TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Het Goddelijk Oordeel betreffende de opbrengst van financiële transacties van niet-moslims, voordat zij zich bekeerden tot de Islam

Vraag:

Mijn vraag gaat over een economisch onderwerp. Ik zoek verduidelijking aangaande de handel in aandelen. Mijn moeder heeft tien jaar geleden op mijn naam aandelen gekocht en gestort aan de bank. Deze aandelen zijn inmiddels in waarde gestegen en in het jaar 2015 heeft mijn moeder de aandelen namens mij verkocht en aan mij het geld overhandigd. 

Ik heb dat geld tot nog toe niet gebruikt omdat ik niet weet of dit geld volgens de Sjari’a toegestaan is voor mij. Ik bekeerde zes jaar geleden tot de Islam en ik weet niet veel over het economisch systeem van Islam, maar ik weet inmiddels wel dat aandelen verboden zijn. Wat is het Goddelijk Oordeel betreffende mijn situatie? Is het mogelijk dat u een kort en gedetailleerd Islamitisch oordeel kan geven over dit geld en of ik het mag houden of weg moet geven? 

Ik hoop dat u mijn vraag heeft begrepen en zo niet, dan kunt u mij om meer details vragen. 

Van Michael Christensen 

Antwoord:

Wa alaikoem salaam wa rahmatoellaahi wa barakaatoeh. 

Wij hebben het antwoord op jouw vraag uitgesteld, totdat wij meer informatie kregen over het volgende:

1. De datum van jouw bekering tot Islam. Jouw antwoord was september 2010. 

2. De datum toen jij erachter kwam dat aandelen haram zijn. Jouw antwoord was het jaar 2015. 

3. Toen jij je moeder toestemming gaf om de aandelen te verkopen namens jou, was zij een ongelovige of een moslim? Jouw antwoord was; ze is  (nog steeds) een ongelovige. 

4. Aan wie heb jij de aandelen verkocht? Was degene die de aandelen kocht een moslim of een kaafir? Jouw antwoord was; de aandelen zijn weer verkocht aan de bank en die is eigendom van niet-moslims. 

Op basis van hetgeen wij hebben begrepen uit jouw oorspronkelijke vraag en jouw antwoorden op de vervolgvragen, is het onderstaande van toepassing. 

Jouw moeder die een niet-moslim is, heeft jou twintig jaar geleden aandelen gegeven als gift, toen jij nog geen tien jaar oud was. Toentertijd was jij nog geen moslim. Jouw moeder heeft de aandelen gestort op de bank onder jouw naam en de waarde van de aandelen is de afgelopen twintig jaar gestegen. Ongeveer vijf jaar geleden heb jij Islam omarmd, in het jaar 2010. 

Je bent in het jaar 2015 erachter gekomen dat de handel in aandelen haram is. Vervolgens gaf jij je moeder de opdracht om de aandelen in hetzelfde jaar te verkopen en je moeder verkocht de aandelen aan een bank waar jij woont die eigendom is van niet-moslims. 

En nu wil je weten of het is toegestaan om de opbrengst van die aandelen te mogen houden. 

Beste broeder, om te beginnen wil ik Allah (swt) bedanken dat Hij (swt) jou heeft geleid naar Islam en dat jij je hebt bekeerd tot de Islam. En ik bedank Allah dat Hij jou heeft geleid naar de criteria van Halal en Haram waarmee je op zoek bent gegaan naar wat Halal is voor jou. Moge Allah (swt) jou zegenen en je voorziening schenken middels Halal en moge Allah met jou zijn. 

Het antwoord op de vraag wat toegestaan is van de opbrengst uit aandelen zal hieronder uiteengezet worden. 

1. De opbrengst van financiële transacties voor niet-moslims voordat zij bekeerden tot de Islam is toegestaan (halal) voor hen om te nuttigen/bezitten na hun bekering tot de Islam. Tenzij het bezit is genomen met geweld van zijn rechtmatige eigenaar of als het gestolen is. In deze twee gevallen is het niet toegestaan om dat bezit te nuttigen/bezitten voor of na Islam. Een aantal bewijzen hiervoor zijn als volgt: 

a) Financiële transacties voor de bekering tot islam:

Imam Ahmad heeft overgeleverd in zijn Moesnad op gezag van Amr ibn Al ‘aas dat de Boodschapper van Allah (saw) zei: “ Islam vergeeft alle voorgaande zondes (van de persoon die zich bekeert).” 

Imam Moeslim heeft overgeleverd in zijn sahieh van Amr ibn Al ‘Aas van de Boodschapper van Allah (saw) die zei: “Weet je niet dat Islam (het bekeren tot Islam) alle voorgaande zondes vernietigt?” 

