TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Is al Mahr een voorwaarde voor het huwelijk?

Vraag: Op bladzijde 121 van het boek “Het sociale systeem” (an nidhamoel idjtima’ie) staat dat als er niet aan de huwelijkse voorwaarden wordt voldaan, dan is het huwelijkscontract ongeldig. Op bladzijde 122 staat dat als aan de geldende voorwaarden van het huwelijk niet wordt voldaan, het huwelijkscontract ongeldig (faasid) is. Ik heb op beide bladzijden niets kunnen vinden over de bruidsschat (al mahr).

Als de bruidsschat geen voorwaarde voor het sluiten van een huwelijkscontract is en geen voorwaarde voor het geldig maken van het huwelijk, dan is dus het huwelijk ook geldig zonder bruidsschat. Hoe zit het met de bruidsschat met betrekking tot het huwelijkscontract?

Antwoord:

Wat betreft de bruidsschat, dat is inderdaad geen voorwaarde voor het sluiten van een huwelijk en voor het geldig maken van een huwelijk. Dus als aan de voorwaarden van het sluiten van een huwelijkscontract en aan het geldig maken van het huwelijk wordt voldaan, is het huwelijk geldig ondanks dat de bruidsschat niet wordt genoemd. De Goddelijke oordelen kan men in twee categorieën verdelen:

Ahkaam al wad’a, hieronder valt asj-sjart en as-sabab, en onder ahkaam at taklief valt al haraam en al waajib. De oordelen over de Goddelijke kwesties vallen altijd onder één van deze twee categorieën. Dus het oordeel over een kwestie kan onder de categorie ahkaam at taklief vallen en dan is het in dit geval fard, waajib, mandoeb, moebah, makroeh of haraam. Of het valt onder de categorie ahkaam al wada’a en dan is het sahieh, batil, fasid, shart, sabab of mani’e, enz.

Uit het bestuderen van het onderwerp de bruidsschat (al-mahr) blijkt dat dit in de categorie ahkaam at taklief valt. Het is dus een verplichtende fard voor de man ten gunste van de vrouw. Als het genoemd wordt, moet het gebeuren zoals het staat beschreven. Indien het niet wordt genoemd, wordt de bruidsschat bepaald aan de hand van wat anderen hebben gekregen.

Uit de overlevering in Boechari blijkt waarom het waajib is: “ …… Een van de metgezellen van de Profeet (saw) stond op en zei: ”Oh Boodschapper van Allah, laat mij met haar trouwen.” De Profeet (saw) zei: “Heb je haar iets te bieden?” De man zei: “Ik heb haar niets te bieden.” De Profeet (saw) zei: “Zelfs geen ijzeren ring?” Hij zei: ”Zelfs geen ijzeren ring. Maar ik kan mijn gewaad in tweeën scheuren, ik geef haar de helft en ik behoud de andere helft.” De Profeet saw zei: “Nee. Ken jij iets van de Koran uit je hoofd?” Hij zei: “Ja.” De Profeet (saw) zei: “Ga, ik laat jou met haar trouwen voor wat jij kent van de Koran.” In een soortgelijke overlevering van Al-Nasaa’i staat: ”…… maar hier is mijn lendendoek (izar).” Sahl zei: hij heeft geen gewaad. De man voegde er aan toe: ”Ik geef de helft aan haar.” De Profeet (saw) zei: “Wat kunnen we met jou lendendoek? Als jij het draagt, dan heeft zij niets te dragen en als zij het draagt, dan heb jij niets te dragen."

Dus de Profeet (saw) eiste van de man die met één van de vrouwen wilde trouwen, haar een bruidsschat (al mahr) te geven, als was het maar een ijzeren ring. Toen de man daar niet toe in staat bleek en hij niets anders bezat dan zijn lendendoek (izar), bood hij aan zijn lendendoek in tweeën te delen en de helft als bruidsschat aan te bieden aan zijn vrouw. Omdat de lendendoek niet voldoende was om zijn en zijn vrouw ’s aura te bedekken, heeft de Profeet (saw) van de man geëist dat hij zijn vrouw alles wat hij van de Koran kende, zou leren. De inzet van de man om zijn vrouw de Koran te leren was haar bruidsschat. Dit zijn dus duidelijke aanwijzingen dat een bruidsschat waajib (verplicht) is.

Indien zij niet een bruidsschat hebben bepaald, moet zij hetzelfde als de andere vrouwen krijgen. At-Tirmidhi heeft overgeleverd: “Hij werd gevraagd over een man die met een vrouw was getrouwd, maar er was geen bruidsschat vastgesteld en het huwelijk was niet geconsumeerd voordat hij kwam te overlijden. Ibn Mas’oed zei: “Zij moet een bruidsschat krijgen net zoals haar gelijken, zonder hierbij te overdrijven of haar tekort te doen. Zij moet zich houden aan de ‘iddah (wachtperiode) en de erfenis is voor haar.” Ma’qil ibn Sinaan al-Ashja’i stond op en zei: “De Boodschapper van Allah (saw) heeft een soortgelijke uitspraak als die van jou gedaan in het geval van Birwa’ bint Waashiq- een van de vrouwen- . Ibn Mas’oed was hiermee verheugd.” Een soortgelijke hadieth was overgeleverd door Abu Dawoed.

Het gaat hier om een vrouw die was getrouwd zonder een bruidsschat vast te stellen. De Profeet (saw) besloot dat zij, net als haar gelijken, recht had op een bruidsschat. Ondanks dat de bruidsschat geen voorwaarde is voor het huwelijkscontract en voor de geldigheid van het huwelijk, is het toch een verplichtende fard voor de man ten opzichte van de vrouw. Hij is verplicht dit te betalen en begaat een zonde indien hij dit niet betaalt. De Islamitische Staat zal eventueel dwingen de man een bruidsschat aan zijn vrouw te geven, zoals de Staat ook bij andere verplichtingen zou doen. Indien de man in staat is om een bruidsschat te betalen, maar hij doet het niet of hij stelt het uit met de bedoeling de vrouw minder te hoeven geven of haar onder druk te zetten, dan zal de staat hem hiervoor straffen.

Kortom, de bruidsschat is geen voorwaarde, maar het is een verplichting voor de man ten gunste van de vrouw. Dus het valt onder de categorie ahkaam at taklief en niet onder ahkaam al wada’a.

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië