TwitterFacebookGoogle+    A+A  A-                                                                                                                                                                                                                        Contact - Links - Persmap      

Menu

Ontwikkelen van een Koranisch karakter

Ontwikkelen van een Koranisch karakter 

Het is een vaststaand feit voor de Moslims dat de Koran het fundament vormt van het Islamitisch geloof. Het is het communicatiemedium dat door Allah (swt) is gekozen om Zijn (swt) boodschap aan de mensheid te openbaren. Het is het Boek dat geopenbaard is aan onze meester en Profeet Mohammed (saw), als een bron van leiding en een criterium voor goed en fout, dat verkondigd dient te worden aan de gehele mensheid om hen van de duisternis naar het licht van Islam te leiden.  

Om deze reden hebben de Moslims sinds jaar en dag achting gehad voor de Koran en deze tot bron van leiding in dit leven en het hiernamaals genomen.

Het is welbekend dat de Koran binnen een tijdsbestek van 23 jaar is geopenbaard op een uiterst interactieve wijze, wat het voor de Sahaba mogelijk maakte om de Koranische leerstellingen in hun leven toe te passen en te verkondigen in de Mekkaanse samenleving. Ieder jaar droeg de Profeet (saw) gedurende de Ramadan de gehele Koran voor aan Djibriel (as). Dit was de optimale manier om de nauwkeurigheid van zijn eigen recitatie na te gaan en om de nauwkeurigheid van degenen die de Koran hadden gememoriseerd te verifiëren.  

In het laatste jaar van het leven van de Profeet (saw),  werd de Koran twee keer voorgedragen aan Djibriel (as) om ervoor te zorgen dat er geen sprake van deficiënties zou zijn. Nadat de Profeet (saw) overleed waren er duizenden Moslims die de Koran hadden gememoriseerd en werd de Koran gecompileerd. Sommigen hadden de gehele Koran gememoriseerd, terwijl anderen een deel hiervan uit het hoofd kenden. De orale traditie (van memoriseren) zorgde ervoor dat de Koran zorgvuldig werd samengesteld en doorgegeven werd van generatie op generatie, om de woorden van Allah (swt) in hun zuiverste vorm te behouden, zonder wijzigingen, zowel op het gebied van inhoud als de verschillende recitatiestijlen. 

Het is overgeleverd op gezag van ‘Oethmaan (ra) dat de Profeet (saw) heeft gezegd: 

‘’De beste onder jullie is degene die de Koran leert en deze verder onderwijst’’. (Boechari) 

Deze hadieth en vele andere overleveringen, zijn voor zowel de Moslims in het verleden als in het heden, een inspiratiebron geweest om zich bezig te houden met het bestuderen van de Koran, het begrijpen hiervan en dit aan anderen te onderwijzen.   

De Koran is uniek in het kader van religieuze teksten, omdat het niet enkel wordt gelezen maar het wordt gereciteerd als daad van aanbidding richting de Schepper. Er zijn talloze overleveringen (ahadieth) te vinden die de deugden en beloning voor het reciteren van de Koran onderstrepen.  

Abdullah Ibn Mas’oed (ra) heeft overgeleverd van de Profeet (saw), dat de Profeet (saw) heeft gezegd: 

Degene die één letter reciteert van de Koran zal een goede daad en tien goede daden gelijk daaraan ontvangen. En ik zeg niet dat “Alief Laam Miem een letter is, maar “Alief” is een letter, “Laam” is een letter en “Miem” is een letter.” (Tirmidhi)

De Koran zal als bemiddelaar optreden voor de gelovigen op de Dag des Oordeels. Zo heeft de Profeet (saw) het volgende gezegd: 

‘’De Koran is een tussenkomende getuige (van goede daden) en is gerechtigd tot tussenkomst, en hij is een sterk argument en terecht toevertrouwd. Wie deze voor hem plaatst, hij zal hem naar het Paradijs leiden; wie deze achter achter hem plaatst, hij zal hem naar de Hel leiden.’’ (Overgeleverd door Ibn Hibbaan in zijn Sahieh, van Djabir bin 'Abdoellah (ra). Tevens overgeleverd door al Bayhaqi in zijn Sjoe'ab al Imaan, van Djabir en Ibn Mas'oed (ra), en het is een betrouwbare hadith)

In deze context, trachtende om het welbehagen van Allah (swt) te verkrijgen en te leven voor het hiernamaals, is de Islamitische Oemma gedurende haar rijke geschiedenis getuige geweest van een aantal uitmuntende persoonlijkheden. Deze personen maakten de Koran tot hun belangrijkste aandachtspunt  en excelleerden in het opdoen van kennis , waarbij zij zich de Arabische taal eigen maakten, evenals alle relevante Islamitische wetenschappen om toegang te krijgen tot het Boek van Allah (swt) en diens ware boodschap te begrijpen. Deze personen conformeerden zich aan de leerstellingen van Islam en hun persoonlijkheid werd gevormd naar gelang de Islamitische wetgeving.   

Allah (swt) zegt in de Koran: 

كِتَابٌ أَنزَلْنَاهُ إِلَيْكَ مُبَارَكٌ لِّيَدَّبَّرُوا آيَاتِهِ وَلِيَتَذَكَّرَ أُوْلُوا الْأَلْبَابِ

‘'Het Boek dat Wij aan u hebben geopenbaard is vol van zegeningen, laat hen dus over zijn verzen nadenken en laat de verstandigen er lering uit trekken.’' (VBK soera Saad, vers 29)

Helaas leven we nu in een tijd waarin de reciteurs van de Koran in overvloed aanwezig zijn, maar slechts weinigen houden zich werkelijk bezig met het bestuderen van de Koran, het zoeken van leiding van de Koran en het handelen naar diens wet-en regelgeving. We dienen onszelf te herinneren aan het belang van contemplatie, bezinning en het overpeinzen van de betekenissen en regels van de Koran. En we moeten erop toezien dat het wordt gelezen op een wijze waarbij de Koran onze harten bereikt en een blijvende impact heeft op de gelovigen. Het resultaat van deze manier van lezen is het ontwikkelen van een dynamische Islamitische persoonlijkheid, waarbij de Moslims de Islamitische aqiedah omarmen, de sjaria als een gedragsnorm in hun leven aannemen en zich bezighouden met het verrichten van dawa om de Islamitische manier van leven op staatsniveau te hervatten.  

In het kader van het onderwerp van bezinning en overpeinzing tijdens het bestuderen van de Koran, heeft de Profeet (saw) gezegd: ‘Groepen mensen van mijn natie (oemma) zullen opduiken, die van de Koran zullen drinken zoals zij melk drinken. (Tabaraani)

Imam Al-Moenawi zegt in zijn commentaar op deze hadith, in het boek Fayd al-Qadir: ‘’…zij zullen hun stemmen verheffen met hun tongen, zonder de betekenissen en regels (van de Koran)  te overpeinzen. In plaats daarvan gaat de Koran over hun tongen zoals melk, welke zij in een oogwenk opdrinken’’.   

Hoewel het waar is dat we worden beloond voor het reciteren van de Koran, zelfs wanneer we de betekenis hiervan niet begrijpen,  dient het ons niet zelfgenoegzaam te maken tot op het punt dat het ons weerhoudt om de Koran te bestuderen en zijn betekenissen te overpeinzen. Anders zal de Koran slechts  begrepen en gepraktiseerd worden door een select groepje mensen, terwijl de massa verder gaat met deze daad van aanbidding (reciteren van de Koran), voorzien van een gebrekkig begrip van de Koran en een beperkte mate van toepassing van diens leerstellingen in hun dagelijks leven.  

Allah (swt) zegt: 

أَفَلَا يَتَدَبَّرُونَ الْقُرْآنَ أَمْ عَلَى قُلُوبٍ أَقْفَالُهَا

‘’Willen zij dan niet over de Koran nadenken, of zijn er sloten op hun hart?’’ (VBK soera Mohammed, vers 24) 

Dit was de situatie van de hypocrieten die de Koran reciteerden maar nimmer een poging waagden om met een oprecht hart de woorden van Allah te begrijpen. Daarom waren zij ondanks hun recitatie in de taal die zij machtig waren, noch in staat kennis te vergaren, noch om te handelen naar hetgeen de Koran heeft verordend. 

Derhalve dient het bestuderen van de Koran gepaard te gaan met een verlangen om een diepgaand begrip te verkrijgen en het Boek van Allah als gids te laten fungeren in het leven, opdat onze handelingen een weerspiegeling zijn van de Koranische leerstellingen. 

‘’En dit is een Boek dat Wij hebben nedergezonden, vol van zegeningen. Volgt het daarom en hoedt u, opdat u barmhartigheid mag worden betoond. Opdat gij niet zoudt zeggen: ''Het Boek was alleen geopenbaard voor twee volkeren die vَoor ons leefden, en wij waren inderdaad met de inhoud er van onbekend." Of ingeval gij zoudt zeggen: "Voorzeker, als ons het Boek was nedergezonden, zouden wij beter zijn geleid dan zij." Er is nu een duidelijk bewijs, leiding en barmhartigheid van uw Heer tot u gekomen.’’ (VBK soera al-An’aam, vers 155-157)

 

 

 

Lokale initiatieven

Algemeen

Amerika, Europa & Australië

Midden-Oosten & Noord Afrika

Azië