Deze ahadieth geven aan dat degene die Islam omarmt niet verantwoordelijk is voor zijn handelingen voor zijn bekering tot Islam. Imam an-Nawawi overlevert in zijn uitleg van Sahih Moeslim de hadith waarin de Profeet (saw) zegt: “De bekering tot Islam vernietigt alles wat er voorafgaand is gebeurd aan zonden.” Derhalve wordt de kaafir niet verantwoordelijk gesteld voor hetgeen hij heeft verdiend aan geld in de tijd voordat hij zich bekeerde tot Islam. 

Het wordt gezien als zijn geld ondanks het feit dat hij het heeft verkregen op een haram wijze. Volgens de Sjari’a is het geld namelijk halal. 

De Profeet (saw) heeft het toegestaan voor de moslims om hun geld te houden dat zij hebben verdiend voordat zij zich bekeerden tot de Islam. Hij (saw) heeft hen niet gevraagd om na hun bekering het geld weg te geven dat zij aan rente hebben verdiend. Of het geld dat zij hebben verdiend aan alcohol, gokken of middels iedere andere manier van eigendom en vermeerdering van bezit door de verboden transacties in Islam. De Profeet (saw) keurde het goed dat zij hun geld konden houden, dat zij voor hun Islam hadden verdiend. Maar hij (saw) hield hen wel verantwoordelijk voor alle financiële transacties direct na het moment van hun bekering tot Islam. Dit is in lijn met de Sjar’i wetgeving. Dus rente (riba), alcohol en gokken worden verboden na de bekering. Dit geldt ook voor de financiële transacties. De transacties moeten na de bekering tot Islam volgens de Islamitische wetgeving worden uitgevoerd. 

b) Echter, als het geld is verkregen door dwang of als het geld is gestolen voor de bekering, dan moet het geld na de bekering teruggegeven worden aan diens rechtmatige eigenaar. De reden hiervoor is dat hetgeen is genomen met dwang, aan de eigenaar moet worden teruggebracht. Dit komt vanwege de overlevering van Samra van de Profeet (saw) die heeft gezegd: “De hand moet hetgeen terugbrengen wat genomen is van de eigenaar.” (Overgeleverd door al-Tirmidhi en hij zei dat het een Hasan hadieth is). Imam Moeslim heeft overgeleverd op gezag van Wa’il ibn Hoedjr dat hij zei: “Ik was met de Boodschapper van Allah (saw) toen er twee personen die een conflict hadden over een stuk land hem benaderden.  Een van die personen was ‘Omroe’oe Al Qays ibn Abis en hij zei: ‘Deze man ( hij bedoelde Rabi’a ibn Abdan) heeft mijn land met dwang afgenomen de pre-islamitische periode, O Boodschapper van Allah’. De Boodschapper van Allah (saw) antwoordde: “Wat is jouw bewijs?”. Hij antwoordde: ‘ Ik heb geen bewijs’. De Profeet (saw) zei: “Dan moet hij een eed afleggen en verklaren dat hij het land niet met dwang heeft afgenomen.” Hij antwoordde: ‘ Maar dat betekent dat hij het land zal behouden.’ De Boodschapper van Allah (saw) zei: “Dit is de enige optie die jij hebt.” Hij zei: ‘Toen de tegenstander opstond om een eed af te leggen, zei de Profeet (saw): “Wie een stuk land onrechtmatig en met dwang afneemt, zal Allah ontmoeten en Allah zal ontevreden over hem zijn.” 

De betekenis van afnemen (intaza) is dat hij het met dwang afneemt. De Profeet (saw) onderzocht de klacht van de man tegen de persoon die zijn land met dwang afnam, ondanks het feit dat dit in de tijd van Djahiliya gebeurd is. Dit geeft aan dat het geld dat met dwang is genomen een andere Hoekm (Oordeel) kent dan het geld dat verkregen is middels verboden transacties voor hun bekering. Het geld dat met dwang is afgenomen is niet toegestaan voor de kaafir na zijn bekering tot Islam. Het geld blijft eigendom van de oorspronkelijke eigenaar. De kaafir die zich bekeert tot de Islam moet het geld teruggeven  aan de eigenaar volgens de Sjari’a. 

Dit geldt ook voor het gestolen geld. Imam Ahmad overlevert van Samra dat hij zei dat de Profeet (saw) zei: “Als er van een persoon iets wordt gestolen, of als hij iets heeft verloren en hij vindt dit terug in het bezit bij iemand die het heeft gekocht, dan heeft de eerste eigenaar er meer recht op. En de persoon die het goed heeft gekocht moet zijn geld terugvragen van degene die hem dat goed had verkocht.”

De bovenstaande tekst geeft aan dat het gestolen geld teruggebracht moet worden naar de rechtmatige eigenaar. 

Gezien het feit dat het geld dat jouw moeder voor jou heeft gestort, plaats heeft gevonden voor jouw toetreding tot Islam en het hier gaat om een financiële transactie die niet valt onder dwang of diefstal, betekent dit dat het geld uit aandelen voor jouw geval halal is na jouw bekering tot Islam. 

2. Na jouw bekering tot Islam, als het oordeel over financiële transactie nog niet bekend is dan is het nog halal voor jou. Op voorwaarde dat je nog niet wist dat het haram is. Maar als je erachter bent gekomen dat het haram is, dan moet je onmiddellijk stoppen met deze transactie. Omdat jij niet wist tot het jaar 2015 dat aandelen haram zijn, dus vijf jaar na jouw bekering, en gezien het feit dat iemand in jouw situatie het niet kon weten dat het haram was ( een geldig excuus van onwetendheid), is het geld uit aandelen voor jou halal vanaf je bekering in 2010, tot het moment dat je erachter kwam in het jaar 2015. Maar je dient wel de exacte maand te specificeren toen je erachter kwam dat aandelen haram zijn. Kortom, het geld uit aandelen was in jouw geval tot het jaar 2015 toegestaan. 

Hieronder volgt de bewijsvoering voor de vrijstelling van de persoon die niet wist wat het Goddelijk Oordeel is over een specifieke handeling en hij kwam daar pas na het uitvoeren van de handeling achter.

Als het Sjari’ oordeel van een handeling niet bekend is bij een persoon, maar hij onderneemt de handeling alsnog, dan is deze persoon niet schuldig volgens de Sjari’a. De handeling wordt volgens Islam als correct (volledig) beschouwd zelfs als het eigenlijk niet volgens de Sjari’a volledig is (baatil). Het bewijs hiervoor is de hadieth van de Profeet (saw) waarin hij hoorde dat Mu’awiyah bin Al Hakam hardop reageerde met een doe’a op het niezen van een persoon tijdens het gebed. Nadat het gebed was afgelopen, heeft de Profeet (saw) hem onderwezen dat het praten tijdens Salaat het gebed ongeldig maakt. Maar hij (saw) heeft hem niet verzocht om opnieuw zijn gebed te verrichten. 

Imam Moeslim heeft in zijn Sahieh overgeleverd van Mu’awiya ibn Al Hakam As Sulami dat hij zei; ‘Terwijl ik aan het bidden was met de Boodschapper van Allah (saw), moest er iemand niezen, ik antwoordde moge Allah jou zegenen. De mensen keken mij geschokt aan, dus ik zei wat is er aan de hand, waarom kijken jullie zo naar mij? De mensen begonnen hun handen te klappen op hun dijen, dus ik realiseerde mij dat zij wilden dat ik zweeg, en ik hield op met praten. De Profeet (saw) die mij dierbaarder is dan mijn ouders was de beste leraar. Ik heb niemand ontmoet die mij beter onderwees. Toen hij klaar was met het gebed, bij Allah hij onderdrukte mij niet, hij sloeg mij niet noch beledigde hij mij. Hij (saw) zei: “In dit gebed wordt niets van de spraak van de mensen geaccepteerd behalve de Tasbieh, de Takbir en de recitatie van de Koran.” Of zoals het wordt gezegd door de Profeet (saw). An Nasaa’i heeft hetzelfde overgeleverd. Het praten tijdens het gebed maakt het ongeldig maar dit was onbekend bij deze persoon dus heeft de Profeet (saw) hem vrijgesteld voor zijn onwetendheid en hij beschouwde zijn gebed als geldig. 

Alhoewel aandelen en aandeelbeurzen verboden zijn door de Sjari’a, is dit oordeel onbekend bij vele moslims. Dit is de reden waardoor onwetendheid over het oordeel een geldig excuus is. Dus de handel in aandelen in een bedrijf is dan correct ondanks dat het oordeel over aandelen aangeeft dat het ongeldig is. Dit is vergelijkbaar met de situatie van Mu’awiyah bin Al Hakam. Zijn gebed was correct, ondanks het feit dat een van de handelingen die hij verrichtte het gebed ongeldig maakt, maar hij wist niet dat het praten tijdens het gebed het gebed ongeldig maakt. 

Geleerden en moeftis zijn vanzelfsprekend niet gevrijwaard met betrekking tot de wetgeving over aandelen, omdat zij hier niet onwetend over kunnen zijn als zij enigszins moeite doen om de realiteit van aandelen en de bewijzen hiertegen te bestuderen. Daarom is onwetendheid niet op hen van toepassing. Voor wat betreft de mensen in het algemeen, is het zoals we al eerder zeiden, zij zijn onwetend over het oordeel en zij zijn vanwege hun realiteit gevrijwaard. Zodra zij erachter komen wat het oordeel is, moeten zij de aandelen weg doen volgens de richtlijnen van de Sjari’a. 

3. Het is een verplichting om de aandelen te verwijderen zodra de moslim erachter komt dat het niet is toegestaan. Dit wordt gedaan door een kaafir de opdracht te geven om de aandelen te verkopen, omdat het voor hem wel toegestaan is om te verkopen aan een andere kaafir. De opbrengst wordt daarna aan de moslimeigenaar gegeven, deze opbrengst is halal voor hem. Dit komt omdat hij niet wist dat de aandelen haram zijn en hij was onwetend over het Oordeel hierover. Het bewijs hiervoor is dat toen Ahl oel Dhimma (Niet-moslim burgers van de Islamitische Staat) de Garaadj wilde betalen, gaven zij hiervoor alcohol en varkens. De moslims accepteerden dit niet maar zij stelden niet-moslims aan die de varkens en het alcohol verkochten en de moslims namen de opbrengst hiervan. Aboe Ubaid Al Qasim ibn Salam  overlevert van Soewaid ibn Ghafla dat Bilaal (ra) tegen Oemar ibn Al Gattaab zei: jouw werknemers nemen alcohol en varkens aan als Garaadj, dus hij zei: “Accepteer dit niet van hen maar stel hen aan om het te verkopen en neem dan de opbrengst hiervan.” 

Dit is omdat alcohol en varkens behoren tot een bron van bezit van Ahl oel Dhimma en het kan geen vorm van bezit zijn voor de moslims. Als het bezit in oorsprong verboden is voor een moslim vanwege een Sjari’ reden, en het bezit wordt door een moslim overgenomen dan is het toegestaan voor een moslim om een kaafir aan te stellen die het verkoopt aan iemand anders. Daarbij is het van belang dat beide partijen (de koeffaar) het verkochte bezit als toegestaan beschouwen. Vervolgens kan de moslim de opbrengst hiervan nemen en dat is toegestaan voor hem. Zolang hij de opbrengst middels de toegestane wijze heeft verkregen. 

Derhalve is het bezit van aandelen door een moslim als hij niet bewust was van het oordeel, toegestaan om iemand aan te stellen die het verkoopt volgens de manier waarop Oemar (ra) had bevolen in het geval van Ahl oel Dhimma m.b.t. de betaling van de Garaadj met varkens en alcohol.

Aangezien jij jouw moeder hebt aangesteld, die geen moslim is, om de aandelen te verkopen aan een kaafir bank is de opbrengst van de aandelen halal voor jou. Dat geldt alleen als jij je moeder hebt aangesteld op dezelfde datum dat jij erachter kwam dat aandelen verboden zijn. Hieronder volgen een aantal voorbeelden ter verduidelijking. 

Als jij bijvoorbeeld in januari 2015 erachter kwam dat aandelen haram zijn en jij hebt jouw moeder dezelfde tijd nog aangesteld, dan is de opbrengst van de aandelen halal voor jou. 

Als jij er in januari 2015 achterkwam dat aandelen haram zijn, en jij hebt jouw moeder aangesteld om de aandelen te verkopen in juli 2015, dan is de opbrengst halal behalve in de periode van februari tot en met juni 2015. In dat geval moet je de winst van deze maanden uitgeven op een wijze waarbij Islam en de moslims ervan zullen profiteren. 

Kortom, de aandelen en diens winst die zijn gestort voor jou door je moeder, zijn halal voor jou als jij je moeder hebt aangesteld om de aandelen te verkopen op dezelfde datum dat jij wist dat aandelen verboden zijn. Maar als er een periode tussen de kennisgeving en het aanstellen van je moeder zit, bijvoorbeeld als je haar twee maanden later hebt aangesteld, dan is de winst van deze maanden niet toegestaan voor jou. 

Tot slot wil ik je feliciteren voor het nastreven om de halal en haram te volgen. Ik smeek Allah dat Hij (swt) jou al het goede zal schenken. Moge Allah (swt) met jou zijn. 

Jouw broeder, 

Ata Bin Khalil Abu Al-Rashtah

H. 18 Moeharram 1438

M. 19-10-2016 

 

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië