TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Voorbeelden van Verhoor, Veroordeling en Rechtszaken in Tadzjikistan - Centraal Azië

 

1.       Een brief betreffende het verhoor en mishandeling in de gevangenissen:

Mijn naam is Razakov Abd Rasul Abd Usattarovic. Ik ben geboren in 1960 en lid van Hizb ut Tahrir in Tadzjikistan.

Op 1 februari 2010 kwam een groep van veiligheidsdiensten mijn huis binnen in de vroege ochtend, ze doorzochten mijn huis en vonden Islamitische boeken die door Hizb ut Tahrir waren uitgegeven. Ze namen mij, mijn vrouw, mijn 12 jarige kind en mijn gast genaamd Nimatullah mee. Nadat ze ons hadden uitgescholden en aangevallen brachten ze ons mee naar het detentie centrum. Mijn echtgenoot en kind in een cel, ik en Nimatullah in een andere cel. Ze mishandelden ons op een hevige manier.

We werden ondervraagd, om zo de leden van de Hizb aan te kunnen houden door informatie over hen te vragen. Wij gaven deze informatie niet. Mijn handen werden aan de onderkant van de deur vastgebonden en ze lieten mij op de grond liggen daarna kwam de directeur (Jalev) met in zijn gezelschap negen man martelpersoneel welke mij hevig mishandelden. Daarna kwam een andere groep, ze bonden mij vast aan het bed en mishandelden mij op een beestachtige manier van 1 februari ‘s morgens tot 2 februari ’s middag, zonder te stoppen.

Ik en mijn vrouw waren aan het vasten. Wanneer Jalev er achter kwam dat wij aan het vasten waren schold hij ons uit met misselijk makende woorden en hingen ze mij op aan de buizen van het plafond, ze trokken mijn kleren uit en begonnen mij in deze opgehangen positie te mishandelen. Ze sloegen me overal op mijn lichaam met een zweep en in de harten van deze moedjrimoen (criminelen)  zat geen medelijden. Twee van deze barbaren hielden mijn benen vast, een links en de ander rechts, en de derde barbaar begon met de zweep tussen mijn benen te slaan. Van 2 februari ‘s middag tot 3 februari ‘s middag gingen ze door met het mishandelen. Om de beurt mishandelden ze mij in deze hangende positie. Mijn hele lichaam zat onder de blauwe plekken. Het weer was koud en ze goten vanaf mijn hoofd koud water naar beneden. Door de verschrikkelijke kou trilde ik hevig. In mijn hoofd ontstond een onweerstaanbare pijn.

Jalev kwam 3 februari in de middag en begreep dat ik hun niet de informatie zou geven waar ze om vroegen. Hierop gaf hij de order om mij op mijn borst op het bed te zetten, en tegen mijn voeten te slaan en me te mishanden door middel van elektrocuteren. Mijn handen en voeten raakten verlamd. Ze lieten me met Nimatullah spreken die op een andere locatie net als mij was mishandeld.

Op 4 februari werd ik overgeplaatst uit het verhoorgevang en daar zag ik mijn vrouw. Ze vertelde mij op verborgen manier dat zij ook was mishandeld en dat ze haar haren uit haar hoofd hadden getrokken. En ik kreeg te horen dat mijn kind die daarna nog een hele dag was vastgehouden, vrijgelaten was.

[Deze brief kwam uit één van de gevangenissen uit Tadzjikistan. In dit land en buurlanden is de situatie van gewetensgevangene dusdanig. Tot wanneer zullen deze regimes zo door blijven gaan?!]

 

2.       Voorbeelden van veroordelingen in Tadzjikistan:

In het begin van maart 2011 gaf het hof in het Noorden lange gevangenisstraffen aan 11 leden van Hizb ut Tahrir. Deze zijn:

 

·         Hussein Warjanov tot 20 jaar

·         Abdel-Khalek Mllaiov tot 20 jaar. Deze persoon heeft eerder 9 jaar in de cel doorgebracht omdat hij lid is van Hizb ut Tahrir.

·         Habibullah Jorov tot 18 jaar. Deze persoon heeft eerder 9 jaar in de cel doorgebracht omdat hij lid is van Hizb ut Tahrir.

·         Hashim Abdullaov tot 15 jaar. Deze persoon heeft eerder een tijd in de cel doorgebracht.

·         Taher Mahmudjanov tot 9 jaar.

·         Muqim Babaganov tot 9 jaar.

·         Dilshad Mokhtarov tot 10 jaar.

·         Shawka Mohamadov tot 13 jaar.

·         Nabi Davlatov tot 13 jaar. Deze persoon was directeur van het Ministerie van interne zaken in het verleden alvorens hij zich bij Hizb ut Tahrir aansloot.

·         Yousefjan Yousefjanov tot 14 jaar.

·         Nazim Aergoshov tot 4 jaar.

 

 

3.       Rechtszaken in Tadzjikistan

Op 27 december 2010 begon de rechtszaak van 8 leden van Hizb ut Tahrir in de hoofdstad van Tadzjikistan, Dushanbe. Deze personen zijn: Yusuf Jan Hafizov, Kamal Khan Salaheddinov, Sabir Abdel-Jan Alhamidov, Doltyar Kurbanov, Talib Norov, Salih Rahmanov, Ali Jan Yusufov, Abdul Rahman Karimov.

Deze personen zijn in 2010 aangehouden met de beschuldiging lid te zijn van een terroristische Islamitische politieke beweging waartoe Hizb ut Tahrir gerekend wordt. Het onderzoek naar deze personen duurde vijf tot negen maanden. Iedereen weet dat Hizb ut Tahrir werkt voor de stichting van de Islamitische Staat en daarbij de Boodschapper (saw) als voorbeeld neemt, en een is partij die door middel van een politieke en intellectuele strijd tot Islam uitnodigt zonder geweld te gebruiken. Maar de ondervragers willen enkel de Hizb van terreur beschuldigen en bestempelen, en verlangt enkel naar informatie over andere leden om deze op te kunnen pakken.

Hiermee is het werk van de ondervragers niet om de waarheid boven water te krijgen. Maar in tegenstelling hiermee proberen ze enkel valse beschuldigingen voor te bereiden en door middel van brute mishandelingen verklaringen af te laten leggen. Bijvoorbeeld de moedjrim ondervrager Tashunayov Samradeen, vertelde dat zijn naam Rustum was en verborg hiermee zijn echte naam. Een andere moedjrim ondervrager verborg dat zijn naam Mirdayov İlham was. Een verdachte genaamd Talib Norov verklaarde over deze personen: “Deze honden hingen ons op in de cellen van de beveiligingscommissie en martelden ons op een zware en brute manier voor uren en beweerden dat zij werkten voor rechtvaardigheid en de veiligheid van de mensen!”

De leden die als verdachte voor de rechter verschenen verklaarden dat de bewijzen die tegen hen werden gebruikt leugens waren. De rechter vroeg hierop om een getuige. Op dat moment vertelde één van de advocaten dat hij op weg was om zijn werk te verrichten tijdens de ondervragingen maar de beveiligingsmensen vertelden dat dit een politieke zaak was en dat hij het niet op een serieuze manier hoorde te volgen. Op deze manier verhinderen ze dat de advocaten met de verdachten spreken of dat ze tijdens de ondervragingen aanwezig zijn.

Van deze acht verdachten kon van niet één bewezen worden dat hij een lid was van Hizb ut Tahrir en de rest verklaarden hem niet te kennen. Hierop bracht de ondervrager een lid van Hizb ut Tahrir uit de gevangenis om tegen hem te getuigen, deze verklaarde in de rechtszaal: “Deze ondervrager voert sinds dag één druk op mij en drie van mijn familieleden uit om een valse verklaring af te leggen tegen deze man.”

Eén van de rechters gaf heimelijk toe dat de kwestie niet in hun handen was en voegde hieraan toe; ‘‘Ongeacht hoe de rechtszaken vorderen, alle uitspraken over aanhangers van Islamitische en politieke bewegingen worden bepaald door bevelen van boven’’, dus het hoger gerechtshof wordt bepaald door de orders van de tirannieke president.

Dus, gebaseerd op orders van de tiran, gaf het hof aan de acht beschuldigden gevangenisstraffen die zich uitstrekken van 6.5 tot 18 jaar. Ondanks dit, zijn zij geduldig op de waarheid, met de Wil van Allah, en optimistisch over een nabije verlichting, door het verlof van Allah.

Het is waar dat de Moslims van Tadzjikistan achterblijven met het leren van de Islamitische disciplines, om bekende redenen. Niettemin bezitten zij een sterk Islamitisch gevoel, en zijn nu getuigen van de opstanden in de Islamitische landen tegen de tirannieke heersers. Zij, in Tadzjikistan en de andere Centraal Aziatische naties, zijn de mensen die de grootste behoefte hebben om zich te bewegen om hun heersers te verwijderen, en tot de Islamitische wetgeving terug te komen.

De marteling en de onderdrukking die door de tirannen in Centraal Azië wordt uitgeoefend zullen nooit de gelovigen bewegen om hun Imaan te verlaten. Eerder zal het, het eind van deze tirannen verhaasten. Fir'awn, de tiran der tirannen, bedreigde ook de tovenaars die hun geloof in Moesa hadden bevestigd, en dit verzwakte de gelovigen niet maar het versterkte hun:

 

‘‘Daarom zal ik uw handen en voeten aan de tegenovergestelde kant afhakken en ik zal u voorzeker aan de stammen van palmbomen kruisigen; en gij zult met zekerheid weten wie van ons gestrenger en langduriger is in het straffen. Zij zeiden: In geen geval zullen wij u verkiezen boven de duidelijke tekenen die tot ons zijn gekomen, en boven Hem Die ons geschapen heeft. Doet derhalve wat gij wilt; gij kunt alleen over het leven dezer wereld beslissen. Voorzeker, wij hebben geloofd in onze Heer opdat Hij ons onze zonden en de tovenarij die gij ons hebt gedwongen te bedrijven, moge vergeven. Allah is de Beste, de Bestendigste. Voorwaar hij die tot zijn Heer komt als schuldige, hem wacht de (straf der) hel: hij zal daarin sterven noch leven. Doch die als gelovigen tot Hem komen en goede werken hebben verricht, zullen de hoogste graden der gelukzaligheid ontvangen. Tuinen der eeuwigheid waar doorheen rivieren stromen en waarin zij voor eeuwig zullen vertoeven. En dat is de beloning dergenen die zich louteren.’’ (VBK soera Taha 20, vers 71-76)

 

 

Hizb ut Tahrir - Tadzjikistan

8 Rabi’ al-Thani 1432 - 13 maart 2011                               

 

[link]

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië