ongetwijfeld zo dat alleen de lichaamsdelen die behandeling nodig hebben getoond mogen worden.  Het is verboden om andere delen van de ‘awra te vertonen. En er zijn vele bewijzen die aantonen dat het toegestaan is om een medische behandeling te ondergaan. 

Jullie broeder,

Ata Bin Khalil Abu Al-Rashtah

H. 16 Rabi’ al-Thaani 1437

M. 26-01-2016 

 

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië